Boek ” Ada Kok ” van Henk Lichtenveldt ten doop gehouden Ada Kok te midden van haar boeken op 6-11-1968 (Auteursrechthebbende: Nationaal Archief)

Dit boek over Ada Kok van schrijver Henk Lichtenveldt is in 1968 verschenen bij Uitgeverij N. Kluwer N.V. uit Deventer. Henk Lichtenveldt (32 jaar in 1968) is sportjournalist bij Het Vrije Volk en gespecialiseerd in de zwemsport. De foto’s zijn onder andere gemaakt door Anefo, A.N.P.-foto, Ger Dijkstra en Studio-AP.

Eindelijk goud

Het boek begint met een uiterst spannende 200 m. vlinderslag finale tijdens de Olympische Spelen van 1968 in Mexico. Ada ligt in de laatste meters gelijk met de Oost-Duitse Helga Lindner. Bij het aantikken blijkt ze met 0,1 sec. verschil te hebben gewonnen. Eindelijk goud na de zilveren medaille 4 jaar gelden in Tokyo. Na afloop moet Kok direct naar de ceremonie protocollaire, waar ze eerst wordt gefeliciteerd door Prinses Irene.

Bij de medaille-uitreiking realiseert ze zich nogmaals dat ze toch echt Olympisch kampioene is geworden in een tijd van 2,24,7. Stiekem pinkt ze een traantje weg. Eindelijk was ze tevreden. Ze had zich nog nooit zó zielsgelukkig gevoeld. Na haar 2e plek, 4 jaar eerder in Tokyo, had ze eindelijk haar doel bereikt. Iedereen had altijd tegen haar gezegd: “Ada, in Mexico wordt het goud hoor”. Haar hele leven was 4 jaar lang ingesteld geweest op die ene race. Op 24 oktober 1968 moest zij winnen.

De weg naar het Olympisch toernooi was lang. Er was een trainingskamp in het KNVB-sportcentrum in Zeist, onder leiding van Rob Kerkhoven. Kok had tijdens een 6 weken lange reis door Oost-Europa in Dick Langerhorst een goede vriend gevonden, waarmee zij veel optrok, evenals met Betty Heukels, waarmee zij al sinds 1962 omging.

Start finale 200 meter vlinderslag – Baan 4 Ada Kok

Op een dag kwam er een verzoek van een dagbladfotograaf om modefoto’s van Kok te maken. De kleding werd verzorgd door Edgar Vos, waarmee zij een bijzondere vriendschap aangaat. Hij zorgt er onder andere voor dat zij er in haar Olympisch kostuum toonbaar uitziet.

Op 11 september was de hele Olympische delegatie op de Scheveningse Pier bij elkaar en werd aan Kok voor de televisie opnieuw gevraagd of ze goud zou winnen. Ze had de vraag al zo vaak gekregen dat ze zich er ongemakkelijk bij voelde. Volgens haar is het probleem dat, in tegenstelling tot andere landen, alleen een gouden plak goed genoeg is. Sinds Tokyo was Kok een stuk ervarener geworden en had ze veel gereisd. Kortom: als 21-jarig meisje had ze de halve wereld gezien.

Op zaterdag 21 september kwam de ploeg in Mexico City aan, waar ze hartelijk werden ontvangen. Kok neemt een duik in haar dagboek om alle belevenissen naar boven te halen. Er wordt uiteraard (steeds harder) getraind en de omgeving wordt, vaak liftend, verkend. Ook zit Kok bij een Nederlands gezin in een auto die onderweg een klapband krijgt. Gelukkig is er alleen blikschade.

“Eindelijk had ik Olympisch goud in mijn handen…”

Zo worden er 14 dagen volgemaakt vol verveling, vol spanning en schaars bezet met pleziertjes. Kok wil graag ook het Olympisch dorp uit, maar er geldt een uitgaansverbod vanwege de onrust in de stad. De discipline in de ploeg werd vrij strak gehouden. Toch lukt het Kok een keer om te ontsnappen om het centrum van Mexico City te bezoeken.

Vergeleken met de openingsceremonie in Japan viel die van Mexico wat tegen. Vier uur lang staat de ploeg in het stadion. Kok is er nog een week vermoeid van geweest. Kortom: de Spelen waren begonnen. De trainingen werden verminderd. Op 17 oktober zouden de zwemwedstrijden van start gaan.

Op de 1e dag van het zwemtoernooi stond de 4 x 100 m. wisselslag estafette op het programma, waarbij Kok de vlinderslag voor haar rekening nam. In Tokyo werd zilver gehaald dus de verwachtingen waren hoog gespannen. Helaas zwemmen haar voorgangers zo slecht dat ze als 8e het water in ging. Toch was ze wel tevreden over haar eigen prestatie.

Vervolgens stond de 100 m. vlinderslag op het programma, een afstand waarop Kok niet hoefde te winnen. Ze komt als 9e in de halve finale, maar ze wil bij de snelsten in de finale terecht komen. Dat lukt gelukkig wel en als 3e zwemster gaat ze de finale in. Ze was immers nog wereldrecordhoudster. Na de start houdt ze zich in, maar bij het keerpunt merkt ze dat ze toch vrij ver was achter geraakt. Zij verhoogt haar tempo, maar dat blijkt later niet voldoende om bij de 1e 3 te eindigen. Coach Rob Kerkhoven stak 4 vingers omhoog. Kok is aan de ene kant wel teleurgesteld, maar aan de andere kant had ze een 3e plaats ook niet zo bijzonder gevonden. Over 3 dagen staat de belangrijke race op het programma.

Trots en blij; Olympisch goud en Olympisch record

De dagen voor de 200 m. doet Kok niet veel. Ze krijgt een telegram van haar dokter die haar aanraadt om naar Haantje, de masseur van de wielerploeg te gaan. Die heeft een brief van dokter Rolink gekregen waarin staat dat Ada extra vitamines moeten worden gegeven. De de arts van het NOC wil haar de vitamines wel toedienen.

De series verliepen uitstekend. Ze maakt zich alleen wel zorgen over de te kiezen taktiek. Ze besluit zich niet al te druk te maken en besluit haar eigen race te zwemmen. Op de dag van de wedstrijd is zij al vroeg bij dokter de Jongste voor haar vitaminetabletten, waarna ze met enige moeite bij het zwembad komen. De hele race verloopt goed, hoewel ze op het laatst nog 2e dreigt te worden. Op routine verandert zij haar slagenritme en pakt de winst,

Na de ceremonie protocollaire heeft Kok nog veel moeite om te plassen bij de dopingcontrole. In de avond wordt haar overwinning uitbundig gevierd. In een restaurant beginnen mensen spontaan voor haar te klappen. Dan wordt het uiteraard tijd om naar huis te bellen om het goede nieuws te vertellen. De dag erna stoppen er op straat overal mensen om spontaan voor haar te applaudisseren.

