
In 1949 worden de zes beste landen van de Olympische Spelen van Londen door de Italiaanse Zwembond uitgenodigd om deel te nemen aan het toernooi om de Trofeo Italia. Bij gebrek aan een officieel wereldkampioenschap gaan de teams in Milaan en Genua de strijd aan, met als inzet de officieuze wereldtitel. Ook het Nederlandse waterpoloteam reist af naar Italië. Dat is in die tijd een hele onderneming. In dit artikel lees je alles over hun succesvolle prestaties, afgewisseld met de belevenissen van dag tot dag.
De eerste naoorlogse Olympische Spelen vinden in 1948 plaats in Londen. Hier behalen de Nederlandse waterpoloërs een fantastische derde plek. Door deze ijzersterke prestatie worden ze door de Italiaanse zwembond FIN uitgenodigd om in 1949 deel te nemen aan het eerste toernooi om de Trofeo Italia. Samen met de andere teams uit de top zes van Londen gaan de Nederlandse waterpoloërs van 5 tot en met 11 september in Milaan en Genua strijden om de hoogste eer. In bondsblad de Zwemkroniek wordt het toernooi al het officieuze wereldkampioenschap genoemd. Naast Nederland doen België, Frankrijk, Zweden, Hongarije en gastheer Italië mee. In een halve competitie met iedere speeldag één avondwedstrijd zal worden beslist welk team de eerste winnaar van het toernooi wordt en zich ‘de beste van de wereld’ mag noemen.
Vertrek naar Milaan
Op zaterdag 3 september vertrekt het Nederlandse team naar Milaan. In die tijd gaat dat nog per trein en dat betekent een reis van maar liefst 27 uur. De spelers stappen op op verschillende plekken in Nederland. Via Amsterdam, Den Haag en Rotterdam rijdt de trein richting de Belgische grens, op weg naar Parijs. In de ene coupé wordt er druk gediscussieerd over allerlei onderwerpen, terwijl er in de andere coupé flink wordt gegokt. ‘Benjamin’ Gerrit Bijlsma krijgt les in de eerste beginselen van het pokeren, maar verliest uiteindelijk fors van zijn aanzienlijk meer ervaren teamgenoten.

De reis door België gaat voorspoedig en al snel wordt ook de Franse grens probleemloos gepasseerd. Een goederentrein gooit echter roet in het eten. Met bijna twee uur vertraging komt het gezelschap aan op het Parijse Gare du Nord. Gelukkig is men nog wel op tijd voor de aansluiting op de nachttrein naar Italië. Na een snelle maaltijd stapt het team in de slaapcoupé. Al snel is iedereen in diepe slaap, terwijl de trein richting Zwitserland rijdt.
De Nederlandse ploeg
De ploeg bestaat uit Joop Rohner (keeper, De Robben), Max van Gelder (HZ&PC, reserve-keeper), Cor Braasem (ZIAN), Hans Stam (HZ&PC), Gerrit Bijlsma (ZV Haarlem), Rudi van Feggelen (De Meeuwen, keeper), Frits Smol (HZ&PC), Joop Cabout (GZC), Theo Smael (reserve, SVH) en Kees Vis (reserve, GZC). Frans Kuijper en Ben Planjer gaan respectievelijk mee als coach en teammanager. De in die tijd bekende radioreporter Dick van Rijn reist met de ploeg mee om live op de radio verslag te doen van de wedstrijden.
De tweede reisdag

Onze mannen worden om 5 uur ’s ochtends ruw gewekt door de Franse en Zwitserse douaniers. Coach Frans Kuijper wil daarna graag nog even rustig doorslapen, maar hij wordt getrakteerd op een flinke plas water in zijn bed. Verder slapen is daarna uitgesloten. Inmiddels rijdt de trein door het prachtige Zwitserse berglandschap. In De Zwemkroniek beschrijft teammanager Ben Planjer het uitzicht op bijna poëtische wijze: “Dan kwam er Lausanne en het Meer van Genève tussen de bergen, drijvend op de nevelen, opstijgend uit het meer. Er kwam de Rhône, dan links, dan rechts, kolkend over de ondiepten, en steeds maar de bergen, nu blinkend in de zon en afsluitend, schijnbaar, onze weg. naar Italië.”
