Zwemspelletjes

Zwemmen gebeurt op een speelse manier en daarbij horen natuurlijk ook spelletjes. Onderwijzer C.W. Schraa schreef verschillende boeken over spelletjes, bijvoorbeeld:

  • Binnenspelletjes voor jong en oud
  • Buitenspelletjes voor jong en oud
  • Denkspelletjes en
  • Spelletjes voor peuters en kleuters

En natuurlijk ook dit boek over zwemspelletjes, in 1978 verschenen bij Cantecleer. Bijna 40 jaar geleden, dus deels wel wat gedateerd, maar aan de andere kant wel zo’n beetje het enige boek in z’n soort. De auteur somt maar liefst 320 spelletjes op, verdeeld over de volgende hoofdstukken:

  1. Springen
  2. Duiken en opduiken
  3. Zwemmen
  4. Met de bal
  5. Met de band
  6. Met het luchtbed
  7. Spel en plezier
  8. Lied en avontuur
  9. Op het veld.

Hieronder volgt een opsomming van alle in het boek genoemde spelletjes met per hoofdstuk één of meer uitgewerkt(e) spel(len). Ben je nieuwsgierig naar de behorende bij een spel? Schrijf dit dan bij de opmerking (nummer en naam). Ik zal daar dan de tekst van het betreffende spel uitwerken en het tevens in deze blog opnemen.

Springen
Springen, gewoon springen, met de voeten naar beneden. Het kan ook in het ondiepe, maar niet al te ondiep, ongeveer 120 cm. Veel kampeerterreinen met een zwembad of natuurbad, moeten het zonder badmeester stellen. In dat geval mag de zwemgelegenheid maximaal 150 cm. diep zijn. In een zwembad met een diep en een ondiep bassin doen we deze springspelletjes uiteraard in het diepe gedeelte; we kunnen immers zwemmen!

  • Andreaskruissprong (01)
  • Schanssprong (03)
  • Schaatsenrijsprong (04)
  • Ooievaarsprong (05)
  • Kleermakerszitsprong (06)
  • Turkse zitsprong (07)
  • Hondesprong (09)
  • Bommetje (10)
  • Chinees bommetje (11)
  • Japans bommetje (12)
  • Hoogklapsprong

    Hoogklapsprong (13)
    We springen op en tijdens de sprong klappen we hoog boven het hoofd de handen tegen elkaar

  • Potje warm houden (14)
  • Zijklapsprong (15)
  • Bilklapsprong (16)
  • Knieklapsprong (17)
  • Klap-plons (18)
  • Quintencirkel (19)
  • Spreidsluitsprong (20)
  • Dubbele spreidsluitsprong (21)
  • Vliegersprong (22)
  • Dubbele vliegersprong (23)
  • Kangoeroesprong (24)
  • Hazesprong (25)
  • Slangesprong (26)
  • Flipperplof (27)
  • Bochtjessprong (28)
  • Kringmakerssprong (29)
  • Tuiltjessprong (30)
  • Wiegekindsprong (31)
  • Tweelingsprong (32)

    Tweelingsprong

    Twee, ongeveer even grote kinderen gaan naast elkaar staan, heffen de armen die aan de binnenkant zitten, omhoog, houden de buitenste arm strak naar beneden en springen precies tegelijk. Dit kan leuk voorbereid worden. We studeren een om meer ‘onwillekeurige’ bewegingen in. Bijvoorbeeld: een ongemerkt schouderschokje, eigenaardig met de heup wiegen, even de neus optrekken, eenknipoogje, aan ons oorlelletje trekken of eraan peuteren, op de lip bijten of wat dan ook. Voor we de sprong nemen, proberen we dit gelijktijdig uit te voeren./li>

  • Moeder en tweeling (33)
  • Weerberichtsprong (34)
  • Onverschillige sprong (35)
  • Scheersprong (36)
  • Sprongetjes (37)

Duiken en opduiken
Waarschuwing: Controleer van tevoren of het water diep genoeg is om erin te kunnen duiken. Vraag het maar aan de badmeester. We duiken in het diepe in alle mogelijke houdingen en richtingen, maar als we met het water in aanraking komen, zijn hoofd en armen schuin naar beneden gericht. Bij een opduik gaat het in tegengestelde richting schuin naar boven.