 

Het record dat ik nooit vergeet

Anton Geesink feliciteert Ada Kok. Uit: Het vrije volk: democratisch-socialistisch dagblad (02-09-1963).

Ada presteert het om bij een wedstrijd haar badpak vergeten. Gelukkig kan zij een exemplaar lenen van haar zus Gretta, die echter veel te klein is. Het was tijdens het 75-jarig bestaan van de Zwembond op 1 september 1963. Een verslaggever vertelt haar dat ze enkele weken daarvoor tijdens het NK wel een aardige tijd had gezwommen, maar dat ze toch echt op weg naar het wereldrecord moest.

De race was niet opwindend, want Kok had geen tegenstand. Na het aantikken kwam er echter onmiddellijk een ovatie. Ze bleek het wereldrecord te hebben aangescherpt tot 1.06.1. De toeschouwers waren door het dolle heen, ook al omdat het laatste wereldrecord alweer 3 jaar geleden gezwommen was.

Een dag later komt haar vader overal te laat met zijn boter, kaas en eieren, door de vele felicitaties. Ada’s fiets was gestolen en ook op het politiebureau moest het hele verhaal weer worden verteld. Overal wordt zij herkent. Haar leven is totaal veranderd. En tijdens de ceremonie had ze voor het eerst Anton Geesink ontmoet, die haar ook nog had gekust. Later, vóór en tijdens Tokyo zouden ze elkaar vaker ontmoeten.

Eind september moest er gezwommen worden in Blackpool voor de Zeslanden-wedstrijd, die was georganiseerd door Eurovisie. Ada dacht dat ze er al was, maar ze werd 2e op de 100 m. vlinderslag. Coach Forbes Carlile verwoordde dit als volgt: “You could have done better, Ada“. Dan maar vooruitkijken naar de Olympische Spelen van 1964, hoewel de wereldrecords in 1965 werden gezwommen.

Tijdens een landenwedstrijd in augustus in Boedapest had Kok er van tevoren met de pet naar gegooid. De 100 m. vlinderslag was het 1e nummer wat gezwommen werd, waarbij er de hoop was dat er een wereldrecord gezwommen zou worden. Die hoop was gegrond, want Ada pakte haar wereldrecord, wat haar was ontnomen in 1964 in Tokyo, terug: 1.04.5. In Tokyo was de spanning waarschijnlijk te hoog geweest…

Het eerste grote succes

Tijdens een reis met de Nederlandse selectieploeg in april 1968 krijgt Kok een brief van voormalig trainster Wil Bunschoten-van Breukelen. Zij waarschuwt haar dat ze geen 15 meer is en voldoende rust moet nemen als zij Olympisch kampioen wil worden. Op dat moment was Kok op hoogtestage in de Pyreneeën, om de situatie in Mexico te benaderen.

Die raadgevingen van haar oude trainster brachten haar herinneringen terug naar de begintijd van haar zwemloopbaan. Naar 1961, toen zij als jong meisje voor het eerst naar voren kwam en naar 1962 toen zij voor het eerst Europees kampioene werd. Trainster Wil had volkomen eigen ideeën over de zwemtraining en de manier waarop je de sport moet beoefenen. Trainen was trainen. Het was doorzetten geblazen voor Aadje. Door Van Breukelen werd Kok gehard.

Forbes Carlile (bron: Wikipedia)

In 1962 begint Kok goede tijden te zwemmen en komt de vraag naar boven of zij wordt opgenomen in de Nederlandse ploeg. Marian Heemskerk was in de zomermaanden haar zwaarste concurrent en 2 maal klopte zij haar, terwijl Marian een zwemster met een wereldnaam was.

De nieuwe Australische coach van de ploeg, Forbes Carlile, introduceerde nieuwe technieken als Tapering-off en Relaxing period. Kortom: minder trainen en dus meer rust voorafgaand aan belangrijke wedstrijden, om tot een optimaal resultaat te komen. De zwemmers geloofden hierin eerst niet, maar hun trainingstijden waren gewoon erg goed.

In Leipzig deelt Ada een kamer met Jopie Troost. Ze was net 15 geworden en de jongste van de ploeg. Kok is volmaakt ontspannen en gaf tijdens de series van de 100 m. vlinderslag niet alles en bereikte daarom 0,3 seconden na Heemskerk de finish. Toch is het Kok die in de wisselslagestafette mag meezwemmen en daar een prima tijd neerzet.

De finale van de 100 m. vlinderslag zwemt zij als een bezetene. Haar verbazing is dan ook groot als ze Europees kampioene blijkt te zijn geworden. De ceremonie is één van de momenten uit haar carrière die haar altijd bij zal blijven. En Wil van Breukelen had gelijk gekregen.

Gretta en de zwemlessen

Tegenwoordig is er veel aandacht voor de zwemsport en zijn er gelukkig veel journalisten die zich op dit gebied hebben gespecialiseerd. Zo is er niet alleen aandacht voor de toppers, maar ook voor jonge, aankomende sterretjes. Een beoefenaar van topsport kan niet alleen drijven op talent. Hij heeft een hele serie andere behoeften die vervuld moeten worden om de top te bereiken. Bij Kok heeft het op dat gebied aan niets ontbroken.

Zij werd geboren op 6 juni 1947 in Amsterdam als Aagje Kok. De roepnaam werd al gauw Ada. Als klein kind stond zij altijd in de box voor de melkwinkel van haar vader. Haar zus Gretta was al vroeg een vurig zwemliefhebster. Toen zij 6 was en Ada 4 gingen ze samen naar Sportfondsenbad West om zwemles te nemen. Ada vond het helemaal niets en hoewel ze op 7-jarige leeftijd vrij gemakkelijk haar A-diploma behaalde, zakte ze in mei 1955 voor haar 1e poging om haar B-diploma te halen. Een half jaar later ging het gelukkig beter.

Gretta Kok in 1966 (foto Wikipedia cc licentie CC BY-SA 3.0)

Gretta was inmiddels lid geworden van de zwemclub ZAR en ze zorgde ervoor dat Ada meeging naar het zwembad. Daar kreeg het zwemmen haar langzaam maar zeker in de greep. In 1959 wordt zij lid van een zwemclub. Een jaar later was Gretta gekozen om deel te nemen aan de Olympische Spelen in Rome en ze toonde Ada het Olympische tenue. Dat fascineerde haar. Gretta werd uiteindelijk 5e in Rome.

Kok’s besluit stond vast: zij zou serieus gaan trainen. In 1961 werd zij Jeugdkampioene, in 1962 behaalde zij haar Europese titel en een jaar later had zij haar 1e wereldrecord. Sport en studie aan de Ulo gingen in die tijd niet zo gemakkelijk samen. De keuze om 6 weken mee te gaan op een reis naar Zuid-Afrika met zwemsters als Erica Terpstra en Ria van Velsen was snel gemaakt. Het studeren voor het eindexamen Ulo moest maar even wachten. Na deze reis moest er hard getraind worden voor de Olympische Spelen van Tokyo. Kok besluit dan maar om ‘s-nachts te gaan studeren. En met succes. Het diploma is er gekomen.

