
Tijdens de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn krijgen alle gouden medaillewinnaars een Duits eikje als geschenk. De bedoeling hiervan is, dat atleten deze bij terugkomst in hun eigen land aan aandenken zouden planten. Hoewel dit lijkt op alweer een sterk staaltje Nazi-propaganda, komt het voorstel voor deze eikjes uit een verrassende hoek. Een kleine geschiedenis van 90 jaar Olympische eiken; de oorsprong van dit idee en de lotgevallen van de Nederlandse exemplaren.
Vorig jaar bracht ik een bezoek aan Berlijn. Op de terugweg kocht ik op het vliegveld het boek Berlin 1936: Sechzehn Tage im August van Oliver Hilmes. In dit boek beschrijft Hilmes, door de ogen van inwoners en toeristen, atleten en kunstenaars, diplomaten en Nazi-kopstukken, nachtbrakers en beroemdheden, hoe zij de Olympische dagen in Berlijn beleefden. Het Nazi-regime heeft een charme-offensief gelanceerd en legt haar bezoekers zoveel mogelijk in de watten. Alle tekens van wrede onderdrukking, schrikbewind en Jodenhaat zijn tijdelijk zorgvuldig uit het straatbeeld verdwenen.
Het boek geeft een bijzonder beeld van een koortsachtige periode, met verhalen van slachtoffers en daders, meelopers en toeschouwers. Een aanrader voor iedereen die een indruk wil krijgen van Berlijn tijdens de Olympische dagen, waarbij alles in het teken staat van het positief neerzetten van het Nazi-regime. Het boek is ook in Nederlandse en Engelse vertaling beschikbaar.
Ik moest direct weer aan dit boek denken toen ik onlangs tijdens online research stuitte op een artikel in een nummer van het KNZB-bondsblad De Zwemkroniek uit 1936. Hierin werd verteld dat alle winnaars van de verschillende Olympische onderdelen naast hun medaille een Olympisch eikje zouden ontvangen. Nu had ik weleens gehoord over de Olympische eiken bij het Olympisch Stadion in Amsterdam, waarover onder andere sporthistoricus Jurryt van de Vooren in verschillende artikelen schrijft. Ik werd steeds benieuwder naar de oorsprong van dit eenmalig in de Olympische geschiedenis uitgevoerde idee en in het bijzonder naar de status van de Nederlandse exemplaren. Ik stuitte op een bijzonder fenomeen waarover veel moois te vertellen is.

Geboorte fenomeen Olympische eikjes
De voorbereidingen voor de Olympische Spelen van Berlijn zijn in volle gang. Hermann Rothe, een lokale kweker uit Zehlendorf, krijgt het verzoek om maar liefst 1800 eikenbladeren lauwerkransen aan te leveren voor op de hoofden van de atleten. Natuurlijk voldoet hij graag aan deze eervolle opdracht. Rothe stelt tevens voor om alle winnaars een eikenboompje te schenken. Het organisatiecomité ziet dit als een “mooi symbool van de Duitse natuur, Duitse kracht en Duitse gastvrijheid” en stemt in met het idee. Daarmee is de unieke Olympia-Eiche geboren, in de volksmond echter al snel de Hitler-eiche genoemd*.
* niet te verwarren met de Hitler-Eiche die in de jaren ’30 overal in Duitsland ter ere van Hitler werden geplant.
Het betreft één jaar oude zaailingen van de Duitse zomereik, die bij aanvang van het olympische toernooi tot zo’n 70 cm zijn gegroeid. Speciaal voor dit doel zijn ze overgepoot in bruine aardewerken potten. In deze potten is de Olympische klok gegraveerd alsmede de spreuk: “Wachse zur Ehre des Sieges – Rufe zu weiterer Tat!, wat zoveel betekent als “Groei ter ere van de overwinning! Oproep tot een nieuwe daad!”

Er is goed nagedacht over het feit dat de eikjes vaak een lange reis moeten maken, voordat ze op de plek van bestemming zijn. Atleten ontvangen bij de boompjes een kartonnen doos, die tevens is voorzien van een verzorgingshandleiding. De Zwemkroniek vult aan: “De boompjes, die door deelnemers uit overzeesche staten worden gewonnen, zullen gedurende de overvaart aan boord door tuinlieden der scheepvaartmaatschappijen worden verzorgd.”
