Leestijd: 20 minuten

Een verkorte en geredigeerde versie van dit artikel is opgenomen in Ons Amsterdam, jrg. 75, nr. 8, oktober 2023 met als titel Een zwempaleid in Oost

In 1923 maken enkele leden van de Amsterdamse zwemvereeniging Het Y plannen om een eigen overdekte zweminrichting te stichten. Met een ingenieus spaarsysteem en financiële ondersteuning vanuit de gemeente wordt in 1929 in Oost het eerste Sportfondsenbad van Nederland geopend. Het is de bekroning op zes jaar noeste arbeid en tevens het begin van de landelijke uitrol van een flink aantal soortgelijke projecten. Een terugblik op de eerste hectische jaren van NV De Sportfondsen aan de hand van illustraties van David Bueno de Mesquita.

Dringende behoefte aan uitbreiding zwemwater

Op 14 juni 1923 zitten jonge vier leden van zwemvereeniging Het Y met gezonde spanning in het kantoor van de Amsterdamse notaris Vos aan de Prinsengracht. Zojuist hebben zij hun handtekening gezet onder de oprichtingsakte van NV De Sportfondsen, met als doel het verwezenlijken van een eigen zweminrichting. Het is een actie die is geboren uit frustratie; de club is sterk afhankelijk van het Zuiderbad, één van de twee particulier gefinancierde overdekte zwembaden waarover Amsterdam in die tijd beschikt.

Regelmatig botst het tussen het Y-bestuur en de directie van het Zuiderbad. Er is een tekort aan beschikbare uren voor waterpolo. Vaak moet er worden getraind tussen de recreatieve zwemmers. Ook het organiseren van grote wedstrijden in het bad verloopt uiterst moeizaam. Dieptepunt is de waterpolowedstrijd tussen Het Y en Stockholm, waarbij een medewerker tijdens de uitgelopen wedstrijd het water uit het zwembad laat weglopen voor de wekelijkse waterverversing. Het was immers sluitingstijd! Daarnaast heeft dit zwembad een tribune waar slechts ruimte is voor 800 gasten en dat is veel te weinig voor de druk bezochte internationale wedstrijden die het Y met enige regelmaat organiseert.

Illustraties van David Bueno de Mesquita bij het artikel “Het Amsterdamsche Zwemleven” (uit: Zwemkroniek van 16 maart 1926) – © Erven Bueno de Mesquita/A. Meinesz

Met een eigen zwembad kan niet alleen deze afhankelijkheid worden doorbroken; het is tevens een oplossing voor het chronische tekort aan overdekte zweminrichtingen in de stad. Zwemmen en baden winnen al geruime tijd aan populariteit. In de decennia rond de eeuwwisseling worden er in Nederland enkele tientallen zwemclubs en reddingsbrigades opgericht. In Amsterdam alleen al zijn er in die tijd zes zwemverenigingen, waarvan twee speciaal voor dames. Daarnaast is in 1913 de Amsterdamsche Reddingsbrigade opgericht.

Al deze clubs houden zich zonder uitzondering actief bezig met zwempropaganda, het organiseren van wedstrijden en het geven van zwemlessen. Dat is hard nodig, want uit statistieken blijkt dat begin jaren ’20 slechts 3% van de bevolking de zwemkunst machtig is. Elk jaar verdrinken er duizenden burgers in grachten, rivieren en andere wateren. Ook de Nederlandsche Zwembond (NZB) en de Nederlandsche Bond tot Redden van Drenkelingen (NBRD) voeren actief propaganda onder de NZB-leus: Iedere Nederlander zwemmer!

Maar het beheersen van de zwemkunst is niet alleen noodzakelijk vanwege het verdrinkingsgevaar. In de tweede helft van de 19e eeuw wordt de zwemsport vooral nog beoefend vanuit het gezichtspunt van hygiëne en lijfsbehoud. Veelzeggend is de leus uit die tijd van de Amsterdamsche Zwemclub AZ1870: Wasschen is goed, baden is beter, zwemmen is het best. Volgens de wervingsbrochure van NV De Sportfondsen blijken alle medici het erover eens te zijn: “Dat geregeld zwemmen een buitengewoon heilzame invloed op de menschelijke gezondheid heeft […] in het bijzonder op het hart en de longen.”

