Dit boekje verscheen in 1995 bij La Rivière en Voorhoeve en is geïllustreerd door Dagmar Geisler. Het is geschikt voor kinderen vanaf 6 jaar en omvat 43 pagina’s.

Tweeling Mia en Pia zijn op bezoek bij tweeling Tim en Tom. Dat wordt vast lachen. Ze gaan met z’n 4-en op de fiets naar het zwembad. Een agent houdt ze tegen. Hij weet niet wat hij ziet. Ziet hij soms alles dubbel. Van beide tweelingen gaat er één een kaartje kopen bij de kassa. Daarna komen de andere twee. Zij beweren al betaald te hebben. De truc lukt en zo hebben ze 5 gulden verdiend!

Ze horen een jongen tegen een andere opscheppen dat hij heel hard kan zwemmen. Pia bedenkt een plannetje, waarbij Mia niet gezien mag worden. Ze daagt de twee jongens uit voor een wedstrijdje. Na het startsein duiken de jongens in het water, maar blijft Pia gewoon staan, terwijl Mia onder water wacht en tot 10 telt. De jongens weten niet wat ze meemaken. Mia tikt als eerste de kant aan, terwijl de jongens hijgend aan komen zwemmen. Ze kunnen niet geloven dat Pia (Mia) zo hard heeft gezwommen.

De twee tweelingen hebben dikke pret om de geslaagde grap. Ze besluiten van de 5 gulden ijs te gaan halen. Overal worden ze nagestaard, vooral door een dikke vent. Als Mia haar tong uitsteekt en Tim vetzak mompelt, komt hij achter de tweelingen aan. Uiteraard is hij veel te langzaam en daarom waggelt hij naar de badmeester waar hij zijn beklag doet.

De tweelingen ontkennen iets gedaan te hebben, maar wie is nu wie? Uiteindelijk komt de dikke man er niet uit en druipt scheldend af. De tweelingen moeten aan de badmeester beloven om geen kattenkwaad meer uit te halen. Maar ja, een tweeling, die moeten toch wel grapjes uithalen?