Het boekje Allemaal te water! van Jan Feith is ongedateerd, maar verscheen volgens zijn Wikipedia-pagina in 1920. Dit boekje werd aangeboden door de Hilversumse Overdekte Bad- en Zweminrichting (gebouwd in 1913) en is: Opgedragen aan het deel onzer Nederlandsche Jeugd, dat nog altijd niet zwemt; en aan de Ouderen die zich voor ’n gezonde opvoeding onzer aanstaande Zwemmers en Zwemsters zoo gaarne beijveren! Het is een uitgave van de N.V. Drukkerij Trio uit Den Haag. Het boekje omvat 32 pagina’s.

De indeling van het boekje is op een heel aardige wijze verwoord:

Is zwemmen noodzakelijk….. ja.
Moet men leeren zwemmen… JA!

Is zwemmen gezond?….. ja.
Moeten wij onze gezondheid bevorderen?… JA!

Zwommen onze voorouders?….. ja.
Moet ons tegenwoordig geslacht ook zwemmen?… JA!

Zwemt ’n gering deel der Nederlanders?… ja.
Moeten wij allemaal te water?….. JA!


Hoe moeten we zwemmen?

Aangeleerd of geleerd?
Denk niet dat u na het lezen van dit boekje hocus-pocus tot volleerd zwemmer bevorderd bent. Er ligt een wijd verschil tussen geleerde theorie en aangeleerde praktijk.

Natuurlijk is de aanwezigheid van water noodzakelijk en met een cursus droog zwemmen hebben we meer baat bij enkele toegepaste zwemvoorschriften of duidelijk vertoonde voorbeelden, dan van de meest aandachtige lezing in ’n handleiding voor zwembeginnelingen.

Dit hoofdstuk handelt, vanuit een propagandistische gedachtengang, om aanstaande zwemmers en zwemsters te verzekeren, dat het zo’n heksentoer niet is. Zonder al te theoretisch te worden zullen enkele grepen uit de praktijk worden behandeld om te laten zien dat dat een leerling-zwemmer na enige oefening  (op ’t droge en het natte) het niet tot een behoorlijke zwemmer zou weten te brengen. Dat klinkt troostrijk en aanmoedigend, nietwaar. Schoolslag is de meest voorkomende slag, terwijl er daarnaast nog tal van andere slagen zijn.

Over den schoolslag
In dit gedeelte volgt een zeer uitgebreide beschrijving van de schoolslag, met als begin de slag in rust. Deze positie wordt na elke slag weer aangenomen. Er wordt daarnaast in eerste instantie uitgegaan van de 4-takt slag, waarbij de schoolslag wordt verdeeld in 4 bewegingen. Deze bewegingen kunnen worden samengevoegd in 3 en vervolgens 2 bewegingen:

  • De 1e beweging bestaat uit het in matige snelheid strekken van de armen met rechthoekige omhaal naar het lichaam
  • Bij de 2e beweging worden de armen ingetrokken en de handen onder de kin gebracht. De benen worden ingetrokken met de knieën wijd van elkaar, met de tenen naar buiten
  • De 3e beweging is de strekking van de armen. de benen uittrappen met opgetrokken voetpunten.
  • Bij de 4e beweging strekt men weer de benen met het krachtig sluiten met gestrekte voeten. Hierbij  blijven de armen in de vorige houding.

De 1e en 2e beweging kunnen, evenals de 3e en 4e beweging geleidelijk gezamenlijk worden uitgevoerd.

Eerst droge zwemles
Dit alles wordt eerst onder technische leiding van de zwemmeester als voorbereidend uitgebreid droog zwemonderricht op een oefenbankje aangeleerd. Dit is noodzakelijk, omdat bijna elke leerling ’n groot deel van de voorafgaande droge theorie zou vergeten, zodra hij in het water gaat.

Hierna is het een kwestie van aanleg, durf, doorzetten, oefenen. Meestal kan een leerling na korte tijd van de zwemhengel af. Hij voelt dan hoe heerlijk het is om te drijven. Van vijandelijk water wordt het een vriendelijk hulpmiddel. Het zwemmen is aanvankelijk nog onwennig, maar begint al snel z’n bekoring uit te oefenen. Gezond inspannend en tegelijkertijd ontspannend. Zo hebben we dus leren zwemmen…

Andere manieren
De volleerde schoolslagzwemmer gaat spoedig proberen welke voordelen zijn verbonden aan andere slagen. Ten opzichte van de schoolslag biedt de crawl veel voordelen. Letterlijk vertaald betekent dit kriewelen, maar we houden het bij het in de hele zwemwereld gebruikte woord crawl.