De trein duikt de Simplontunnel in en komt in Italië weer tevoorschijn. Iedereen verdringt zich voor de ramen als de beroemde Italiaanse meren worden gepasseerd. Door deze welkome afleiding lijkt de reis een stuk voor spoediger te gaan. Al snel wordt het landschap weer vlakker en komt het einddoel steeds duidelijker in beeld. Niet veel later rijdt de trein met het gezelschap het Milanese Centraal Station in en kan het waterpolo-avontuur echt gaan beginnen.
Debuut voetballer Faas Wilkes

De ploeg vertrekt in taxi’s naar het hotel. Albergo Firenze is de uitvalsbasis voor de komende dagen. Nadat iedereen zich heeft opgefrist, wordt er een echte Italiaanse spaghettimaaltijd geserveerd. De bekende Nederlandse voetbal-international Faas Wilkes speelt die middag zijn eerste profwedstrijd voor Inter Milaan. Samen met 45.000 andere toeschouwers genieten de mannen van een indrukwekkende wedstrijd. Hoewel Wilkes prachtig op dreef is, verliest Inter met 3-1. Er is helaas geen tijd om uitgebreid met de voetballer kennis te maken, maar hij belooft om later naar één van de waterpolowedstrijden te komen kijken.
In de avond wordt een bezoek gebracht aan het grote overdekte zwembad, waar een eerste training wordt afgewerkt. Aan de ene kant is het een aangename verkoeling, maar aan de andere kant is de ploeg niet vooruit te branden. In hun reisverslag schrijven Braasem en Bijlsma: “Als logge zeehonden zwoegen we door het water en ook de baloefeningen gaan traag en langzaam.” De vermoeidheid van de reis en de hitte speelt de mannen duidelijk parten. Gelukkig staat pas over twee dagen de eerste wedstrijd op het programma.
De volgende ochtend wordt er weer getraind. Het gaat nu al veel beter dan gisteren, hoewel Kuijper en Planjer nog niet echt tevreden zijn. Na de middagrust wordt Milaan verkend. Uiteraard wordt er ook een bezoek gebracht aan de beroemde witte Duomo, door Planjer ‘de suikeren dom’ genoemd. In de avond wordt er nog kort getraind in het zwembad. Terug in het hotel worden scheidsrechter Arend Verhoeff en ZIAN-keeper Joop van Woerkom verwelkomd. Laatstgenoemde is aanwezig als verslaggever. De mannen worden op tijd naar bed gestuurd, want morgen gaat het toernooi van start.
De laatste voorbereidingen
Op dinsdag zes september gaat het toernooi van start. Vanavond om 21.00 uur spelen de mannen tegen het team van Italië. Maar voor het zover is, wordt ons team verwacht voor een officiële ontvangst op het stadhuis van Milaan. De shorts worden verwisseld door lange grijze broeken, gecombineerd met blauwe colberts. De mannen worden in het Italiaans toegesproken door de burgemeester. Wat er precies allemaal wordt gezegd, blijft een raadsel. Maar er is gelukkig ook gelegenheid om kennis te maken met de andere teams en met verschillende FINA*-bestuurders, waaronder KNZB-voorzitter Jan de Vries.
* sinds enkele jaren World Aquatics


De ploeg op de Dom (links) en In officieel tenue op bezoek bij de burgemeester van Milaan (rechts) (uit RdTI)
Voordat de wedstrijd van start gaat krijgt het team in de kamer van Kuijper en Planjer nog een ‘mental training’, waarin de tactiek voor de komende wedstrijd wordt doorgenomen. Op een groot stuk papier zet Kuijper de nodige krassen over het papier: “Dat moet dan een rush van Gerrit of Cor voorstellen, of hij plaatst een paar pijlen en dat zijn dan de richtingen waarin Joop Cabout of Frits Smol moeten uitwijken.” Nadat iedereen een beurt heeft gekregen besluit Kuijper met het volgende advies: “Als vlinders moeten jullie fladderen om de Italiaanse leeuwen.”
Waterpolotoernooi start met schandaal
In een tot de nok toe gevuld zwembad worden de ploegen voorgesteld aan de maar liefst 5000 toeschouwers. Voordat Nederland aan de beurt is, zijn eerst nog de wedstrijden België – Frankrijk en Zweden – Hongarije. Door het lange wachten neemt de spanning toe. Dat is niet zo vreemd, want Italië is regerend Europees en Olympisch kampioen. Maar na lang wachten gaat de wedstrijd Italië – Nederland dan toch van start.
