Voorzijde boekje

Het boekje Zwemmen! De ideale sport is een reclame-uitgave van de NV Tweka Tricotfabrieken te Geldrop. Het merk Tweka (staat voor 2K: Kwaliteit en Kleur) is in 1916 opgericht en bestaat nog steeds als onderdeel van L. ten Cate. Het boekje werd cadeau gedaan, bijvoorbeeld bij aanschaf van een badpak (adv.). Je kreeg er dan gelijk stopwol bij. Het was een overweldigend succes, mede door het feit dat er een 2e en 3e druk verschenen en omdat zwemmen in die tijd sterk in opmars was.

Ik bezit een 2e en 3e druk, maar zal hier de 3e druk behandelen. Het boekje is geschreven door S.P.J. Borsten, een autoriteit in de jaren ’30 met onder meer de Handleiding voor het droogzwemmen (1933, radiocursus) en het handboek De Zwemsport (1936) op zijn naam. Meer informatie over de geschiedenis van Tweka vind je op deze en deze website.

Voorwoord

Bij het samenstellen van het boekje is de schrijver van de gedachte uitgegaan, dat deze uitgave voor het overgrote deel in handen komt van zwemliefhebbers, die zwemmen niet bepaald als sport beoefenen, maar meer als ontspanning. Daarmee is in de samenstelling van de tekst rekening gehouden. Dat alles onder het motto van Borsten: Zwem en wees gelukkig!

Achterzijde boekje

Zwemmen

Zwemmen is inmiddels geen luxe meer, maar een gezonde ontspanning. Verheugend is het dat onze dames op zwemgebied een leidende positie in ons land gaan innemen. Onze dames gaan meer zwemmen en veroveren stormenderhand de zwemgelegenheden!

Niet iedereen is de zwemkunst tot in de perfectie machtig. Om wat meer te weten te komen over zwemmen is deze Tweka zwemhandleiding geschreven. Als de lezer de raadgevingen in het boekje in het zwembad toepast, dan zal hij of zij er verbaasd van staan hoe gemakkelijk het zwemmen is. Eigenlijk kunnen we allemaal zwemmen, als we maar wat meer vertrouwen in onszelf hebben.

Hoe moeten we zwemmen?

De kunst van zwemmen draait vooral om het gebruik van spieren en de juiste ademhaling. Als we al onze spieren loslaten dan drijven we zonder moeite. Allereerst moeten we leren drijven en daarvoor gebruiken we het ondiepe zwembassin. Daarna kunnen we aandacht aan de ademhaling schenken. Bij het zwemmen dringt de verse lucht tot in de uiterste toppen van van de longen. Voor elke zwemslag is één ademhaling nodig, waarbij natuurlijk ook de uitademing hoort. De zwemslag moet ook zo lang duren als de ademhaling.

Als je dus rustig ademt en je spieren slap houdt is er aan het zwemmen geen kunst aan. Zwemmen is immers niets anders dan je spieren slap houden en rustig ademhalen. Alleen de zwembewegingen die het lichaam vooruitstuwen moeten krachtig geschieden. Alleen dàn moeten de spieren van de armen en benen aangezet worden.

Ons zwempak

Het is natuurlijk makkelijk te raden welk zwempak de schrijver aanraadt. Juist: een TWEKA natuurlijk. De schrijver heeft er proeven mee gedaan en constateert dat het goed om je lijf zit en geen luchtbellen vormt. Een zwempak mag niet te ruim zitten. Het moet overal precies passen en aansluiten en mag niet het zwemmen niet worden uitgeknepen. TWEKA-ZWEMPAKKEN krimpen niet en zetten ook niet uit. Bovendien heeft het een elegante snit.

Advies is om gelijk maar 2 badpakken aan te schaffen, want als je na het zwemmen nog wat wilt rondlopen, dan kun je het natte zwempak uittrekken en een droge aandoen. Een zonnebad in een nat badpak is hoogst gevaarlijk! Badpakken hebben een lange levensduur. Alleen als ze puur voor het zwemmen worden gebruikt, gaan ze enkele jaren mee.