  • Handenhoogduik (38)
  • Vliegerduik (39)
  • Dubbele vliegerduik (40)
  • Zwaluwstaartduik (41)
  • Spreidsluitduik (42)
  • Dubbele spreidsluitduik (43)
  • Hoogklapduik (44)
  • Vliegmachineduik (45)
  • Potjepoeptuimel (46)
  • Ooievaarsduik (47)
  • Kikkerduik (48)
  • Hazeduik (49)
  • Hondjesduik (50)
  • Dolfijn-opduik (52)
  • Onderdoorduik (53)
  • Overheenduik (54)
  • Poortduik (56)
  • Bochtjesduik (58)
  • Tweelingduik (59)
  • Zijwaartse duik (60)
  • Zeemeerminneduik

    Zeemeerminneduik (61)
    Daar is ze hoor. De schone jonkvrouw. Zij staat andersom, met de rug naar het water gekeerd, iets achterover gebogen, de armen omhoog in dezelfde lijn. Dan zet zij af en duikt achterwaarts het water in.

  • Zeemeerminneduik met opduik (62)
  • Troelaladuik (63)
  • Keeperduik (64)
  • Radslag op het water (65)
  • Voetgreepduik (66)
  • Op de schouders (67)
  • Op de handen (68)
  • Flipperduik (69)
  • Wegweesduik (70)
  • Kereweer (71)
  • Haarknipduik (72)
  • Gewichtheffen (73)
  • Zwevende-bordjes-duik (74)

    Zwevende bordjes duik

    Bordjes opduiken. Dat hebben we meer gedaan. Het was een onderdeel van het afzwemmen. We moesten wachten tot de bordjes op de bodem lagen. Met dit spelletje wachten we niet. Zodra het laatste bordje het wateroppervlak raakt, duiken we er achteraan. De bordjes hebben de bodem nog niet bereikt, maar we pakken ze en komen er mee boven. De bedoeling is om zo veel mogelijk bordjes mee te nemen. Komen er toch bordjes op de bodem te liggen, dan halen we ze later op.

  • Kop-en-schotel-duik (75)
  • Stuiterballet (77)
  • Onne of even (78)
  • Het kettinkje (79)
  • Lepeltjes-duik (80)
  • Kopjeroer (81)
  • Kwartje wisselen (82)
  • Ieder met een opdracht (83)
  • Dobbelsteenduik (84)
  • De koh-i-noor (85)
  • Praatje (86)

Zwemmen
In het diepe of het half-diepe.

  • Zeemeerminneslag (87)
  • Dolfijneslag (88)
  • Hondjeszwemmen (89)
  • Kikkerslag (90)
  • Haaieslag (91)
  • Olifanteslag (92)
  • Kreefteslag (93)
  • Krabbelslag (94)
  • Inktviszwemmen (95)
  • Scholleslag (96)
  • Palingslag (97)
  • Zeepaardjesslag

    Zeepaardjesslag (98)
    We hangen in het water, de onderbenen schuin naar achteren, de bovenbenen blijven recht. Evenals een zeepaardje zinken we zo naar beneden en stijgen zo naar boven. Misschien komen we nog vooruit ook. Het zeepaardje, de vis met een paardehoofd en een gekrulde staart, heb je vast wel eens een diepzee-aquarium gezien. Wij kunnen onze benen niet krullen, maar wel korter maken door onze onderbenen op te trekken.

  • Palingspel (99)
  • Ooivaarslag (100)
  • Mussehipslag (101)
  • Eendewaggelslag (102)
  • Strandvlooienslag (103)
  • Eend met kuikens (104)
  • Zwaluwstaartslag (105)
  • Kangoeroeslag (106)
  • Kikkervisjesslag (107)
  • Flipperslag (108)
  • Raderslag (109)
  • Wisselraderslag (110)
  • Voetgreepslag (111)
  • Briefwisselingslag (112)
  • Voetzoeker (113)
  • Elastieken poppetje (114)
  • Zwemkrijgertje (115)
  • Onderduikkrijgertje (116)
  • Deze vuist op deze vuist (117)
  • Deze voet oo deze voet (118)
  • Zaaien (119)
  • Bloemen plukken (120)
  • Appels plukken (121)
  • Koppeltje duikelen (122)

    Koppeltje duikelen

    In het water natuurlijk. Iedereen doet het, dus waarom zouden wij het niet kunnen. Het gaat, maar nu achter elkaar. Twee, drie keer. Zo komen we nog vooruit ook. Wie het verst komt met één, twee, drie keer duikelen.