De vreemde man en de boxer

Na 8 jaar zwemmen heeft Kok meer van de wereld gezien dan een meisje van 21 jaar mag verwachten. Door de goede naam van de Nederlandse zwemmers werden zij vaak uitgenodigd voor buitenlandse wedstrijden, zowel binnen al buiten Europa. Van al deze reizen heeft de reis naar Zuid-Afrika de meeste indruk gemaakt. Zes weken van stad naar stad en op de excursie naar mooiste plekken heeft een diepe indruk bij haar achtergelaten.

In de winter van 1963 werd Kok op 15-jarige leeftijd en leerlinge van de hoogste klas van de ULO uitgenodigd door de Zwembond voor een 6-weekse reis naar Zuid-Afrika. Haar ouders waren bezorgd of zij haar diploma zou behalen, maar zo als eerder al werd beschreven hoe, kwam het diploma er, 3 maanden na Zuid-Afrika, alsnog.

Barney, de boxer, geschenk van vader en moeder Kok na Zuid-Afrikaanse reis (1963)

Op 19 februari 1964 vertrok de ploeg van Schiphol in speciaal hiervoor aangeschafte kleding, die overigens – hoe amateuristisch – zelf betaald moest worden. De reis die een grote belevenis werd was tevens de vliegdoop voor Kok. Ze leerde veel tijdens de reis, hoewel er zoveel dingen gebeurd zijn dat zij die niet allemaal scherp kon herinneren. Hoewel ze nog te jong was om zich met het rassenvraagstuk bezig te houden of er zich aan te ergeren, maar ze herinnert zich wel enkele dingen, zoals negers die alleen via de daken van het zwembad een wedstrijd konden bekijken.

Er werd soms wel 3x per week gezwommen en in iedere stad wilde men de ploeg graag een receptie aanbieden. Leuk, maar soms ook reuze vermoeiend om de verschillende vragenvuren te ondergaan. Grappig was dat ze bij elke ontvangst van de burgemeester een lepeltje met het stadswapen ontvingen. Na haar reis bezat Kok maar liefst 23 exemplaren.

De tegenstand was gering, hoewel 1 Zuid-Afrikaans meisje Europees kampioen Ria van Velsen wist te verslaan. Kok won al haar wedstrijden vrij gemakkelijk. Tegen het einde van de trip had zij zo vaak haar tijd verbeterd, dat het haar in Durham lukte om in 1.08.7 een Europees record op de 110 yards wist te zwemmen. De yard-records zijn voor Europa overigens later afgeschaft. Niet de hele reis was overigens een aaneengeregen ketting van plezier. In Kaapstad was er een incident in het hotel waarbij er een man spiernaakt in 1 van de hotelkamers van de kunstzwemmeisjes werd aangetroffen. Eind maart keerde de ploeg terug. Thuis kreeg Kok als geschenk voor haar prestaties boxer cadeau, een van haar lievelingswensen. De hond werd een levende mascotte met de naam Barney Durby Kok.

De nederlaag, die niemand verwachtte

Kok doet mee aan de Voorolympische Spelen in 1963 in Tokyo. Haar enige concurrente was de Japanse Eiko Takahashi. Takahashi wint van Kok op de 100 m. vlinderslag. Na de prijsuitreiking, waar Kok een arm om de winnares doet, wordt ze – door de televisieopnames – overal herkend en krijgt ze overal consumpties aangeboden. Overigens verloor Kok ook de 200 m. van Takahashi. Het was een druk jaar geweest met de reis naar Zuid-Afrika, daarna een wereldrecord, wedstrijden in Vichy, San Remo en Blackpool.

In Tokyo was Nederland vertegenwoordigd met een kleine selectie. Iedereen beschikte over een eigen kamer. Tokyo was echt een belevenis. De lengte van de Hollandse vrouwen was een bezienswaardigheid en overal werden ze aangestaard en gefotografeerd. Kok was erg onder de indruk van Japan. Op 30 en 31 mei was er een interland tegen Engeland in Blackpool met Carlile als coach. Kok zwemt er een wereldrecord op de 110 yards vlinderslag. Het valt haar op dat ze steeds wereldrecords zwemt als de druk niet zo hoog is en ze daarom relatief ontspannen is. Dat geldt overigens ook voor een topper als Dawn Fraser. Kok zwemt diezelfde dag nog 2 wereldrecords.

Terug in Nederland kwam er een horde journalisten naar haar huis op de Amsterdamse Amsteldijk. Kok realiseert zich dat zij een belangrijke medaillekandidaat is voor de Olympische Spelen in 1964 in Tokyo. Op 2 andere wedstrijden in dat jaar zwemt ze nog een wereldrecord op de vlinderslagestafette. Maar eerlijk gezegd is ze meer geïnteresseerd in de feesten na afloop.

Bondscoach Forbes Carlile met Ada in trainingscenrtum Rotterdam (1964)

De ploeg voor de Olympische Spelen trainde in een benauwd binnenbadje in Wassenaar en aansluitend was er een trainingskamp in het overdekte zwembad in Rotterdam-Zuid. Carlile alles geregeld wat er in de 4 weken moest gebeuren en dat was bepaald niet weinig; 7 à 8 km. per dag. Het werd een afknapper, want er was te weinig afleiding. De trainingen stonden dagelijks op een briefje, wat door Ursula, de vrouw van Carlile werd opgehangen. De belasting was te hoog en de zwemmers raakten daardoor geïrriteerd.

In de foyer van de Rotterdamse schouwburg stonden stretchers klaar waarop gerust moest worden. Er werd uiteraard een hoop kattenkwaad uitgehaald, die dan door Carlile weer werd beëindigd. Het werd uiteindelijk een lijdensweg met een dokterskamer vol blessures en zelf had Kok een peesontsteking opgelopen. Kortom: geen ideale voorbereiding op de Spelen.

Op 27 september vertrok de Olympische ploeg met maar liefst 27 deelnemers naar Tokyo. Kok vraagt zich af of dat niet te veel is, omdat nederlagen en snel uitgeschakelde ploegleden een slechte invloed op de sfeer in de ploeg hebben. Het Olympisch dorp was een geweldige belevenis. Er hangt met zoveel mensen en rassen een broederlijke sfeer. Je weet dat iedereen zich rot heeft getraind en er vaak vele jaren heeft opgeofferd om één keer Olympisch deelnemer te zijn.

In het dorp werd met 4 personen op een kamer geslapen. Kok beleeft nog een nachtmerrie nadat er korte aardbeving in Tokyo is geweest. Zo vlak voor de wedstrijden had Carlile de trainingen beperkt en een zogenaamde tapering-off periode ingevoerd. Kok beleeft een korte affaire met Derk, een Pakistaanse hockeyer, maar het wordt haar door de leiding verboden om met hem uit te gaan.