Uiteindelijke doel is dat: “Deze eiken in alle deelen der wereld zullen gedijen zich tot krachtige boomen zullen ontwikkelen en zoo gedurende een eeuw of nog langer een levend aandenken zullen vormen aan de Olympische Spelen te Berlijn.” KNZB-voorzitter Jan de Vries droomt al hardop van het aanplanten van een “K.N.Z.B.-Eikenbosch” na afloop van de Spelen.
Nederlandse successen
De Olympische Spelen van 1936 in Berlijn zijn voor de Nederlandse sporters zeer succesvol. Met zes gouden, vier zilveren en zeven bronzen medailles, behaalden onze sporters ook toen al een toptienpositie in de medaillespiegel. Vooraf al zijn de verwachtingen bij het zwemmen hoog. De hoop is vooral gericht op Willy den Ouden, die begin 1936 acht wereldrecords bezit op alle vrije slag nummers. Door haar late vertrek naar Berlijn en de enorme aandacht van media en fans, bezwijkt Den Ouden echter onder de druk. Ze wint zelfs geen enkele medaille op een persoonlijk nummer.
Haar plaats wordt ingenomen door Rie Mastenbroek, die na afloop van het toernooi de eretitel “Keizerin van Berlijn” krijgt toebedeeld. Zij staat garant voor twee gouden en een zilveren medaille. Daarnaast behaalt zij goud met de Nederlandse estafetteploeg op de 4 x 100 meter vrije slag. De vierde gouden zwemmedaille is voor Nida Senff op de 100 m. rugslag. Bijzonder detail is dat zij haar keerpunt mist, terug gaat, aantikt, de strijd hervat en toch nog als eerste aankomt.


Huldiging van overwinningen van Rie Mastenbroek (l.) met Olympisch eikje en Nida Senff (r.) die haar eikje in ontvangst neemt (Telegraaf, 12 augustus 1936 en Zwemkroniek, 20 augustus 1936)
Naast de gouden successen van de Nederlandse zwemsters worden er nog twee gouden medailles gewonnen tijdens andere sportonderdelen. Wielrenner Arie van Vliet wint op 8 augustus goud op de 1000 m. tijdrit. Hij had echter al eerder goud kunnen winnen, omdat hij de dag ervoor tijdens de eerste rit van de finale sprint duidelijk werd gehinderd door de Duitser Merkens. De jury diskwalificeert de Duitser echter niet, waarna Van Vliet genoegen moet nemen met het zilver. De Nederlandse kranten spreken van de “Schande van Berlijn. De zesde gouden medaille is voor zeiler Daan Kagchelland, die in havenstad Kiel het onderdeel Olympiajollen wint.
De winnaars zijn duidelijk blij met hun bijzondere eikjes: “We weten nog best, hoe Rie Mastenbroek haar eikenboompje vertroetelde en het ’s nachts naast haar bed zette in het Frauenheim, waar de vrouwelijke deelneemsters logeerden, en hoe of zij er mee geplaagd werd, dat ze het jeugdige eikje beslist op het Calandsplein te Rotterdam moest gaan planten, om er over een halve eeuw nog pleizier van te beleven, maar toen Rie als maar door gouden medailles met eikenboompjes ging winnen, kreeg ze den welwillenden raad om maar een boomkweekerijtje te gaan beginnen.” is te lezen in het boekje “Hoe wij Berlijn zagen”, samengesteld door G.H. Wallagh en G.E. v.d. Werff jr.
Bestemmingen voor Olympische eikjes
Terug in Nederland worden de medaillewinnaars elk in hun eigen woonplaats en door hun clubs uitgebreid gehuldigd. In het geval van Rie Mastenbroek is er zelf sprake van een complete gekte. Arie van Vliet schenkt zijn eikje aan de bewoners van de gemeente Woerden. Daar belandt het boompje in een plantsoen tegenover het huis van Van Vliet. Het eikje van zeiler Kagchelland wordt geplant op het terrein van de Rotterdamsche Zeilvereeniging (RZV) aan de Kralingse Plas.