Daarnaast draag je bij voorkeur een TWEKA-trainingspak. Daarin kun je gerust ravotten of fietsen. Elke zwemmer behoort zo’n trainingspak te hebben, want als je gezwommen hebt, dan krijg je in zo’n trainingspak een behaaglijk warm gevoel en zul je geen kou vatten. Het TWEKA-TRAININGSPAK is bovendien waterdicht.

Iets over kleur-echtheid

Wollen en katoenen badpakken worden elk met verschillende soorten verf behandeld. De kleuren blijven behouden indien de badpakken behoorlijk worden gewassen en verder verzorgd worden. De kleuren zijn bestand tegen zowel water als tegen de zon. Vooral het garanderen van kleurechtheid van wollen badpakken kost veel hoofdbrekens. De wetenschap heeft het ver gebracht, maar een absolute kleurechtheid van wollen badpakken is helaas niet te garanderen.

Bepaalde kleuren zijn beter geschikt als andere. Sommige kunnen wel wasecht geverfd worden, maar niet geheel lichtecht. Tegen felle zonnestralen is op den duur vrijwel niets bestand. Genoeg over de kleuren, laten we maar eens lekker gaan zwemmen.

De schoolslag

De schoolslag bestaat uit vier bewegingen. Je begint met een gestrekte houding op een stoel of bankje of aan de hengel (figuur 1):

  1. Roei je armen tot op schouderhoogte (figuur 2)
  2. Je brengt je handen nu ze snel mogelijk onder de kin en de knieën opzij. De hakken schuin naar elkaar toe (figuur 3)
  3. Vervolgens breng je de handen langzaam naar voren en geef je het water een flinke trap zijwaarts met beide benen (figuur 4)
  4. Daarna sluit je meteen die benen (figuur 1).

Je kunt deze oefeningen prima thuis doen op een stoel of een bankje. Als je de bewegingen van buiten kunt, dan kun je natuurlijk veel gauwer in het water zwemmen. Bij de wedstrijdschoolslag brengt de zwemmer de handen plat naar voren (zie figuur 5, 6 en 7). Dan komen het hoofd en de borst hoger op het water te liggen, zodat de tegenstand in het water ook belangrijk minder wordt. Je moet echter zorgen, dat je de handen niet naar beneden stuurt, maar met de nagels nog net onder de oppervlakte van het water blijft.

Als je nu de gewone schoolslag kunt zwemmen, dan probeer je maar eens de wedstrijdschoolslag. Maar niet eerder hoor!

De crawlslag

Crawlzwemmen wordt gezien als een moderne zwemslag, maar eigenlijk bestaat deze slag al enkele duizenden jaren. Er zijn bij opgravingen vazen gevonden uit 800 v. Chr., waarop vluchtende soldaten zijn afgebeeld die met de crawlslag een rivier over zwemmen. Daaruit lijkt wel, dat het een natuurlijke zwemslag is.

Dan klinkt het misschien vreemd dat deze zwemwijze niet direct wordt geleerd. Dat is wel geprobeerd, maar men heeft er nog niet de juiste methode voor gevonden. Het is ook niet zo erg gemakkelijk en daarom leren en beoefenen we het pas, wanneer we schoolslag kunnen zwemmen en een behoorlijk uithoudingsvermogen hebben.

De slag wordt zoveel mogelijk gestrekt uitgevoerd en het hoofd mag niet recht uit het water steken.

  1. Nu wordt eerst de rechterarm in licht gebogen houding naar voren gebracht, bijna tegen het achterhoofd bij de oren (figuur 8)
  2. De mond open voor de ademhaling. De benen die gestrekt zijn, beginnen vanaf de knieën de crawlbewegingen te maken. Nu moeten de benen en de voeten losjes heen en weer bewegen, zodat je een imitatie krijgt van een bootschroef, maar zo dat de knieën op gelijke hoogte blijven. Het onderste deel van de benen – vanaf de knieën – moeten dus snel zwiepen (figuur 9)
  3. Wanneer die benen dan snel op en neer gebracht worden, dan haal je de rechterarm in licht gebogen houding door het water naar het dijbeen toe en zodra je dat doet, komt de linkerarm ook in actie. Wanneer de rechterhand boven het hoofd, precies in de lengte-as van je lichaam in het water is, dan is de linkerhand op dat moment bij het dijbeen. Trek je de rechterarm door het water, dan wordt de linkerarm op dezelfde wijze als de rechterarm over het water naar het hoofd gebracht en het gelaat wordt dan op het water gekeerd (figuur 10)