Sluitingsceremonie Tokyo 1964. Ada draagt het Rood-Wit-Blauw

Met zus Gretta op de tribune stond Kok hypernerveus klaar voor de start van de 100 m. vlinderslag. De 1e 50 m. gingen beroerd en ze bevond zich op een 5e plaats. Door terug te vechten bereikt zij, geheel buiten haar eigen verwachting, de 2e plaats na Sharon Stouder en behalve door zus Gretta wordt ze ook benaderd door Prinses Beatrix. Aan alle kanten wordt ze gefeliciteerd en in de interviewkamer verdrongen de journalisten zich om haar heen. Thuis ziet haar moeder op tv dat Aadje niet tevreden is.

Nadat de pijn wat is gezakt werd er al gepraat over revanche op de estafette de volgende dag. Die wisselslagestafette verliep niet geweldig. Na de 1e 2 zwemsters ligt Nederland 5e, maar zwemt Kok een groot deel van het gat dicht, zodat ze, na slotzwemster Erica Terpstra opnieuw een zilveren plak wint.

De wedstrijden waren voorbij. Kok had Dawn Fraser 3 maal goud zien winnen. Haar kamer was zo verbouwd dat ze er niet meer normaal kon slapen. Alle finalisten gingen nog een week op reis naar Osaka en Kyoto. Er werd uitbundig feest gevierd. Vooral de Amerikanen en Australiërs wisten er wel raad mee en gaven al hun dollars uit aan drank en zoutjes. Bij de sluitingsceremonie mocht Kok de vlag dragen omdat Anton Geesink ergens een demonstratie moest houden. Afgesloten werd met een feest in de tuinen van keizer Hirohito. Ze las daar op het scorebord: We meet again in Mexico…

Jaar zonder zorgen

Het weekend voor de Zeslanden-wedstrijd in Rome op 4 en 5 september 1965 is Ada heerlijk aan het feestvieren. Terwijl anderen zich zorgen over haar maakten, was ze er zelf van overtuigd dat ze ‘geweldig hard’ zou zwemmen in Rome. En ze kreeg gelijk. Ze zwom beter dan ze ooit had durven dromen. Daarmee bewees ze nog eens dat ze met een ontspannen voorbereiding beter presteerde dan bijvoorbeeld de spanning voor Tokyo. In de winter na Tokyo had ze zoveel uitnodigingen gekregen voor van alles en nog wat en maakte ze het zo bont, dat ze van haar vader een uitgaansverbod kreeg. In februari 1965 was alweer de 1e wedstrijd in Bremen, waaraan ook Sharon Stouder zou deelnemen. Ada kreeg haar revanche en zwom op de 200 m. vlinderslag zelfs een nationaal record.

Weissmuller in de jaren ’20 (Bron: Wikipedia)

Na Bremen was er wedstrijd tegen Groot-Brittannië, met een sterk verjongde ploeg. De jongeren dachten de dienst uit te gaan maken, maar de ouderen – waaronder Ada – zorgden voor de goede prestaties. Olympische roem bleek overigens een extra last op haar schouders te leggen. Van tevoren werd al verwacht dat Kok zou winnen. Zo ook gebeurde op het NK in Emmen. Ze zwom een toptijd op de 100 m. vlinderslag en dat werd slechts met een lauw applaus ontvangen.

Een week erna, bij een interland in Boedapest, lukt het Kok het record op de 100 m. van Stouder over te nemen. Vanaf 1963 had ze ieder jaar wel één of meer records gezwommen. Tijdens een demonstratiewedstrijd in Rijssen spoorde coach Rob Kerkhoven haar aan die, zich tijdens die voor dames toch wel zware 200 m. vlinderslag, eens extra in te zetten. Tot haar eigen verbazing zwom zij een Europees record. Een paar weken later, tijdens een wedstrijd in Leiden tegen Canada verbreekt zij zelfs het wereldrecord, terwijl ze haar tijd enkele weken later in Groningen nog aanscherpte.

Kok werd uitgenodigd voor de wedstrijden in de Swimming Hall of Fame in Fort Lauderdale, Californië in de periode rondom Kerstmis en Nieuwjaar. Kok was met Klenie Bimolt en mevrouw Vlothuizen als leidster afgereisd. Alle beroemdheden van vroeger en nu zijn lid van de Swimming Hall of Fame. Zo ontmoet Kok er onder andere Johnny Weissmuller. Kok miste de gezelligheid van thuis tijdens deze feestelijke periode en hoewel ze haar wedstrijd nipt wint, voelt de trip als een deceptie.

Hoe blijf ik amateur?

Ada kreeg een aantrekkelijk aanbod van een reclamebureau, waarmee ze voor een minimale inspanning 1000 gulden (nu zo’n € 450) kon verdienen. Maar dat zou haar amateurstatus kosten. De zwembond had daar hele duidelijke en enigszins overdreven strenge regels over, want zelfs een baantje als zwembadmedewerker gaf al een schorsing van 90 dagen. Maar hoewel er in de nationale ploeg van ’68 mensen zaten die elke dag de amateurbepalingen overtraden, maakte niemand er werk van.

Willem Duys, 1985, (Bron Wikipedia)

Maar toch zou Kok niet graag professional worden, omdat ze zwemmen een heerlijke sport vindt, die ze als vrijwillige bezigheid ziet en die ze niet graag zou willen missen. Natuurlijk zal ze ooit moeten stoppen en velen vermoeden dat dat na de Spelen van Mexico zou zijn. Maar, vraagt ze zich af; ik ben 21 en ik heb nog geen enkel ogenblik het gevoel dat ik naar het zwembad moét. Nu, na haar 2e Olympische Spelen, zal ze wat rustiger aan gaan doen en zich langzaam uit de internationale zwemsport terugtrekken.

Een TV-optreden bij Mies Bouwman’s Mies en scène slaat ze af vanwege een bezoek van haar zus Gretta. Op een aanbod om bij Willem Duys langs te komen neemt ze, na overleg met Mies, wel aan. Duys vraagt haar onder meer of ze het niet vervelend vindt dat ze zo groot en sterk was geworden door het zwemmen en of dat soms geen problemen gaf. Ze ontkent, hoewel ze zich later wel realiseert dat het bijna onmogelijk is om aan passende kleding te komen. Erica Terpstra weigerde om aan krachtsport te doen, omdat zij bang was dat zij anders niet meer in haar bruidsjapon zou passen…

Opnieuw Europees kampioene

Na de 1e wedstrijden van 1966 is het tijd voor wat ontspanning tijdens de receptie van Cor Westerneng, hoofd afdeling sportzaken van de KLM, die voor sporters bemiddelde bij allerlei wedstrijden. Kok was samen met Toos Beumer en Betty Heukels flink aan de jus d’orange met jenever gegaan. Alle zorgen over slecht behaalde tijden verdwenen als sneeuw voor de zon.