De wedstrijd begint goed voor Italië, dat al snel een voorsprong neemt. Maar ons team komt sterk terug en scoort in korte tijd maar liefst drie keer. Via Van Feggelen, Smol en Braasem komt Nederland op een riante 1-3 voorsprong. In de tweede helft gaan de Italianen steeds ruwer spelen. Daardoor loopt de wedstrijd volledig uit de hand. De verslaggever van de Bredasche Courant schrijft: “De Italiaan De Sanzuane gaf Stam zo’n hevige klap tegen het gezicht, dat onze landgenoot met een bloedende mond uit het water moest.” De Italiaan krijgt dan ook een rode kaart.
De wedstrijd wordt vervolgd, maar onze tegenstanders blijven uitermate ruw spelen. Onze mannen laten zich echter niet van de wijs brengen. In een overtalsituatie weet Braasem het verschil op 1-4 te brengen. Het laatste deel van de wedstrijd heeft nog weinig te maken met waterpolo: “Het werd een gevecht, dat eigenlijk in een boksarena thuis hoorde”. Bijlsma werd boven en onder aan het oog verwond. Tenslotte besluit de Zweedse scheidsrechter de wedstrijd drie minuten voor tijd te staken.


- Zo zag de tekenaar van een Deens blad de wedstrijd Italië Holland in Milaan. Het tamme spelletje, compleet met scheidsrechter en al. (Zwemkroniek, 4 november 1949) (l.)
- Renato de Sanzuane (Olympedia) (r.)
Terwijl teammanager Planjer een officiële klacht indient, zijn de Italianen zo brutaal om te protesteren. Ze eisen dat de wedstrijd wordt overgespeeld. Dat weet Planjer echter geroutineerd te voorkomen. De LEN* geeft het Italiaanse team een ernstige berisping. De einduitslag van wedstrijd wordt bepaald op 4-1 voor Nederland. Daarmee komt de eerste wedstrijddag tot een goed einde, maar onze mannen zijn wel teleurgesteld dat hen de kans op het behalen van een ruim verdiende ‘echte’ overwinning is ontnomen. Men vraagt zich uiteraard af of het er de komende dagen rustiger aan zal toegaan.
* sinds enkele jaren European Aquatics
Reservekeeper Max van Gelder herinnert zich de wedstrijd bijna 80 jaar later nog goed. Tijdens een interview voor Manmeer (nr. 3 van 2017) haalt hij herinneringen op: “Een van de Italiaanse spelers, Pandolfini, werd knettergek en sloeg onze midachter voor pampus. De wedstrijd werd gestaakt en ook niet meer uitgespeeld. Italië claimde de zege want wij waren uit het water gestapt, maar uiteindelijk kregen wij een reguliere overwinning van 4-1.”
Kussende waterpoloërs
Na een goede nachtrust blijken Bijlsma en Stam weer helemaal hersteld van de wedstrijd tegen de Italianen. Zij zullen vanavond tegen België dan ook gewoon van de partij zijn. Maar eerst staat er een bezoek op het programma aan St. Maria della Grazia. In dit kerkje bevindt zich de wereldberoemde wandschildering het ‘Het Laatste Avondmaal’ van de wereldberoemde schilder, architect en uitvinder Leonardo da Vinci. Vervolgens slenteren onze mannen richting de Passage, niet alleen om souvenirs te zoeken, maar ook om vanaf een terras het passerende vrouwelijk schoon te bewonderen. Zo kort na de oorlog wordt er overal nog gewerkt aan beschadigde gebouwen. Het terrasbezoek wordt abrupt afgebroken, als er een brok steen pal naast Planjer’s stoel terecht komt.
In het hotel komt de aanvoerder van het Italiaanse team zijn excuses aanbieden voor hetgeen gisterenavond is voorgevallen, samen met voorzitter en secretaris van de Italiaanse zwembond. Aanvoerder Braasem wil zijn Italiaanse evenknie de hand schudden, maar daar komt hij niet mee weg; er moet worden gekust. Grote hilariteit bij het hele team, maar Cor vindt het maar heel matig. “Die knaap heeft zich minstens drie dagen niet geschoren!”, vertelt hij verontwaardigd.
In de avond staat de wedstrijd tegen de Belgen op het programma. Sinds het einde van de oorlog is er nog niet van onze Zuiderburen gewonnen. Onze mannen zijn dan ook flink gespannen. Onnodig, blijkt al snel. Ook in deze tijd worden de spelers al officieel voorgesteld, waarna er kan worden begonnen. De wedstrijd komt moeizaam op gang. Door een misverstand kijken onze mannen na twee minuten aan op een 0-1 achterstand. Onze ploeg vindt vervolgens haar vorm terug. Er wordt twee maal gescoord door Van Feggelen (2-1). Voor het einde van de eerste helft komen de Belgen echter weer op gelijke hoogte (2-2).