De uitademing gaat bij voorkeur door de neus. Het gehele gezicht is dus tot de oren onder water. Wanneer nu de rechterarm bij het dijbeen is, wordt de linkerarm ook met een licht gebogen houding door het water gehaald. Nu is het maar de kwestie, dat de handen steeds even ver van elkaar af zijn (figuur 8). Er moet dus op een zuivere regelmaat van de armslag gelet worden, terwijl de benen ook regelmatig bewogen moeten worden.

Er moeten tenminste 4 beenbewegingen gemaakt worden op 2 armslagen. Dus 2 voor de linker- en 2 voor de rechterarm. Meer beenbewegingen is nog beter. Van voren gezien ziet zo’n zwemmer er dan uit als in figuur 11. Een en ander vereist wel enig geduld om het te leren. Hoe soepeler het lichaam hoe beter!

De rugcrawl

De rugcrawl is een zeer mooie zwemwijze. Je wilt natuurlijk weten hoe dat in zijn werk gaat. Ik zal dan maar beginnen moet een paar droge oefeningen uit te leggen.

De houding van de rugcrawl kan ik het best verklaren door in een luie houding op een diepe clubfauteuil languit te gaan liggen en wel zo, dat je benen gestrekt op de grond rusten en je hoofd precies op de rand van de clubfauteuil ligt. Je grote tenen laat je naar elkaar toekijken zoals bij de borstcrawl.

De beenbewegingen zijn weer iets lastiger, maar je kunt die je het beste indenken, wanneer je in zo’n houding een bal met je kleine teen zou willen wegschoppen. Dat is precies de beenbeweging voor de rugcrawl. De knieën mogen in geen geval opgetrokken worden. De voeten worden dus telkens met gebogen enkels naar boven getrapt zonder dat ze uit het water mogen komen.

Ook hier minstens 4 beenbewegingen voor beide armen. Het water wordt dus als het ware naar boven geworpen. Die halfliggende houding in het water moet zó zijn, dat je nog net over het water kunt kijken.

  1. De rechterarm wordt nu eerst boven het hoofd in het water gelegd. De hand lepelvormig gehouden en in een wijde boog naar de heup doorgetrokken om er dan weer losjes uitgehaald te worden (figuur 12)
  2. Ook hier is regelmaat noodzakelijk. Wanneer dus de ene arm halverwege in het water is, dan is de andere arm op dat moment boven het water (figuur 13)
  3. Vanzelfsprekend moet op elke volle slag – dat is dus met de beide armen – uit- en ingeademd worden. Als je nu eens aan de kant van het water gaat staan, dan ziet de rugcrawl er van bovenop gezien precies als volgt uit (figuur 14)

De enkelvoudige rugslag

Een eenvoudiger manier van rugzwemmen leer je wanneer je bezig bent voor je diploma als geoefend zwemmer. Je gaat gewoon op je rug in het water liggen en houdt beide handen tegen de zij aan (figuur 15). Met je benen hoef je niets anders te doen dan schoolslag te zwemmen. Het hoofd moet je niet teveel naar achteren houden, want dan heb je grote kans dat er water in je neusgaten komt en zo naar je luchtpijp vloeit.

Je moet dus krachtig met je benen zijwaarts slaan. Als je op die manier kunt rugzwemmen, kun je later nog je armen gebruiken, door ze gelijktijdig boven je hoofd in het water te steken en met een grote boog naar de heupen toe roeien. Dat is ook wel een prettige manier om te zwemmen en je schiet er flink mee op.

Het starten

Om een goede starthouding aan te nemen moet je figuur 16 maar eens goed bekijken. Dan zie je die dame daar in een goede starthouding staan. De tenen moeten even over de rand van de bassinwand komen. Dan buk je zover door, dat je nog juist in evenwicht blijft en en breng dan de armen naar achteren. Wanneer je nu de start goed wilt uitvoeren, moet je de armen snel naar voren brengen en tegelijkertijd het lichaam meegeven en dan krachtig met de benen afzetten. Dat vereist wel enige oefening.