“Het ging zeer snel”, zei bondscoach Rob Kerkhoven (1966)

Gretta Kok was weer serieus gaan trainen en maakte snel progressie. Ada had bij één van haar wedstrijden ruzie gekregen met haar vriend, de waterpoloër. Dat resulteerde in een slechte tijd op de 100 m. vlinderslag. Daarna zwom ze overal op nijd. Tijdens de NK 1500 m. vrije slag in Den Haag zwemt ze een record op zowel de 800 m. als de 1500 m. Voor het NK in Eindhoven trekt Kok in bij de familie Heukels.

Het 3e hoogtepunt in haar carrière worden de Europese kampioenschappen, waar zij haar in 1962 behaalde titel moet verdedigen. Aan alle kanten wordt verwacht dat ze wel zal winnen, maar zelf is ze niet zo overtuigd. Na een trainingskamp in Zeist deelt Kok een kamer met Betty en Klenie Biemolt. Biemolt valt helaas uit met een blindedarmontsteking. Betty en Ada peppen elkaar telkens weer voor de wedstrijden.

Op de 400 m. vrije slag, een aardig bijnummer van Kok, zwemt zij zich in de series heel relaxed naar een 7e positie in de finale. Coach Rob Kerkhoven raadt haar aan om in de finale na 200 m. te versnellen en zo gebeurt het dat ze 2e wordt in een nieuw nationaal record van 4.48.7. Het is ook gelijk de laatste keer dat zij deze afstand zal zwemmen. De volgende dag is het alweer tijd voor de 4 x 100 m. wisselslag, waaraan ook zus Gretta deelneemt. Ada gaat met een kleine achterstand het water in, maar weet voldoende voorsprong op te bouwen om slotzwemster Toos Beumer het karwei te laten afmaken. Ze waren Europees kampioen.

EK 1966 met v.l.n.r. Gretta, Toos Beumer, Anton Geesink, Ada en Coby Sikkens

Nu moest Kok zich volledig gaan concentreren op de 100 m. vlinderslagfinale, die een dag later zou worden gehouden. Betty zorgde weer voor de nodige mentale begeleiding. Toen Kok het stadion binnenkwam bleek het tot de nok toe gevuld. Was dat allemaal voor haar? De 1e 50 meter verlopen in een razend tempo, maar daarna kreeg Kok de rekening gepresenteerd. Gelukkig was het voldoende om te winnen en werd zij door tientallen mensen gefeliciteerd. Ze wordt overstelpt met geschenken en ze moet onder bescherming van de polospelers het stadion verlaten. Ze had haar titel behouden!

Ook Betty werd Europees kampioene, op de 400 m. wisselslag, een prachtige prestatie. Aansluitend was het slotfeest, waarbij Ada haar speciaal meegebrachte jurk van tevoren heeft verpest. Toch werd het een fantastisch sportfeest waarbij alle spanningen van de wedstrijden werden weggevierd en waar werd gedanst, gedronken en… gevrijd dat het een lieve lust was. Kok had een Roemeense polospeler aan de haak geslagen, waarmee ze de hele avond doorbrengt.

De volgende morgen gaan Toos, Betty, Gretta en Ada 2 weken naar Italië voor een welverdiende vakantie. Tot hun verbazing worden ze zelfs daar herkent. Daarna volgen verschillende uitnodigingen, incĺusief een wedstrijd in Mechelen, waarbij ze op de terugweg een auto-ongeluk krijgen wat gelukkig goed afloopt. Ada loopt een lichte hersenschudding op, maar binnen een paar dagen is ze weer op de been. Kort daarna gaat ze weer in training omdat ze opnieuw uitgenodigd is om naar Amerika te komen. Het wordt weer een ongezellig kerstfeest en een oudjaar waarin Kok oliebollen staat te bakken in haar bikini. Zomerweer op Nieuwjaarsdag…

Medaille voor Ome Nelis

Kok maakt een terechte vergelijking nadat ze in juli 1967 in Californië is geweest. Daar is het altijd mooi weer om heerlijk uren te trainen, terwijl je in Nederland bibberend van de kou het water in gaat. In Santa Clara traint Kok bij George Haines, die daar met wereldberoemde pupillen traint in de open lucht. En dat terwijl er in de gehele Zaanstreek, met 3 deelnemers aan de OS van 1964 al die tijd nog geen acceptabel open zwembad was.

Kok traint in het zwembad aan de Heiligeweg in Amsterdam, maar dan wel tussen de plezierzwemmers. Een goede voorbereiding op een groot toernooi hangt sterk samen met het weer. Met een mooie zomer, zoals in 1967, regent het gelijk records. Maar hoewel Kok het plezierig vindt om een paar kilometer te zwemmen, heeft ze het gevoel dat het nut, het rendement, minder groot was dan een keiharde conditietraining.

Daarvoor komt ze terecht bij Ome Nelis Bisschop, die een boksschool heeft in het hart van Amsterdam. Samen met Gretta gaat ze vanaf 1960 aan de slag. Het begint met hardlopen en al snel volgen er andere meisjes van de zwemclub, hoewel Kok uiteindelijk het als enige volhoudt, 7 jaar lang. Ome Nelis weet precies wat Ada nodig heeft en hij kent haar grenzen. Soms is het verschrikkelijk zwaar, maar die moeite wordt altijd beloond met medailles.

Net als Ome Nelis is dokter Rollink een stille man uit Kok’s zwemloopbaan. Zonder toestemming van de Zwembond kregen Ada en Gretta daar maandelijks hun vitamine-injecties en vitaminepillen en hun gezondheid werd nauwkeurig in de gaten gehouden. Stimulerende middelen kwamen er niet aan te pas. Kok heeft meer vertrouwen in een arts die haar volledig begrijpt, dan een arts van het NOC die ze alleen in de periode voor de Spelen ontmoet.

Charles Ritton tijdens de Olympische selectiewedstrijden voor Rome te Birkhoven in 1960 (Auteursrechthebbende Nationaal Archief)

Kok heeft niet veel trainers versleten. In Charles Ritton vond ze de ideale trainer. Hij wist precies wat Kok nodig gehad om een uitmuntende vlinderslagzwemster te worden. Over Forbes Carlile was Kok minder te spreken. Het was een aardige man, maar hij deed er allereerst niets aan om Nederlands te leren. Daarnaast deed Carlile niets aan de mentale gesteldheid van zijn pupillen. Met films probeerde hij de verschillende slagen te verbeteren. Iets waarover Kok totaal niet te spreken was. Wat dat betreft was Kok wel weer zeer te spreken over Rob Kerkhoven, die zijn enthousiasme voor het zwemmen goed wist over te brengen op de ploeg.

In 1967 traint Kok, zoals eerder gezegd, een paar weken bij George Haines in Santa Clara, Californië. Haines wordt gezien als de beste trainer ter wereld en Kok is dan ook onder de indruk van zijn prettige aanpak. Ze trainde samen met Don Schollander, Mark Spitz, Claudia Kolb en al die anderen, waarvan hij wereldrecordhouders heeft gemaakt. Haines verstaat de kunst om een sfeer in het zwembad te scheppen die volkomen ontspannend is.