De “crawl” zwemslag
Er bestaan 3 soorten crawl:

  • De Amerikaanse
  • De Australische
  • De rugcrawl.

Als visschen in het water!
We willen verschillende zwemmanieren leren; onder water zwemmen, watertrappen, omrollen, draaien en nog veel meer. We gaan krijgertje spelen, bordjes duiken, popduiken en startduiken. Vervolgens gaan we over op waterspringen en waterpolo.

Dit propagandaboekje is niet bestemd om al deze prettige en nuttige dingen uitgebreid te beschrijven. Het gaat erom een indruk te geven van het bijna onbegrensde waterdomein.


Zwemmen is gezond!

Een beetje gezondheidsleer
Alle vormen van lichaamsbeoefening zijn goed, maar we richten ons nu op het zwemmen. Zwemmen heeft een reinigende werking. De poriën in onze huid worden gereinigd van afvalstoffen. Daarnaast zorgt zwemmen voor het harden van het lichaam. Het zorgt voor een verhoogde verwarming en bevordering van de stofwisseling. Het lichaam is als het ware een kachel, waar door verbranding zich warmte ontwikkelt.

Goed voor huid en bloed
Na een kort verblijf in het water stroomt het bloed met nieuwe en extra kracht naar de huid terug en dringt tot in de buitenste poriën door. Door de spierbeweging bij het zwemmen wordt ervoor gezorgd dat een te grote warmte-uitstraling door de invloed van het koude water wordt voorkomen. Goed tegen allerlei aandoeningen, waaronder verkoudheid. Wel moet worden gewaarschuwd tegen overdrijving. Een te lang verblijf in het water levert een tegenovergesteld effect op

Versterking van ons hart
Bij matige toepassing helpt het zwemmen tevens aan een gezonde en krachtige ontwikkeling van ons hart en het heeft tevens een nuttige invloed op jullie hele gestel. Door toename van bloedcelletjes wordt er een voortdurende sterkere arbeid van het hart gevraagd, waardoor de kracht van de spiervaten van het hart krachtiger worden. De grootte van het hart neemt toe, binnen gezonde grenzen. Ook hier géén overdrijving.

Patent voor het zenuwgestel
Een toename van rode bloedcellen en het binnenstromen hiervan in alle delen van ons lichaam zorgt voor een prima verfrissing van ons gehele zenuwstelsel. Het drukke dagelijkse grotestadsleven heeft een slechte invloed op het zenuwstelsel. Is het dan ook niet een betrekkelijk eenvoudig hulpmiddel als zwemmen toe te passen?

En dan onze longengymnastiek
Nog meer winst voor onze gezondheid is te behalen bij de longen. De ademhaling krijgt door het zwemmen een betere werking omdat de longen continu aan het werk moeten. Een beginnende zwemmer zal wat angst ervaren en snel vermoeid zijn. Het heeft wat tijd nodig om tot de vereiste ontwikkeling te komen.

Onder water… en op de lange baan
Als onze zwemvaardigheid groot genoeg is gaan we over tot duikoefeningen. Voor het duiken of onder water zwemmen moeten de longen worden volgepompt met zuurstof. Onder water moet de zuurstof zo langzaam mogelijk worden uitgestoten. Zijn we een vergevorderde zwemmer, dan kunnen we aan lange-afstand of snelzwemmen doen. Deze watersport levert minstens dezelfde voordelen als bij marsen of hardlopen. Voor een algemene lichamelijke opvoeding is de verhoogde werking van onze ademhalingsspieren en longen van de grootste betekenis.

Hoe jong zwemmen?
Hoe jonger zwemmen hoe beter, want dat zijn de nuttigste jaren voor de ontwikkeling van spieren, hart en longen. In het 1e groeiproces worden hart en longen tweemaal zo groot. Door je aan zwemmen te wijden, bevordert dus iedere jongen of meisje z’n kostbare gezondheid.

Dr. Heijermans, directeur van de Amsterdamse Geneeskundige- en Gezondheidsdienst beveelt aan, kinderen eerst geruime tijd te laten spelen in het water, voor men begint met zwemonderricht. Vooral moeten kinderen spelenderwijs met water vertrouwd raakt. Gewone kinderen leren op 5- of 6-jarigen leeftijd bijna zonder inspanning zwemmen. Bij bange kinderen is het beter om te wachten tot de algemene ontwikkeling voldoende is. Dr. Heijermans: “Te vroeg leren zwemmen gaat tegen de instincten van het kind in; laat het rondploeteren en brengt het pas later tot zwemoefeningen“.