  • Koppeltje duikelen en appels plukken (123)
  • Achterover koppeltje duikelen (124)
  • Onderdoorslag (125)
  • Drijvende walvis (126)
  • Overheenslag (127)
  • Zwemmende bok (128)
  • Golflijnslag (129)
  • Tussendoor (130)
  • Dolende poorten (131)
  • Uit- en aankleden in het water (132)
  • Dag meneer (133)
  • Deftig zwemmen (134)
  • Fietsen (135)
  • Scharen (136)
  • Polonaise (137)
  • Babbeltje (138)

Met de bal
Zwemspelletjes waar we een of meer ballen bij nodig hebben, al of niet in combinatie met andere attributen, luchtbedden, enz. Het kunnen alle mogelijke ballen zijn, tot pingpongballetjes toe, behalve een voetbal, die hoort in het water niet thuis. We doen deze spelletjes in het half-ondiepe, 120 tot 150 cm., of in het diepe. Wordt erbij gedoken, dan gaan we alleen in het diepe.

  • Baltiksprong (139)

    Bal op hoofd sprong

  • Baltikduik (140)
  • Kopbalsprong (141)
  • Kopbalduik (142)
  • Voetbalsprong (143)
  • Hielbalsprong (144)
  • Hoogbalsprong (145)
  • Zij-ballonnen (146)
  • Bal-op-het-hoofd-sprong (147)
    Deze en de volgende nummers kunnen heel mooi met een strandbal. De bal midden op het hoofd houden en met de binnenkant van de handen neerdrukken. Ook nu weer vast blijven houden. De bal heeft ook een wil en voor we het weten is hij onder onze handen vandaan geglipt.
  • Bal-tegen-rug-sprong (149)
  • Bal-onder-armen-sprong (150)
  • Bal-in-knieën-sprong (151)
  • Zitbalsprong of balzitsprong (152)
  • Bal tegen lichaam sprong

    Bal-tegen-lichaam-sprong (153)
    In aanmerking komen de plaatsen in de voorgaande nummers:

    • tegen de borst
    • hoger of lager tegen de buik
    • geklemd tussen de benen
    • geklemd tussen de voeten
    • gebukt staand tegen de dijen
    • tegen de schenen
    • tegen de kuiten
    • verder bukkend op de voeten op de gespreide handenNog een sprong met een aparte naam, ‘balorig’, tegen ieder oor een grote bal, of wat we nog meer weten te verzinnen. Een aardige variant: naast elkaar op een rij gaan staan, ieder met een of twee ballen en allemaal onze eigen bal-tegen-het-lichaam-sprong.
  • Balvangsprong (154)
  • Balkeepduik (155)
  • Jongleersprong (156)
  • Bal-onder-knie-door-sprong (157)
  • Dubbele-bal-onder-knie-sprong (158)
  • Bal-tussen-voeten-slag (159)
  • Baldrijfslag (160)
  • Nettensleep (161)
  • Fopbal (162)
  • Rarara wie heeft de bal (163)
  • Balkrijgertje (164)
  • Balstoei (165)
  • Waterrugby (166)
  • Duikelbal (167)
  • Band verdedigen (168)
  • Ballendans (169)
  • Emmerduik (170)
  • Een zware tocht (171)
  • In band gooien (172)
  • Balle-hang (173)
  • Ballenschommel (174)
  • Paal-heilige (175)
  • Een X maken en draaien (176)
  • Wiebel-wiebel (177)
  • Balrugslag (178)
  • Flipperbalrugslag (179)
  • Zeehondendressuur (180)
  • Ballenvergaar (181)
  • Jokerbal (182)
  • Ballen rapen (183)

Met de band
Diverse speelbanden, armbanden ook wel vleugeltjes genoemd, autobanden en fietsbanden. Bij een autoband en een fietsband wordt het ventiel door omwoeling of op een andere wijze weggewerkt.

  • Bandstoei

    Bandstoei (184)
    Om vertrouwd met de band te raken. We gooien liefst verschillende soorten banden in het water, springen of duiken ze na. Doen wie er het eerst bij is, er op zit of wie het hardste trekt.