In de tweede helft is Nederland de betere ploeg. De dreiging richting het Belgische goal wordt steeds groter. Het is opnieuw Van Feggelen die voor ons team scoort (3-2). Nog geen minuut later vergroot Smol het verschil zelfs tot 4-2. Dat is tevens de einduitslag. Groot is de vreugde bij ons team. “Nederland heeft in Milaan zijn eerste na-oorlogse waterpolo-overwinning op België behaald in een wedstrijd die wat spelkwaliteit betreft teleurstelde.”, is te lezen in het Deventer Dagblad. Met 4 punten uit twee wedstrijden staat Nederland aan de leiding.
Vervolg in Genua
De overige wedstrijden van het toernooi worden gehouden in Genua. De waterpolomannen reizen samen in de bus met het Franse en Hongaarse team naar de havenstad aan de Middellandse Zee. Dat zorgt voor bijzondere contacten met enkele Hongaren, die normaal gesproken scherp in de gaten worden gehouden door hun begeleider. Contacten tussen de communistische Hongaren en het kapitalistische Westen worden in die tijd al zoveel mogelijk beperkt. Gesprekken met Nederlandse spelers worden dan ook snel afgekapt.

De tocht van 150 kilometer met prachtige berglandschappen verloopt betrekkelijk snel. Teammanager Planjer weet de tocht opnieuw prachtig te beschrijven in zijn verslag in De Zwemkroniek: “De maisvelden, de Po en de constructie van een spoorbrug houden ons bezig en hoe verder de rit vordert, hoe meer wij genieten van de groene bergen en van de dorpjes, die daarmede vergroeid zijn.” De ploeg neemt haar intrek in de deftige Albergo Astoria.
Net als Milaan heeft ook Genua een indrukwekkend zwembad. Onze mannen maken van de gelegenheid gebruik om een korte training af te werken. Net als in Milaan is dat geen groot succes. De ballen worden slecht geplaatst en Kuijper en Planjer kijken zuur toe. De spelers gooien het maar op een slechte generale repetitie, die gevolgd zal worden door een goede uitvoering.
In de avond wordt een bezoek gebracht aan de wolkenkrabber van Genua, met op de 30e etage een daktuin. Het uitzicht is groots, maar daar is de rekening ook naar. Omgerekend naar de huidige tijd moet er voor een glas frisdrank maar liefst zo’n 15 euro worden betaald. Met dit kostbare grapje komt er een einde aan deze rustdag. Morgen staat de wedstrijd tegen Frankrijk op het programma.
Winkelen en vervolg toernooi
Ook in Genua staat er een officiële receptie op het programma. Onze mannen hebben daar eigenlijk totaal geen zin in. Ze gaan liever in de stad rondkijken en shoppen voor souvenirs. Reservespeler Theo Smael komt met een oplossing: “Laat de reserves samen met Planjer gaan, zodat de rest kan winkelen en geef ons dan vanmiddag vrij, wanneer de ploeg gaat rusten.” Hierin kan iedereen zich vinden. Terwijl de ene groep op bezoek gaat bij de burgemeester van Genua, wordt er door de andere groep flink ingeslagen. De mannen slaan twee uur lang hun slag in de winkeltjes in de smalle steegjes van Genua. Er wordt flink afgedongen op overhemden, stropdassen, flessen wijn en tal van andere zaken.

Bij terugkomst in het hotel is er telefoon uit Den Haag, met prachtig nieuws; Diny, de vrouw van Frits Smol, heeft een dochter gekregen. Hij wordt uitgebreid door alle teamleden gefeliciteerd. Logischerwijs is Smol met zijn gedachten thuis en even vreest het team dat hij naar huis zal vertrekken. Maar dan vertelt hij dat het Diny’s uitdrukkelijke wens is dat hij in Italië zal blijven. Het mooiste geschenk wat hij voor haar kan meebrengen is de Trofeo Italia. Onder luid gejuich wordt er geproost op moeder en dochter.