Jong èn oud te water!
Zwemmen kan worden volgehouden tot op hoge leeftijd. Eenmaal volleerd als geoefend zwemmer vraagt deze waterontspanning naar geen verschillen meer van ouderdom. Dankzij de steeds grotere uitbreiding van overdekte zwembaden, kan men zowel overdag als ‘s-avonds van de zwemmerij genieten, zowel zomers als ‘s-winters. Wil men van een blijvende gezondheid genieten, dan dient men ook op latere leeftijd het zwemmen vol te houden.


Zwemmen heeft een geschiedenis!

Egyptische zwemvoorstelling uit het Nagada-tijdperk, 3200 v. Chr.

Levensstrijd te water
Het zwemmen is al heel erg oud. De eerste zwemvoorstelling is een Egyptische afbeelding van 3200 jaar voor onze jaartelling en stamt uit het zogenaamde Nagada-tijdperk. Het lijkt erop dat de beenbeweging hoofdzaak is bij hun voortbeweging door het water.

Egyptische hiëroglief van een zwemmer

De oude Egyptenaren en Assyriërs als zwemmers
Van 500 jaar later dateert een welsprekend letterteken uit het beeldschrift (hiërogliefen) van de oude Egyptenaren waarbij eveneens een zwemhouding wordt afgebeeld, om het woord zwemmer aan te duiden. De slag die we zien zouden we tegenwoordig vergelijken met trudgeon, of met de Spaanschen slag. In het British Museum wordt een heel oude wandversiering bewaard, afkomstig uit Niniveh, met de voorstelling van Assyrische soldaten die een rivier overzwemmen.

De eerste zwemmende meisjes!
Uit de Helleense tijd stamt de eerste afbeelding met zwemmende meisjes. De meisjes zwemmen naakt, maar ze hebben wel een soort badmuts op. Het ronde voorwerp is een olievaasje, omdat het in die tijden gewoonte was, zich na het bad met geurige oliën in te wrijven.

Wat hebben de vroegere geschriften ons nagelaten? In de gedichten van Homerus en wel bij de beschrijving van de zwerftochten van Odysseus, komt voor het eerst een gedeelte voor, waarbij van zwemmen sprake is. Van Plato stamt de uitspraak: Iemand die lezen nog zwemmen kan. We kunnen een vergelijking maken tussen deze uitspraak en de huidige tijd. Hoewel het zwemmen in de 20e eeuw steeds meer uitbreid, moet er nog heel wat gebeuren, eer we het leren lezen en zwemmen inéén adem durven noemen!

Zwemmende rekruten en keizers!
Bij de vroegere Romeinen was de zwemkunst een noodzakelijk onderdeel voor de algemene geschiktheid van een krijgsman. In een geschrift van de geschiedschrijver Vegetius, omstreeks 400 na Chr., wordt verteld, hoe alle Romeinse rekruten in de zomer zwemles krijgen, omdat bij aanval of terugtrekken niet steeds bruggen aanwezig zijn.

Als overlevering wordt door Suetorius beschreven hoe Cesar zich in de Alexandrijnse oorlog het leven wist te redden door over een afstand van enkele honderden meters naar het dichtstbijzijnde schip te zwemmen.

Hero en Leander’s zwemavontuur

Helleens damesbad

De beroemd gebleven koene zwemtochten van Leander, oorspronkelijk verheerlijkt in oude gedichten (Musaios), later bezongen door Schiller en door Grillpartzer beschreven. Het betreft hier het zwemmen over de Hellespont tussen Abydos en Sestos, waar deze zeearm ongeveer 2 kilometer breed is. Een lamp, door Hero op de toren van Sestos omhoog gehouden, wees de verliefde zwemmer de weg bij zijn geheime bezoeken, tot de vlam werd uitgeblazen en Leander verdronk.

De gedichten van Ovidius beschrijven een zwemmende nymf met de naam Aresthusa, zwemmend met een soort roeiende beweging in de rivier Acheloos. Ook is er een beschrijving van de dichter Ausonisus, die een zwemtafereeltje in de Duitse Moezelstroom uitbeeld.

Eerste zwemwedstrijden
De Grieken en Romeinen kenden geen zwemwedstrijden. Alleen Pausanius maakt melding van een jaarlijkse zwemwedstrijd in de stad Hermione. Bij de Germanen was dit wel anders. Bij de sportfeesten tijdens de Yslandse Dings waren zwemwedstrijden een vast punt op zwemgebied.