Kok had ook wel eens dagen dat ze geen zwembad kon zien en gunde zichzelf dan ook af en toe een dagje vrij. Het liefst ging ze op dergelijke dagen Indisch eten, iets waar Kok dol op was. Het weekend hield ze sowieso al altijd vrij van trainingen. Vrije tijd was gewoon ook belangrijk voor Kok. Met trainer Rob Kerkhoven, die haar vanaf 1966 begeleidt, kan ze het prima vinden. Iedere zwemmer met problemen kan bij hem komen en hij zal proberen er een oplossing voor te vinden. Hij heeft altijd erg hard voor de ploeg gewerkt. Soms waren er dingen niet goed geregeld of werd er een verbod op bijvoorbeeld alcohol uitgevaardigd. Zulke maatregelen hielden nooit lang stand.

Voorbereidingen op wedstrijden vraagt om opofferingen, waar weinigen een idee van hebben. Financieel was het sporten sowieso niet aantrekkelijk. Kok heeft het geluk gehad dat ze sinds 1963 een baan had bij de Nederlandse Vereniging van Handelaren in Brandstoffen, met een baas die meewerkte om het sporten mogelijk te maken. In 1967 werkt ze voor één seizoen in Valkenburg. Haar ouders hebben altijd moeten bijspringen, omdat ze te weinig verdiende om alles te betalen, zoals kleding, eten, kostgeld en zwembadabonnementen.

Maar als topsporter staat er veel tegenover de vele opofferingen. Het reizen, de successen en de vriendschap die je overal ontmoet. Maar topsport is geen vrije tijdsbesteding meer en begeleiding is onontbeerlijk. Ook moet je het geluk hebben dat je ouders bereid zijn om bij te springen. Anders dan vroeger moet nu het hele jaar getraind worden en niet alleen in het zomerseizoen.

Een ander punt is de publiciteit. De laatste 10 jaren is de belangstelling voor (top)sport enorm toegenomen. Als je vaak nieuws bent, is dat een behoorlijk zware bezigheid. Kok probeert zich niet teveel aan te trekken van alle aandacht, maar soms vindt ze het wel lastig om met negatieve berichtgeving om te gaan. Kortom: het voorgaande geeft aan dat de sport zich voor sportmensen veel sneller heeft ontwikkeld dan de buitenwereld denkt en weet. Gelukkig is de begeleiding vanuit de Zwembond prima te noemen. Kok wil een lans breken voor de onbekendheid bij het grote publiek over al deze zaken. Mensen kunnen ook heel hard zijn. Overwinningen worden uitgebreid gevierd, maar bij een nederlaag valt er een doodse stilte. Maar er is op ieder nummer altijd maar één winnaar en verliezers verdienen meestal ook waardering.

Kok heeft haar prestaties vanaf 1964 precies bijgehouden in twee boekjes, met de titel Trainingslogboek. Ooit ingesteld door Forbes Carlile en handig om bij te houden hoe de prestaties in vergelijking tot de trainingsarbeid verliepen. In de boekjes vind je: de afgelegde afstand in kilometers, conditietraining en slaap. Daarnaast is er ruimte voor aantekeningen. Carlile plaatste daar ook wel eens opmerkingen in, net als Kok zelf bijvoorbeeld deed in Tokyo: “Iedere dag is bijna hetzelfde”. Afwisseling was,bijvoorbeeld tijdens trainingskampen, ver te zoeken en dat had ook zijn weerslag op de prestaties van de ploeg.

Voorbeeld van een week uit Kok’s Trainingslogboek

 

Het verschil tussen Kok en Amerikaanse meisjes is, dat zij al jaren eerder serieus met de sport bezig waren. Maar ze benijd ze niet, want ze worden klaargestoomd voor succes, zien in die jaren niet zoveel anders dan het zwembad en verdwijnen snel na hun topprestatie uit het nieuws. Bij Kok is er meer dan alleen zwemmen en daarom heeft ze ook 6 jaar mee kunnen draaien aan de top. Het hardst trainde ze in haar jaren bij Wil Bunschoten-van Breukelen, waar soms wel 12 kilometer per dag werd gezwommen.

Kok in ‘burger’ op een terrasje (1967)

Kok had nog wel langer onder Bunschoten willen trainen, maar toen zij en haar zus weg wilden bij HDZ, mochten ze geen lid worden van de vereniging van Bunschoten en sloten zij zich maar aan bij De Futen in Amstelveen. Elk succes wordt door het bestuur van deze vereniging gewaardeerd en dat waardeert Kok erg. Het afscheid met Wil van Bunschoten was emotioneel. Onder haar had Kok het tot Europees kampioene geschopt.

Na een paar maanden kwam ze bij Charles Ritton terecht, waarbij ze vanaf 1963 met veel plezier traint in zwembad Heiligeweg, dicht bij haar woning. Deze trainingen combineerde ze met de conditietraining bij Ome Nelis. In de winter van 1963/1964 schrijft ze in haar logboek dat ze veel conditietraining heeft gedaan, maar niet met speciale aandacht voor de vlinderslag. Vanaf februari pakt ze de draad weer serieus op.

Na Tokyo doet ze nog minder, maar zwemt ze wel eind februari een Nederlands record op de 200 m. vlinderslag. Kort na de Nederlandse kampioenschappen doet ze ook niet veel, maar zwemt ze in Boedapest een wereldrecord op de 100 m. vlinderslag. In deze tijd is er nog een groot verschil tussen training in de verschillende jaargetijden. In de winter wordt vooral aan de conditie gewerkt, in het voorjaar wordt er keihard getraind en in de zomermaanden wordt het schema aangepast aan de wedstrijden.

Badjuffrouw zwemt wereldrecords

In juni 1966 is Kok voor een feest van haar werk in Valkenburg. Zij ontmoette daar de plaatselijke Prins Carnaval en die nodigde haar uit om aanwezig te zijn bij de trekking van een loterij die op de 11e van de 11e zou plaatsvinden. Kok neemt de uitnodiging aan en samen met zus Gretta reist zij opnieuw af naar Valkenburg. De gezelligheid brengt het tweetal daar vaker, waarbij zij de voorbereidingsfeesten van Carnaval meemaken.

Ada en Gretta worden gevraagd om in het zomerseizoen van 1967 in het zwembad van Valkenburg te komen werken. Ze gaan graag op het aanbod in. In 1967 waren geen grote kampioenschappen en ze zouden er lekker kunnen trainen en bovendien plezier hebben. Gelukkig heeft ook de Zwembond, in verband met hun amateurstatus, geen bezwaar en kan het feest doorgang vinden.