Maar om de hoofdprijs daadwerkelijk mee naar huis te kunnen nemen, moeten er eerst nog een paar wedstrijden worden gewonnen. Als enige ongeslagen ploeg komen de mannen vanavond uit tegen het vooral snelle team uit Frankrijk. Vooral over die snelheid zijn onze mannen nogal bezorgd, maar dat blijkt ten onrechte te zijn. De volgende dag kopt Het Parool: “Stevige waterpolo-overwinning van Nederland op Frankrijk.” Een combinatie van een betere start, een hoog tempo en een fellere reactiesnelheid, levert een stevige 4-0 zege op. Alle goals komen op naam van Van Feggelen, terwijl keeper Rohner bijzonder weinig te doen heeft. Met deze derde overwinning is de kans op het winnen van de Trofeo weer een stap dichterbij gekomen.
Vanuit Nederland worden de verrichtingen van onze mannen op de voet gevolgd, via krantenverslagen en daarnaast ook een via dagelijkse radio-uitzending. Dagelijks stromen de telegrammen binnen, afkomstig van zwemverenigingen, bedrijven, maar ook van volslagen onbekende mensen, die onze mannen moed inspreken en succes wensen. Het doet het team enorm goed dat er thuis zo intens wordt meegeleefd.
Tegen het ‘onverslaanbare’ Hongarije
De volgende ochtend ontbijten onze mannen samen met de Hongaarse ploeg. Het zijn onze grote rivalen, want het is ons nog nooit gelukt om dit team te verslaan. Zal daarin vanavond verandering komen? Eerst is er nog tijd om wat meer van Genua te zien. Planjer regelt een bus, waarmee het team een rondrit door Genua langs boulevards, monumenten en grote warenhuizen maakt. Bij de beroemde begraafplaats Campo Santo wordt een korte stop gemaakt, waar de ploeg wordt rondgeleid langs een groot aantal marmeren figuren.



Sightseeing bij Campo Santo (l. en m.) en De ‘dure ploeg’ op de wolkenkrabber (r.) (uit RdTI)
We vervolgen de bustour en op aanraden van de gids wordt er opnieuw een bezoek gebracht aan de wolkenkrabber. Door de kostbare ervaring met het eerdere bezoek, zijn de reacties op dit voorstel ronduit lauw. Onze gids biedt echter aan om de drankjes te betalen, waarna de stemming in gejuich omslaat. Boven op de 30e verdieping genieten onze mannen van het prachtige uitzicht over de stad.
Terug in het hotel wordt er flink gegeten, waarna iedereen gaat rusten. Dat is vandaag extra belangrijk, want als we vanavond de wedstrijd tegen Hongarije winnen, dan kan de eindoverwinning ons bijna niet meer ontgaan. Na de rustperiode en tactische voorbereidingen is iedereen veel te zenuwachtig om weer te gaan eten. De eetzaal wordt overgeslagen en de ploeg vertrekt gespannen richting zwembad.
Het wordt een ongelooflijk lastige wedstrijd, waarbij de 2500 Italiaanse toeschouwers onze tegenstanders hartstochtelijk toejuichen. De Italiaanse scheidsrechter heeft het zwaar. Hij krijgt de nodige fluitconcerten te verduren omdat het publiek het nogal eens oneens is met zijn beslissingen. Nederland is echter de betere ploeg in deze wedstrijd. De Arnhemse Courant omschrijft dit als volgt: “Nederland heeft van Hongarije gewonnen door veel te zwemmen en een hoog tempo te ontwikkelen. Door Bijlsma, Braasem, Smol en Cabout werden telkens mooie open aanvallen opgezet en uitgevoerd. In laatste instantie ging de bal dan naar Van Feggelen, die er wel raad mee wist. Door deze tactiek werden de Hongaren in de eerste helft overspeeld en de 3-0 voorsprong gaf het spelbeeld zeer juist weer.”
In de tweede helft wordt het een strijd van man tegen man. De Hongaren komen zelfs nog terug tot 4-3. Uiteindelijk scoort Van Feggelen in een slotoffensief de beslissende 5-3, waarmee ook de vierde en zwaarste horde van het toernooi is overwonnen. Van alle kanten komen er felicitaties, alsof onze mannen trofee al gewonnen hebben. Hoewel er inderdaad niet zo heel veel meer mis kan gaan, moet er morgen nog gewonnen worden van de Zweden.
Ontknoping op zondag
Op de laatste toernooidag heerst er een gespannen stemming. Hoewel Zweden een relatief zwakke ploeg heeft, is men bang om het juist in deze laatste wedstrijd te verpesten. Om de ploeg de nodige afleiding te geven, heeft de leiding voor deze dag een afwisselend programma samengesteld. Een kort bezoek aan het strand zorgt voor wat ontspanning. Er moet voor dit bezoek wel worden betaald. De ploeg lost dit op door de aanwezige badmeesters in trainingspak te hijsen en samen op de foto te gaan.