Rie Mastenbroek heeft veel moeite om afscheid te nemen van haar eikjes. Beide exemplaren staan eerst in haar tuin, maar dan besluit ze om de eikjes in bewaring te geven bij de Rotterdamse Diergaarde, waar ze in deskundige handen zijn. Daar worden ze tentoongesteld in een vitrine, totdat Mastenbroek een definitieve beslissing neemt over de eindbestemming. De dierentuin heeft er een grote publiekstrekker bij en adverteert er zelfs mee. Enkele maanden later besluit ze om de eikjes definitief aan de dierentuin te schenken, waar ze later zullen worden worden geplant.



- Arie van Vliet (l.) overhandigt de Woerdense burgemeester Van Kemp zijn eikeboompje en verzocht het gemeentebestuur hiervoor een goed plaatsje te zoeken (Dagblad van Noord Brabant, 14 augustus 1936)
- Thuis in Amsterdam pakt Nida Senff (m.) haar Olympische eikje uit de speciale kartonnen beschermdoos (Sportief, 8 mei 1952)
- In afwachting van een definitieve bestemming van de Olympische eikjes van Rie Mastenbroek, zijn deze tijdelijk ondergebracht in een vitrine in de Rotterdamse Diergaarde (r.) (Nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië, 26 september 1936)
Zwembondvoorzitter Jan de Vries stelt voor om een deel van de Olympische eikjes in het Amsterdamse Olympisch Stadion een definitieve plaats te geven. Stadiondirecteur Jan van den Berg wil hieraan graag zijn medewerking verlenen. Op dat moment is het nog niet duidelijk of het alleen gaat om het enige “Amsterdamse” eikje van Nida Senff, of dat ook de eikjes van Rie Mastenbroek en de estafetteploeg hieraan toegevoegd zullen worden. Zoals hierboven al is aangegeven blijven de exemplaren van Mastenbroek in Rotterdam, maar zal het estafette-eikje samen met het eikje van Senff op 19 december worden geplant bij het stadion.
Eikjes geplant bij Olympisch Stadion
Op een stralende decembermiddag verzamelt zich een klein gezelschap in het Olympisch Stadion, rechts van de Marathontoren. Naast de verzamelde pers, aangevuld met het Polygoonjournaal, zijn onder andere NOC-president Alphert baron Schimmelpenninck van der Oye, KNZB-voorzitter Jan de Vries, stadiondirecteur Jan van den Berg, Moeder Triebels, en de zwemsters Nida Senff, Willy den Ouden, Tini Wagner en Rie Mastenbroek aanwezig. Grote afwezige is Jopie Selbach, het vierde estafettelid. Zij heeft haar aanstaande echtgenoot moeten beloven om nooit meer iets met zwemmen te maken te hebben.

Volgens een verslag in de Haagsche Courant neemt Schimmelpenninck van der Oye als eerste het woord: “Het zal wellicht niet allen bekend zijn, dat de Koninklijke Nederlandsche Zwembond tegenwoordig ook aan boschbouw doet.” Na deze binnenkomer vervolgt hij met: “Twee kleine plantjes zullen thans aan den schoot der aarde worden toevertrouwd, maar als ze tot boomen zijn uitgegroeid, zullen de eiken altijd durende herinneringen zijn aan de glorieuse verrichtingen van den zomer 1936.” Als tweede spreker vult De Vries aan dat “Met dit planten een svmbolischen daad was verricht, nl. het beteekende het einde van de Spelen van 1936 en ook het begin van die van 1940.” In die tijd heeft men er natuurlijk nog geen idee van dat door de Tweede Wereldoorlog de Olympische Spelen in 1940 (Tokio) en 1944 (Londen) niet zullen plaatsvinden.