Ze slapen in de caravan van hun ouders en Gretta, die besloten heeft te stoppen met zwemmen, neemt veel huishoudelijke taken voor haar rekening, terwijl Ada haar trainingen afwerkt. Samen met de pastoor zwemt Ada om 7 uur ‘s-ochtends op geïmproviseerde wijze – want zonder trainer – haar baantjes. Eigenlijk waren haar trainingen een aanfluiting en toch… zwom zij die zomer maar liefst 3 wereldrecords.

Huwelijk Gretta Kok en Toine Mevissen te Valkenburg, Ada Kok feliciteert haar zus (Auteursrechthebbende: Nationaal Archief)

Het begon tijdens het NK op 2 augustus in Groningen. Op de 200 m. vlinderslag zwemt Kok een nieuw wereldrecord in 2.22,5. Een paar weken later gaat het in Blackpool nog harder. Op de 220 yards zwemt ze 2.21,0, waarmee ze het wereldrecord op zowel de yards als de meter veroverde. Bovendien zwom Kok met de estafetteploeg nog een wereldrecord op de 4 x 110 yards. Laat Mexico maar komen, dacht ze.

In Valkenburg wordt Kok uitgebreid gehuldigd door Burgemeester en wethouders, de fanfare speelde en er werden toespraken gehouden. Gretta had inmiddels Toine (Twan), haar toekomstige man ontmoet. Ze zijn op 31 januari 1968 getrouwd en Gretta bleef in het zwembad werken, waar ze onder andere jonge pupillen traint. Prins Carnaval kwam helaas op 4 december 1966 om bij een verkeersongeluk. Een zwarte bladzijde in het verder geweldige Valkenburg-avontuur.

De jongste ridder

Ridder in de Orde van Oranje Nassau (1968)

Op 30 april 1968 wordt Ada met een smoes meegelokt met haar baas naar een huldiging in Zaandam. Ze realiseert zich dat het vandaag de dag van de lintjes is, maar tegelijkertijd verdrong zij de gedachte: Wat moet ik nou met een lintje? In Zaandam stonden bestuursleden van De Futen samen met leden van de Zwembond in de gang van het gemeentehuis. Kok werd toegesproken door burgemeester Laan. Ze werd benoemd tot Ridder in de orde van Oranje-Nassau.

Met haar 20 jaren was ze de jongste Ridder ooit benoemd. Kok vond het vooral fijn voor haar ouders, die hiermee een mooie erkenning kregen voor al het werk wat ze al die jaren achter de schermen hadden verricht. In de middag was Ada vrij en werd het thuis één groot feest met vele telegrammen, bloemstukken en vrienden die langskwamen of belden.

Uit: Het vrije volk : democratisch-socialistisch dagblad (8-8-1968)

Naast de uitreiking van de Ridderorde waren er meer contacten met het Nederlandse Koningshuis. Vlak vóór Mexico ontmoet Kok in augustus 1968 Prins Claus tijdens de Koninkrijksspelen, waarbij onder andere de grap werd gemaakt dat ze Prins Willem-Alexander maar zwemles moest gaan geven als hij 4 jaar was.

Deze grap ging een eigen leven leiden en de volgende morgen was in de krant te lezen: “Ada Kok gaat Prins Willem-Alexander zwemles” geven. Dit was niet de 1e ontmoeting met Prins Claus. Op een bijeenkomst van de Club van 144, een verzameling van sportmensen en officials was hij eregast. Kok herinnerde het zich als een ongedwongen bijeenkomst.

Koningin Juliana ontmoette ze voor het eerst in november 1964 samen met de Olympische ploeg, waarbij Kok werd gefeliciteerd met haar zilveren medaille. Het allereerste contact was was tijdens de Spelen van Tokyo, waar ze door Prinses Beatrix werd getroost na haar nederlaag tegen Sharon Stouder. Later ontving Kok een uitnodiging van de prinses voor het bijwonen van het huwelijk met Claus von Amsberg en anderhalf jaar later is zij met Gretta aanwezig bij de doopplechtigheid van Prins Willem-Alexander in de Jacobskerk in Den Haag. Kok heeft dit altijd gezien als een beloning voor het werk in de sport en zij realiseert zich dat er ook een tijd is geweest dat sportmensen overal buiten stonden.

Alleen de kampioen blijft in de herinnering

Tijdens een excursie op de Voorolympische Spelen in Mexico-City maakt Kok tijdens een excursie de keerzijde mee van hoe het er in Mexico werkelijk uitziet. Mexico-City is hypermodern, maar als zij met een aantal ploeggenoten een uitstapje maakt naar wat de Olympische roeibaan zou moeten worden, maakt zij kennis met de vreselijke armoede waaronder de bevolking lijdt.

Deelnemers voor de Vóórolympische Spelen naar Mexico. Rob van Kerkhoven (coach zwemploeg), Ada Kok , Jan Huppe (boksen), van Hemert , Heukels en Sikkens (3-10-1967, Auteursrechthebbende: Nationaal Archief)

Na 6 weken trainingskamp en nog eens 3 weken Mexico, kwam er later nog een zesweekse reis door Europa met de voorlopige Olympische selectieploeg bij. Al het trainen viel Kok best zwaar. In het weekend zocht ze vaak de nodige afleiding bij haar vriend in Valkenburg. De Zeslanden-wedstrijd in Dortmund was een aangename onderbreking. Er werd uitstekend gepresenteerd en dat kwam niet in de laatste plaats door de goede sfeer in de ploeg. Tijdens het slotdiner werd er flink gedronken en had Ada sjans met een graaf met de oer-Duitse naam Siegfried. Inmiddels was er zoveel vertrouwen dat de oudere zwemmers langer mochten blijven en er zelf voor moesten zorgen dat ze op tijd terug zouden zijn.

Na Dortmund liet bondscoach Rob Kerkhoven de ploeg zoveel en zo lang zwemmen dat ze soms bijna flauw vielen van de honger. Er komt zelfs een moment dat Kok van vermoeidheid in huilen uitbarst. Ondertussen kreeg zij ook nog allerlei uitnodigingen voor officiële verplichtingen, zoals het openen van de Boerenleenbank in Valkenburg, samen met de burgemeester. Een plezierige afleiding.

Een week na het trainingskamp in het KNVB-sportcentrum, vertrekt de Olympische ploeg begin oktober richting Mexico. Rob Kerkhoven had bij de Spaanse club een mooi 50-meterbad gevonden, waar iedereen zich al snel thuis voelde. Het was vooral wennen aan het hoogteverschil en er werd dan ook niet veel gezwommen. Verder werd er vermaak gezocht in de plaatselijke uitspanningen, waar genoten werd van Mariachis-orkestjes. Bij een bezoek aan een plaatselijke waterpolowedstrijd werd er ongelooflijk hard gejuicht, terwijl het spelniveau belabberd was. Het gejuich bleek uiteindelijk voor de aanwezige Hollandse dames. In Mexico-City bezoekt Kok voor het eerst van haar leven stierenvechten. Ze houdt het niet lang vol en verlaat kokhalzend het stadion.