Na het strandbezoek worden ervan alle teams filmopnamen gemaakt in het zwembad. Er wordt een oefenwedstrijdje gespeeld tegen de Belgen, waarin diverse spelmomenten worden nagespeeld. Het is opnieuw een prettige afleiding en direct ook een prima voorbereiding voor de afsluitende wedstrijd tegen de Zweden. Net als op de andere dagen wordt er in de middag gerust, gevolgd door het doornemen van de tactiek.
Ons team speelt net als de meeste andere avonden pas in de derde wedstrijd. Eerst staan Italië – België en Hongarije – Frankrijk op het programma. De Italianen winnen hun wedstrijd met 5-3 en komen daarmee op gelijke hoogte met de Nederlandse ploeg. Er worden direct al berekeningen gemaakt met hoeveel we van de Zweden zouden mogen verliezen. Nadat eerst de Hongaarse waterpoloërs met flinke cijfers (6-2) van Frankrijk hebben gewonnen, is het eindelijk tijd voor de belangrijkste wedstrijd van het toernooi.
Iedereen verwacht dat de wedstrijd slechts een formaliteit is. Daarmee wordt de druk op de Nederlandse ploeg nog eens extra opgevoerd. De Zweden maken hiervan dankbaar gebruik. Ze weten de oranjemannen te overdonderen. Door een fout van Braasem komt Zweden op 0-1 voorsprong. Daarna komt Nederland langzaam op stoom. “Beide ploegen speelden ’t zelfde systeem waarbij veel gezwommen werd, maar het Nederlandse zevental bleek een grotere productiviteit te ontwikkelen dan Zweden”, schrijft De Arnhemsche Courant. Midvoor Van Feggelen scoort tweemaal, zodat oranje met 2-1 naar de rust gaat.
In de tweede helft speelt het Nederlandse team een stuk minder nerveus. Enkele uitbraken van de Zweden worden door prima keeperswerk door Rohner gekeerd. Smol scoort via de paal het derde doelpunt, terwijl Van Feggelen garant staat voor het vierde en laatste doelpunt. De vreugde is groot. De in die tijd bekende H.O.L.L.A.N.D-yell klinkt, terwijl de aanwezige Nederlanders staan te dansen.
Verslaggever Van Rijn haalt aanvoerder Braasem voor de microfoon bij de live-uitzending op de Nederlandse radio. “Jongens, gooi ‘m er eens in!”, horen de honderdduizenden luisteraars. En daar gaat Van Rijn het water in, gevolgd door coach Kuijper. Terwijl Braasem de tijd voor de microfoon vol praat, klimt Van Rijn weer uit het water. Hij neemt zijn plaats voor de microfoon weer in met de woorden: “Dit is me nog nooit gebeurd, luisteraars, ik sta hier als een klein verdronken katje, druipend…”
De aanwezige journalisten stellen een zogenaamd wereldzevental samen, met daarin sterkste spelers van het toernooi. Drie ervan komen uit de Nederlandse ploeg: topscoorder Van Feggelen, Bijlsma en Braasem. Laatstgenoemde relativeert in een interview met Het Vrije Volk de eindoverwinning: “Kijk”, zei Cor; “We hebben natuurlijk wel een beetje geluk gehad. Het heeft ons in dit tournooi meegezeten. In de eerste plaats door de loting. Italië, de favoriet, kregen we al in de eerste wedstrijd. En we versloegen ze door snelheid en dankzij de leiding van de Zweed Zukérman, die zich door niets van de wijs liet brengen. Hadden we de Italianen later in het tournooi moeten bevechten, dan was ik helemaal niet zeker van een overwinning geweest.”
De prijsuitreiking is helaas vrij sfeerloos. Alleen als het Wilhelmus ter ere van de overwinnaars door het bad klinkt, komt er even wat stemming. Gelukkig vindt niemand het erg dat de ceremonie van korte duur is, want men is doodmoe. De heer Droogendijk, de Nederlandse consul, nodigt de ploeg uit voor een korte bijeenkomst bij hem thuis. Deze receptie is een groot succes, waar tot in de nachtelijke uren wordt gedronken, gespeecht en het volkslied wordt gezongen. Rond een uur of drie gaat de laatste waterpoloër eindelijk naar bed.


- Planjer (r.) in gesprek met de Nederlandse consul Droogendijk (l.) (l.)