Als derde en laatste spreker neemt stadiondirecteur Van den Berg de eikjes in ontvangst. Na zijn afsluitende woorden: “Ik hoop, dat de zwemsters den tijd zullen meemaken, dat deze planten tot statige eiken zullen zijn uitgegroeid”, is het moment aangebroken om de eikjes officieel te gaan planten, elk aan een zijde van de Marathontoren. Eerst is het de beurt aan Nida Senff, die aarde op haar eikje schept. Er is al een smeedijzeren hekje geplaatst om het boompje, voorzien van de Olympische ringen en een bord met de tekst: “Ter herinnering aan het winnen van den 100 meter rugslag van Nida Senff op de Olympische Spelen in 1936 te Berlijn.” Vervolgens is het de beurt aan de drie aanwezige estafettezwemsters, waarna in het restaurant van het stadion nog uitgebreid wordt nagepraat.
Hoe het onze Olympische eikjes verging
Na de Tweede Wereldoorlog lijken de eikenboompjes te zijn vergeten. Onder de titel “Waar zijn de eikeboompjes van onze Olympische kampioenen van 1936 gebleven?”; doet sportjournalist Wil van Beveren van weekblad Sportief in 1952 verslag van zijn zoektocht naar de Olympische eikjes. Het boompje van Daan Kagchelland op het terrein van de Rotterdamse Zeilvereniging blijkt de strenge vorst van één van de oorlogswinters niet te hebben overleefd. Het Woerdense eikje stond er het vorige jaar volgens van Arie van Vliet nog “fris en fleurig” bij. Bij een bezoek aan het boompje, dat tegenover zijn ouderlijk huis staat, blijkt deze nu echter de geest te hebben gegeven.
Als de diergaarde van Rotterdam na de oorlog weer opent, gaat Rie Mastenbroek direct op zoek naar haar beide eikjes. Ze kan de boompjes echter niet meer vinden. Niemand kan haar vertellen waar ze zijn gebleven. Daarom wordt aangenomen dat ze bij het bombardement van Rotterdam verloren zijn gegaan. De beide eikjes die bij in het Olympisch Stadion zijn geplant, blijken gelukkig nog wel in leven. Volgens opzichter Berger zijn de beide bomen juist het jaar ervoor verplaatst: “Het vorige jaar hebben wij de bomen verplant. Hier aan de achterzijde van de eretribune, tegenover de koningsloge, gedijen zij veel beter dan aan de voorkant, waar zij eerst stonden. Er is hier namelijk veel meer zon.”
Op het rustige, vredige plekje dat uitzicht geeft op het water van de Schinkel, brengen Senff en Mastenbroek voor deze gelegenheid een bezoek aan hun inmiddels flink uit de kluiten gewassen eikjes. “Jammer dat ik destijds de boompjes ook niet aan het Stadion heb geschonken”, verzucht laatstgenoemde. De inmiddels 90 jaar oude eikenbomen zijn hier nog altijd te bewonderen, inclusief de bijbehorende smeedijzeren hekjes.


Arie van Vliet met zijn zonen bij zijn dode eik (l.) en Het Olympische eikje van Nida Scheffer-Senff is van zó klein (wijst Wil van Beveren) tot zó hoog (wijst Stans Scheffer) uitgegroeid. Chris Berger is er trots op dat Rie Kuypers-Mastenbroek (l.) en Nida Scheffer-Senff (r.) (v.l.n.r.) verheugd zijn dat beide eikenbomen zo prachtig wordt onderhouden (r.) (Sportief, 8 mei 1952)
Zijn er verder nog eiken in leven?
Na de Spelen gaan de tientallen Olympische eikjes de hele wereld over. Atleten zijn in sommige gevallen weken onderweg met de boot. In deze tijd staat vliegen immers nog in de kinderschoenen. Niet alle exemplaren overleven de lange reizen, maar overal ter wereld worden er eikjes geplant. In de loop der jaren gaan de meeste van de 141 eikjes verloren. De Amerikaan Jim Constandt ging ruim 30 jaar geleden op zoek naar nog bestaande Olympische eiken. Zijn bevindingen publiceerde hij in 1994 in het boek “The 1936 Olympic Oaks: Where are They Now?” Volgens zijn gegevens zijn er op dat moment nog 16 exemplaren in leven. Naast de twee exemplaren in Nederland staan er onder andere nog exemplaren in de Verenigde Staten en in Hongarije. De Olympische eiken vormen nog altijd een uniek en inmiddels zeer zeldzaam fenomeen. Nooit in de Olympische geschiedenis is een soortgelijk “levend geschenk” herhaald.