  • Insprong (185)
  • Induik (186)
  • Opduik (187)
  • In-en-in-en-in (188)
  • Op-en-op (189)
  • In-en-op (190)
  • Kinderwagen (191)
  • Voetensleep (192)
  • Autoband verwisselen (193)
  • Toren van Babel (194)
  • Scheve toren van Pisa (195)
  • Piramide van Austerlitz (196)
  • Dubbele trap (197)
  • Wippen

    Wippen (198)
    Met z’n tweeën zitten we ieder aan een kant van een autoband. We gaan wippen. Hoe hoger en hoe dieper, hoe mooier. Eerst zitten we met de benen naar binnen, vervolgens naar buiten, met de ruggen naar elkaar toe. We kunnen ook achter elkaar gaan zitten als op een paard, de achterste met de voeten naar binnen, de andere naar buiten. Af en toe valt er één af. De andere wordt topzwaar en kiepert ook.

  • Bandfietsen (199)
  • Molentje (200)
  • Hoepelen (201)
  • Slangemens (202)
  • Vlotje varen (203)
  • Slalom (204)
  • Dag mevrouw (205)
  • Hoepelduiken (206)
  • In de put zitten (207)
  • Enorme band (208)
  • Hoorn van overvloed (209)

Met het luchtbed
Spelletjes met luchtbedden, vlotten (rechthoekige of vierkante schuimrubber platen) en oefenplankjes.

  • Bobsleezit (210)
  • Bobsleekeerzit (211)
  • Bobsleelig (212)
  • Bobsleesta (213)
  • Quick-quick-slow (214)
  • Luchtbedkoprol (215)
  • Roeien (216)
  • Peddelen (217)
  • Wrikken (218)
  • Luchtbedzwemmen (219)
  • Bellen blazen

    Bellen blazen (220)
    We dobberen op ons luchtbed, helemaal alleen en hebben een stenen pijp, zo’n echte ouderwetse, bij ons plus een potje zeepsop. Zorg dat dit niet omvalt. En nu maar soppen en blazen. De bellen dwarrelen overal rond.

  • Poppenkamer (221)
  • Welterusten (222)
  • Kleren verwisselen (223)
  • Op visite (224)
  • Kielhalen (225)
  • Luchtbeddenvlotbrug (226)
  • Speedboat (227)
  • De ijsbreker (228)
  • Schotsen lopen (229)
  • De ijsberg (230)
  • Tot zinken brengen (231)
  • Op stapel zetten (232)
  • Met man en muis vergaan (233)
  • Uit de boot vallen (234)
  • Uit de koers raken (235)
  • Alle hens aan dek (236)
  • Uitbeelden (237)

Spel en plezier
Een bonte mengeling van spelletjes en spelen voor zowel in het diepe als in het ondiepe water.

  • In spin (238)
  • Stijve Lize in het bad (239)
  • Touwtrekken (240)
  • La la kerme la (241)
  • IJ …ij (242)
  • De boom die wordt hoe langer hoe dikker (243)
  • Ik zou zo graag een ketting breien (244)
  • Maatfles vullen (245)
  • Was ophangen (246)
  • Jonas in de wallevis (247)
  • Visnet (248)
  • Lummelen (249)
  • Stand (250)
  • Zaklopen (251)
  • Scheren (252)
  • Jager (253)
  • Fluisteren (254)
  • Ja of nee (255)
  • Ringwerpen (256)
  • Ballonnenkoopman

    De ballonnenkoopman (257)
    Drie autobanden liggen naast elkaar, aan elkaar gebonden. De ballonnenkoopman zit op de middelste band en houdt de stok met de ballonnen omhoog. Aan iedere kant op de buitenste banden zit iemand om hem te helpen. Want iedereen die zich zwemmend komt melden krijgt een ballon. Een voor een alsjeblieft. We kunnen niet heksen. Het wordt een bont schouwspel boven het bad.

  • Versierde luchtbedden (258)

Lied en avontuur

  • ‘k Zag twee beren (259)
  • ‘k Heb mijn wagen (260)
  • Jan Huigen (261)
    In het diepe.
    We zitten bovenop een autoband. Hoe, dat doet er niet toe, maar we zingen en schommelen en bij ‘viel in duigen’ laten we ons in het water vallen. Om het echter te maken, kunnen we twee autobanden op elkaar leggen. Deze schuiven onder het wiebelen van elkaar en de ton valt in duigen.