In de tweede week werden de trainingen opgevoerd, zodat ook een deel van het Hollandse programma kon worden afgewerkt. Volgens Kok blijft het overigens een raadsel wat nu verstandig is voor het zwemmen van een toptijd. Voor de één is het hard trainen, terwijl de ander weer baat heeft bij de nodige ontspanning. Het blijft dan ook lastig voor trainers wat voor hun pupil het beste is en wel plan leidt tot het beste resultaat. Kok ontmoet voor het eerst Ellie Daniel, de Amerikaanse opvolgster van Sharon Stouder, die ze zonder veel moeite verslaat. Maar ja, dit zijn nog maar de Vóórolympische spelen.

Vóórolympische ploeg terug uit Mexico. Ada Kok had karretje voor bagage nodig (30-10-1967, Auteursrechthebbende: Nationaal Archief)

Na dit avontuur in Mexico wilde Rob Kerkhoven met de ploeg op recordjacht, om te kijken of de stap van 2200 m. hoogte naar zeeniveau gunstig was voor de prestaties. Kerkhoven was echter vergeten dat de zwemmers helemaal geen zin hadden om weer te vlammen. Het werd een grote mislukking. In de maanden daarna trainde Kok weinig en was ze elk weekend in Limburg te vinden. Kok deed mee aan een foto-shoot in kleding van Edgar Vos en droeg bij sommige creaties ook pruiken, waardoor ze soms onherkenbaar was. Vos bleef een goede kennis van Kok.

In januari 1968 werd het dan echt weer eens tijd om serieus te gaan trainen. De eerste wedstrijd was in Parijs en daar zwom Kok een matige 1.07,0. Ze maakte zich nog geen zorgen en ging ook weer aan de slag bij Ome Nelis en dat viel nog lang niet mee. Langzamerhand begonnen de gedachten aan de Olympische Spelen haar leven weer te bepalen. Er waren hoge verwachtingen over Kok’s kansen en dat werd breeduit geschreven. Toch voelde ze zich veel rustiger omdat ze het allemaal al eens had meegemaakt.

In april 1968 waren er selectiewedstrijden in het (inmiddels afgebroken) zwembad De Morgenstond in Den Haag. Kok was tevreden over haar resultaat. De voorlopige Olympische ploeg vertrok voor 6 weken op reis naar West-Duitsland, Tsjecho-Slowakije, Rusland, Polen en de Franse Pyreneeën. De bedoeling van Rob Kerkhoven was om, naast wedstrijden te zwemmen, pittig te trainen.

De 1e wedstrijddag in Bremen was Kok ziek en won de Amerikaanse Claudia Kolb de 200 m. vlinderslag. Er werd direct gefluisterd dat Kok bang was om te verliezen. De volgende dag won ze de 100 m. vlinderslag  in 1.05.3. Uitnodigingen om mee te doen aan wedstrijden in de VS slaat ze wijselijk af, omdat ze bang is dat de Amerikanen bij winst door haar nog harder zouden gaan trainen.

In Praag is Kok nog steeds ziek, maar ze negeert het advies om 10 dagen rust te houden. Er werd dus gewoon getraind en de wedstrijd werd als een formaliteit met niet al te beste tijden afgewikkeld. Na afloop was er tijd voor vermaak en Kok had opnieuw sjans in een nachtclub, maar hield verdere toespelingen af. De dag erna was er een demonstratiewedstrijd, waarbij de ploeg nogal balorig was. Er werd met gemak gewonnen, maar na afloop nam Kerkhoven wraak door een extra training in te lassen.

De volgende stop was Minsk in Rusland. In Rusland wordt er alles aan gedaan om topsporters het naar de zin te maken. Alleen in Moskou zijn er al 5 zwembaden waar alleen mensen komen, die moeten trainen. Dan zijn er ook nog uitgebreide maatschappelijke faciliteiten die de zwemmers tijdens hun loopbaan hebben. Kok vindt het eigenlijk ongelofelijk dat de Nederlandse ploeg op sommige nummers de Russen nog kunnen verslaan ook.

Naast trainen en wedstrijden zwemmen was er ook ruimte voor vertier. Ze leerden zelfs volkomen nieuwe vrijetijdsbestedingen kennen, zoals een Opera in Warschau. Het bleek uiteindelijk toch wel een mooie belevenis. Het slot van de reis was in Fort Romeu, een wintersportplaats waar – in opdracht van president De Gaulle – een sportcentrum is ingericht op 1800 m. Naast Franse atleten waren er ook ploegen uit andere landen welkom. Acclimatiseren was heel snel gebeurt, veel sneller dan in Mexico-City. Er werden nieuwe vriendschappen gesloten, met o.a. vijfkampers uit Groot-Brittannië. Ze werden uitgenodigd om te strippokeren, maar ze hielden het netjes.

De finale van de reis lag in Stockholm bij de Zeslanden-wedstrijd. Kok ontmoette haar vriendin Elisabeth Ljundggren en ze evenaarde in de estafette haar eigen wereldrecord op de 100 m. vlinderslag in 1.04.5. De lange reis had zo toch wel zijn nut gehad. Vooral voor de jongeren was het een enorme ervaring. Ze konden in korte tijd een schat aan wedstrijdervaring opdoen.

Als voorbereiding op Mexico reist Kok 5x per week naar het Utrechtse zwembad Den Hommel. Alleen in het weekend kon ze zich ontspannen. Het NK was in de 1e week van augustus en was de graadmeter voor de vorm. Een dag voor de daadwerkelijke wedstrijd zwem Kok de 200 m. vlinderslag in een toptijd van 2.25.0, terwijl ze helemaal niet het gevoel heeft voluit te zijn gegaan. Haar wereldrecord stond op 2.21.0 en dat record zou ze de dag erna proberen te verbeteren. Het werd helaas 2.21.1., toch wel teleurstellend.

Een week daarna worden er bij de Amerikaanse zwemkampioenschappen aan de lopende band wereldrecords gezwommen, maar de records van Kok houden stand. Inmiddels was de Olympische zwemploeg weer twee weken op hoogte gaan trainen, deze keer in het Zwitserse Sankt Moritz. Het was weer een zware dobber, waarbij Kerkhoven zijn ploeg niet ontzag. 

Drie weken voor vertrek naar Mexico was de ploeg bij elkaar gehaald en waren de Olympische Spelen al min of meer begonnen. Den Hommel werd hun huis en elke dag werd er getraind. Kok moest in deze periode vaak denken aan de race die moest komen. Ze had de records, maar dat was geen garantie voor een medaille. En de vorm moest natuurlijk ook op het juiste moment aanwezig zijn. In een sportcarrière telt alleen Olympisch goud. Een 2e of 20e plek is niet belangrijk. Kortom: tijd om weer eens te gaan trainen.

Meer informatie over Ada Kok en haar verdere leven en carrière