In de Noorse letterkunde is telkens sprake van beroemde krachtmetingen van zwemmers en duikers. Koning Olaf (995-1000) bleek in diens sportkamp met een zekere Eindrini een echte waterrat te zijn. Tussen koning Sigurd en koning Eystein had een koninklijk zwemkampioenschap plaats.


Is ons land van water een land van zwemmers?

Het zwemmen bij ons
Maar hoe staat het nu eigenlijk met het zwemmen in ons land? Ondanks dat ons land het land van water is, is de algemene verbreiding van de zwemsport nog maar matig. Als het anders was, dan was dit boekje niet nodig geweest. Er zijn wel veel tekenen dat er verbetering is waar te nemen. Eigenlijk gaat het pas om de laatste vijftig jaar, want daarvoor was het volstrekt miserabel gesteld met onze zwemliefde.

Spreekwoordelijke watervrees
We hebben een waterrijk land, maar het lijkt erop dat water meer wordt gebruikt voor het schrobben van straten en het schoonhouden van huizen, in plaats van het gebruik van water voor ons lichaam. Een generatie geleden hadden we een behoorlijke afkeer van water voor lichaamsreiniging of gezondheidsbevordering.

Door de angst voor verdrinking was de drang om te leren zwemmen niet bepaald groot te noemen. Bovendien waren de zwemgelegenheden een halve eeuw terug zeer schaars. Jongeren die toch wilden zwemmen waren aangewezen op ondiep water, met als gevolg dat er elk jaar de nodige mensenoffers te betreuren waren.

Sportopleving in ons land
Een halve eeuw geleden viel er overal in ons land een soort opleving waar te nemen op gebied van sport en lichamelijke oefening. Verschillende sporten deden hun intrede en er werden wedstrijden georganiseerd. Bij de watersporten ging men zich toeleggen op roeien en zeilen. Ons jonge volk leek wakker geschud te worden en er werden allerlei verenigingen en bonden opgericht op vrijwel elk gebied van spel en sport. Ook de zwemsport kreeg haar aandeel.

De eerste zwemclubs
Naast de oudste zwemclub in on land, de Amsterdamsche Zwemclub (1870), werden opgericht:

In 1888 werd de Koninklijken Nederlandschen Zwembond opgericht. Al snel werden zwemwedstrijden uitgeschreven, die de nodige toeschouwers trokken. Er werden slagen gezwommen die veel verschillen van ons huidige wedstrijdzwemmen. Daarnaast waren er demonstraties in duiken en het redden van mensen en waterballetten of zwempantomimes. Zo was het begin.

Zwempropaganda
Die zwempropagandisten bereikten meer. Naast zwemfeesten zorgden de zwemclubs en hun bond voor een steeds grotere verbreiding van het zwemmen. Er verschenen handboeken, er werden onderscheidingen uitgereikt aan redders en men wendde zich tot overheidsorganen om te wijzen op het nut van algemene zwembeoefening. Ook werd er geprobeerd de achterstand in te halen, die heerste op het gebied van zwemgelegenheden.

Telkens werden nieuwe successen geboekt. Want hoe is in de afgelopen vijftig jaar het aantal zwemscholen toegenomen, zowel zwemgelegenheden in de open lucht als overdekte zweminrichtingen? Met hoeveel is het aantal gediplomeerde zwemmers én zwemsters toegenomen?

Hulde aan onze zwemsters!
Vooroordelen moesten worden overwonnen, mede omdat het zwemmen aanvankelijk als onbehoorlijk werd geacht. Maar het is gelukt! Het beoefenen van de vrouwelijke zwemsport wordt als één van de gezondste en nuttigste lichaamsoefeningen voor onze Hollandsche meisjes beschouwd. De zwemsters overtreffen de zwemmers zelfs in wedstrijdsuccessen.

Maar we zijn er nog niet. Er moet voortdurend gewezen worden op de voordelen, maar ook op de gevaren van de zwemkunst. Door te zwemmen zonder het zwemmen te beheersen is het aantal verdrinkingen groot, vooral onder jongeren.

Allemaal te water!
Dat is nu de strekking van ons zwemboekje. We hopen dat het resultaat van dit betoog, dat jullie je aanstonds gaan toeleggen op het behoorlijk leren van de zwemkunst. Zwemmers en zwemsters willen wij kweken! In jullie eigen belang. Pas als volleerde zwemmers zullen jullie in staat worden gesteld, op ongevaarlijke manier één van de prettigste sporten te beoefenen. Dus allemaal je onderworpen aan de eerste zwemlessen op het droge. Daarna allemaal aan de zwemhengel! En vervolgens… allemaal te water!