    Jan Huigen

    “Jan Huigen in de ton
    Met een hoepeltje erom
    Jan Huigen, Jan Huigen
    En de ton die viel in duigen.”

  • Najade (262)
  • Het monster van Loch-Ness (263)
  • Al die willen (264)
  • Berend Botje (265)
  • Kat en muis (266)
  • Volksverhuizing (267)
  • Het schrijverke (268)
  • De kleine zeemeermin (269)
  • Waterpartij (270)
  • Voetenparade (271)
  • Onder moeders paraplu (272)
  • Daar was laatst (273)
  • Lampionnenvaart (274)
    Tegen de avond, in het schemerdonker.
    We varen, dommelen op een luchtbed, autoband of vlot. De lampions gaan mee. We maken er zoveel als we kunnen. Vooral suikerbieten lenen zich hier goed voor. En wat denk je van een uitgeholde meloen of een grote grapefruit? Enkele dwaallichtjes dobberen zomaar op een klein vlotje of een oefenplankje. Brandgevaar? Welnee, het water is overal vlakbij. Maar mooi is het wel. Fantastisch!
  • Mussehip (275)
  • Kikkerhup (276)
  • Kangoeroeloop (277)
  • Hazeslaap (278)
  • Konijneloop (279)
  • Kabouterloop

    Kabouterloop of koppeltjebeentje (280)
    We lopen in de looppas en slaan daarbij beurtelings met de linker- en rechterhiel tegen de billen. Wanneer we dit heel snel doen, de kabouter heeft haast, dan is het net of onder benenaan de koppeltje duiken zijn

  • Lammergedartel (281)
  • Gekke-honde-loop (282)
  • Hanestap (283)
  • Kippestuk (284)
  • Eendewaggel (285)
  • Kreefteloop (286)
  • Krabbeloop (287)
  • Jan-van-Gent-loop (288)
  • Strandvlooienspel (289)
  • Spinnetje spelen (290)
  • Schorpioentje spelen (291)
  • Tijgersluip (292)
  • Schildpaddeloop (293)
  • Cavialoop (294)
  • Egelloop (295)
  • Kameelrijden

    Kameelrijden (296)
    Paardje rijden kunnen we wel, gewoon op iemands rug zitten, maar nu gaan we kameelrijden! We spelen het met z’n tweeën. De een is kameel en de ander ruiter. De kameel ligt geknield. Zo noemen ze dat. Wij knielen ook, leggen onze handen voor ons op de grond en vouwen onze armen, we steunen er op vanaf onze vingertoppen tot de ellebogen. ‘Kameeltje lig je lekker?’ vragen we. We klimmen op zijn rug. Dat gaat gemakkelijk. Nu nog omhoog. Eerst de armen, ‘voorbenen’ zogezegd. De handen worden achteruit geschoven, de armen gestrekt en de kameel steunt op z’n handen. Zo gaat het nog wel. Alleen hellen we iets achterover en moeten we ons aan de schouders van het dier vasthouden. Nu de benen! De kameel strekt zijn benen om op de voeten te steunen en het achterlichaam vliegt omhoog. Dat houden we niet. We tuimelen voorover. Nog eens proberen. Weer hetzelfde. Op de schouders afzetten helpt ook niet want we vallen juist in die richting. Ook als een ander ons vasthoudt lukt het niet, dan glijden we naar voren. Uiteindelijk lukt het, we blijven werkelijk zitten en nu kan de kameel gaan lopen. Vanzelfsprekend wisselen kameel en ruiter elkaar af.

  • Zwaluwzweef (297)
  • Nestje bouwen (298)
  • Apenspel (299)
  • Kindje op moeders schoot (300)
  • Radarwerk (301)
  • Bruggetje (302)
  • Fietsen (303)
  • Scharen (304)
  • Handstand (305)
  • Op de handen lopen (306)
  • Radslag (307)
  • Arabier (308)
  • Lopende bok (309)
  • Zwaantje (310)
  • Balzithup (311)
  • Polstokhinkel (312)
  • Hinkeltik (313)
  • Knevelen (314)
  • Cirkelpingpong of doorlopertje (315)
  • Ziekenhuisje (316)
  • Galle (317)
  • Stiltespel (318)
  • Luisteren en tellen (319)
  • Opsomming (320)