Wanneer je nu wegspringt, dan worden de armen langs de oren gelegd en vervolgens duik je zo plat mogelijk in het water en wel zo dat het lichaam ten hoogste een halve meter diep in het water komt. Je laat je uitdrijven en wanneer je voelt dat de snelheid minder wordt, mag je pas de zwemslag inzetten.

Nu hebben de meeste zwemmers wel eens last met de benen bij het starten. Zodra de benen van de kant af zijn, slaan ze dubbel. Dat kun je gemakkelijk afleren. Bij de starthouding staan de benen 15 à 20 cm. van elkaar af. Wanneer je nu wegspringt zorg je dat de beide enkels elkaar raken. Dan blijven de benen gestrekt.

Hoe sneller de start is, hoe sneller de start is, des te gemakkelijker kom je voor te liggen!

Het keeren

Het maken van keerpunten schijnt heel moeilijk te zijn. Je leest zo dikwijls in de kranten dat zwemmers een keerpunt missen. Bij wedstrijden moet je het keerpunt aanraken en dat is voor alle zwemslagen heel verschillend:

  • Bij de schoolslag moeten de keerpunten met beide handen tegelijkertijd aangeraakt worden
  • Bij de borstcrawl maakt het niet uit, zolang de keerpuntcommissaris het maar kan zien
  • Bij de rugcrawl of bij het rugzwemmen moet het keerpunt op de rug en met één hand aangeraakt worden.

Bij het schoolslagzwemmen trekt de zwemmer zich bij het keerpunt enigszins op, draait dan snel om en duikt dan verder onder water door, precies als bij het starten. Dus de armen langs de oren. Bij het rugzwemmen tikt hij met de hand het keerpunt aan en draait zich dan om op de borst en zet dan met beide benen van de wand ruglings af om vervolgens weer de rugslag voort te zetten.

Bij de borstcrawl raakt men het keerpunt aan met de hand die het eerste vóór ligt. Dan stuurt men met de hand enigszins naar beneden, waarop dan tegelijkertijd het lichaam gedraaid wordt en wel zo, dat men met de voeten krachtig kan afzetten. Het lichaam gaat dan eerst op dezelfde wijze als bij het starten door het water en vervolgens wordt er weer verder gecrawld.

Het is aanbevelenswaardig om het keren zo langzaam mogelijk te leren, zodat men zich voldoende rekenschap kan geven hoe het keren het best kan geschieden.

Het schoonspringen

De mensen verwarren duiken steeds met springen. Kijk; duiken is wanneer ik in het water zwem en duik dan plotseling naar beneden om iets van de bodem te zoeken. Dat is duiken. Maar wanneer je van een plank af in het water terecht komt, noemen ze dat springen. En wanneer je van de plank een paar buitelingen maakt, noemen ze dat schoonspringen. Tenminste, als je het netjes doet, want anders lachen ze je nog uit op de koop toe.

Als je nog nooit van de plank gesprongen hebt, en je zou het eens een keer proberen, dan gebeurt het wel eens dat je op je buik terecht komt en dat is een pijnlijke geschiedenis. Weet je hoe je het springen van een plank het best kunt leren? Zie figuur 17, dan zal je daar wel gemakkelijk uit wijs worden. Je gaat op die manier aan de kant van het bassin of de springplank knielen en je laat dan voorover in het water vallen. Je benen komen niet krampachtig maar los na.

Kun je dit gemakkelijk uitvoeren, dan kun je het staand op de plank uitvoeren. Als je het goed kunt, dan zet je op de plank flink af en wipt dan even naar boven en zo het water in. Zodra je in het water komt, werp je het hoofd in de nek en dan kom je direct boven. Er is nog veel meer te vertellen over schoonspringen, maar dat zou me te ver voeren. In de zwemclubs kunnen ze je daar wel verder mee helpen.

 

Ik geloof nu wel, dat je met deze handleiding heel wat meer van het zwemmen weet en dat je aan de hand hiervan en de foto’s ongetwijfeld veel kunt leren. Nu luitjes: Zwem en wees gelukkig.