- Verslaggever Dick van Rijn (l.) vraagt aan aanvoerder Braasem (r.) wat zijn verwachtingen voor de wedstrijd tegen de Zweden zijn (r.) (beide uit RdTI)
Via Como terug naar Nederland
De volgende ochtend jaagt Planjer zijn jongens alweer vroeg hun bed uit, want het Italiaanse avontuur is nog altijd niet voorbij. Op het station maakt hij ruzie over een reservering voor de ploeg die er niet blijkt te zijn. Uiteindelijk worden de benodigde plekken toch gevonden en kan de trein vertrekken. Eerst wordt een tussenstop gemaakt in Milaan, waar we afscheid nemen van Frits Smol. Hij neemt het vliegtuig om zo snel mogelijk bij zijn vrouw en pasgeboren dochter te zijn. Planjer heeft Frits door de controle begeleid en mist bijna de trein. Gelukkig gaat ook dit weer net goed, zodat met de volledige ploeg eindbestemming Como wordt bereikt.
In Como brengen de inmiddels hongerige mannen eerst een bezoek aan een restaurant. Als verrassing heeft Planjer aansluitend een boottocht over het Comomeer geregeld. Tijdens een tussenstop duikt iedereen het verfrissende water in, voordat de boot de ploeg weer terug vaart. Inmiddels is de duisternis gevallen en wordt er in hetzelfde restaurant een grote hoeveelheid spaghetti en wijn genuttigd. Na een heuse kroegentocht onder leiding van de flink aangeschoten aanvoerder Cor Braasem, leidt Planjer de mannen richting het station, waar de trein om 11 uur ’s avonds richting Nederland zal vertrekken.
Voor de terugweg zijn er geen slaapplaatsen geregeld. Met enige moeite installeert de ploeg zich tussen de snurkende passagiers. De volgende ochtend arriveert de trein in Basel en voegen Joop van Woerkom en Arend Verhoeff zich bij het kampioensteam. De mannen zijn gebroken door de slechte nachtrust, maar na opfrissen en een stevig ontbijt komt de stemming er langzaam weer in. Onderweg vermaken de mannen zich prima en voordat ze het zich realiseren zijn ze aangekomen in Luxemburg. Hier ontmoeten ze HVGB-keeper Bubi Frankenthal, die met zijn vrouw op huwelijksreis is. Hij heeft enkele Hollandse maandagochtendkranten bij zich. Het is een voorbode van wat de mannen in Nederland te wachten staat. Bij de grensovergang krijgen ze te horen dat er in Maastricht een flink groep mensen hen op het perron staat op te wachten.



- Bij thuiskomst op het perron in Utrecht (l. en m.), zittend v.l.n.r.: Kees Vis, Rudi van Feggelen en Frits Snol. Staande v.l.n.r.: Frans Kuijper, Dick van Rijn, Joop Cabout, Joop Rohner, Cor Braasem, August Sabel, Hans Stam, Theo Smael, Gerrit Bijlsma en Max van Gelder met mascotte Boero. (uit RdTI)
- Frans Kuyper met vrouw en kinderen en met Rudi v. Feggelen bij de ontvangst te Amsterdam (r.) (Zwemkroniek van 16 september 1949
Het team kan het bijna niet geloven, maar als de trein Maastricht binnenrolt, staat er inderdaad een grote menigte zwaaiend met vlaggen. Het is één groot feest. Namens de KNZB komt de heer Sabel met een enorme krans aandragen, terwijl een groep Limburgse meisjes bloemen uitdeelt. En zo is het ook in Roermond, Eindhoven en Den Bosch. Overal worden de kampioenen door hordes enthousiaste mensen ontvangen. Bij eindpunt Utrecht is het een heksenketel. De vermoeide mannen worden bedolven onder de felicitaties en komen pas een beetje bij zinnen, als ze in de wachtkamer plaatsnemen.
Daar volgen verschillende toespraken en zelfs burgemeester De Ranitz is aanwezig om de wereldkampioenen persoonlijk toe te spreken en te feliciteren. Namens het team spreekt aanvoerder Cor Braasem een dankwoord uit: “Laten wij eerlijk zijn, het heeft ons meegezeten, maar zonder het medeleven van die vele bekenden en ook onbekenden, die ons telegrammen en brieven stuurden, waren we er beslist niet gekomen. Dank ook namens de jongens aan Frans Kuijper.die wij dit succes zo van harte gunnen”. Daarna gaan alle spelers hun eigen weg. Het is een fantastisch einde van een bijzondere reis.
Rondom de Trofeo Italia
Aan het toernooi komt hiermee definitief een einde, maar In Nederland zijn de feestelijkheden pas net begonnen. Cor Braasem en Gerrit Bijlsma hebben samen de Italiaanse avonturen van het team op papier gezet. Onder de titel Rondom de Trofeo Italia verschijnt hun verhaal al in oktober in gedrukte vorm bij de KNZB, voorzien van de nodige foto’s die tijdens het toernooi zijn gemaakt. Het 38 pagina’s tellende boekje wordt voor 65 cent verkocht. De opbrengst komt geheel ten goede van het Mr. Bierenbroodspot’s Wedstrijd en Trainingsfonds (tegenwoordig: Mr. B. Fonds). Dit fonds is opgericht bij het 25-jarig bestaan van NV De Sportfondsen in 1948 en heeft als doel het ondersteunen van de wedstrijdzwemsport.



- Boekje Rondom de Trofeo Italia (eigen collectie) (l.)
- Minister Schokking (m.) bewondert de taart, die Frans Kuijper (l.) als beloning voor het Italiaanse succes kreeg. Rechts op de foto Sportfondsendirecteur Han Bierenbroodspot (Algemeen Handelsblad, 17 oktober 1949) (r.b.)
- De cartoon die Frans Kuijper van zijn jongens kreeg (Zwemkroniek, 21 oktober 1949) (r.o.)
Op 15 oktober 1949 is de allereerste benefietwedstrijd van het Mr. B. Fonds in Sportfondsenbad-Oost in Amsterdam. Tijdens deze wedstrijd worden de kampioenen gehuldigd, waarbij verslaggever Dick van Rijn ze stuk voor stuk naar voren roept en persoonlijk toespreekt. Het publiek wordt aansluitend getrakteerd op een spannend duel tegen het Nederlands militair zevental. De wedstrijd wordt geleid door scheidsrechter Arend Verhoeff en eindigt in een 5-3 overwinning voor het team van Frans Kuijper.

In een zaal van de Amsterdamse Apollohal ontvangt het KNZB-Bondsbestuur de wereldkampioenen voor een wat meer formele huldiging. Toch wordt het vooral een gemoedelijke bijeenkomst waarbij wordt er gedanst en het glas wordt geheven. KNZB-voorzitter Jan de Vries spreekt de mannen op hartelijke wijze toe. De spelers krijgen het bondsonderscheidingsteken opgespeld. Voor de reserves is er een zilveren herinneringsmedaille. Er worden nog meer cadeaus uitgedeeld. Als hoogtepunt van de avond overhandigt aanvoerder Braasem coach Kuijper namens de kampioensploeg een grote sportprent met daarop het hele team afgebeeld. De avond wordt afgesloten met een gezellige maaltijd.
Hiermee is het verhaal rond de Trofeo Italia nog altijd niet afgesloten. Eerst treedt Rudi van Feggelen op 20 oktober 1949 onder toeziend oog van Cor Braasem en Frans Kuijper in het huwelijksbootje met Jo Kool. Het Parool doet met de sprekende kop: “Van Feggelen voerde mooiste zege naar het stadhuis: zijn bruid”, verslag van het huwelijk van midvoor Van Feggelen met zijn bruid Jo: Ook de ambtenaar van de Burgerlijke Stand spreekt de bruidegom op toepasselijke wijze toe: “Over het gebrek aan succes vóór deze dag hoeft de bruidegom zich niet te beklagen. Moge datzelfde succes ook uw huwelijk kenmerken”.
Als afsluiting gaat de Trofeo Italia op reis door Nederland en wordt deze in verschillende etalages en zwembaden tentoongesteld. Mede vanwege het EK waterpolo (1950) en de Olympische Spelen (1952) wordt de tweede editie van de Trofeo Italia pas in 1953 georganiseerd. Het toernooi wordt dan van 17 tot 22 augustus gehouden in het nieuwe Goffertbad in Nijmegen. Nederland behaalt daar een derde plek.
Heel leuk om te lezen. Wat is er toch veel om vast te leggen en te bewaren. Chapeau.
Dag Caroline,
Dank je wel! De lijst met onderwerpen waarover ik wil schrijven is nog flink lang. Het is heel leuk om vergeten verhalen weer naar boven te brengen.
In februari 2026 is het jouw beurt met de geschiedenis van het Diepenveense Schipbeekbad. Ik ben alvast heel benieuwd.
Ron