In het Algemeen Handelsblad van 7 augustus 1923 reageert Dr. L. Heijermans, directeur van de Gemeentelijke Geneeskundige Dienst en Gezondheidsdienst op de plannen: “Ik acht de oprichting van een overdekte zwem- en sportinrichting in het oostelijk gedeelte van de stad in het belang der volksgezondheid en kan niet anders dan toejuichen dat de “NV De Sportfondsen” het initiatief neemt om tot de oprichting te geraken.” Prof. dr. I. Snapper, hoogleraar aan de Universiteit van Amsterdam sluit zich hierbij aan: “Dat ook volgens mijn meening een uitbreiding der zwemgelegenheid te Amsterdam voor de volksgezondheid van niet weinig belang is.”

David Bueno de Mesquita

Zelfportret David – © Erven Bueno de Mesquita/A. Meinesz

David Abraham Bueno de Mesquita wordt geboren op 23 maart 1889 aan de Stadhouderskade 95 in Amsterdam. Hij bezoekt de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten en wint hier in 1913 de prestigieuze Prix de Rome. Dit geeft hem de mogelijkheden om enkele buitenlandse reizen te maken om inspiratie op te doen. David is erg geïnteresseerd in sport en wordt onder andere lid van zwemvereeniging Het Y. Voor deze club maakte hij tal van illustraties. Het is dan ook begrijpelijk dat Han Bierenbroodspot hem vraagt om promotiecampagnes voor NV De Sportfondsen te verzorgen. Ook na zijn emigratie naar Florence in 1929 blijft hij vrijwel maandelijks illustreren voor het Sportfondsenblad. Gedurende zijn leven illustreerde David tientallen kinderboeken, maakte hij schilderijen, houtsnedes en tal van andere werken. Ook zijn oudere broer Henri (1887) was schilder. David overlijdt in 1962.

Illustraties van David Bueno de Mesquita uit 1925 (l.) en 1926 (r.) in opdracht van de propaganda-commissie van de NZB met als doel het zwemmen te bevorderen (originele tekeningen uit collectie Y-archief) – © Erven Bueno de Mesquita/A. Meinesz

De droom van Han Bierenbroodspot

De jonge rechtenstudent J.A.C. (Han) Bierenbroodspot is bijzonder sportief. Hij beoefent verschillende sporten, maar vooral tennis en waterpolo hebben zijn voorliefde. Net als veel andere leden van Het Y droomt ook hij van een eigen overdekt zwembad. In eerste instantie gaat het om een zwembad; een tweede doel is het aanleggen van een overdekte tennisbaan. In heel Nederland kan er op dat moment alleen in Scheveningen overdekt worden getennist.

Waar eerdere pogingen mislukken om dit met aandelenuitgiften à 500 of 1000 gulden te bewerkstelligen, komt Bierenbroodspot met het ingenieuze plan van zogenaamde spaarkassen. Hoewel ook dit plan volgens velen onuitvoerbaar is en ook sommige leden van het Y-bestuur de benodigde bedenkingen hebben, zet Bierenbroodspot, door vrienden vaak “Bier”, “Biertje” of “Mr. B.” genoemd, stug door. Deelnemers, de zogenaamde spaarders, investeren 360 gulden, waarmee een spaarkas wordt gevormd. Maandelijks leggen zij 2,50 gulden in gedurende een periode van 12 jaar. Op deze wijze kunnen ook niet-kapitaalkrachtige zwemliefhebbers deelnemen. Ook kan er ook worden gekozen voor driemaandelijkse, halfjaarlijkse, jaarlijkse stortingen of een storting ineens. Het beheer van de spaarkassen wordt verzorgd door NV De Sportfondsen.

Achterzijde van een kwitantie van NV De Sportfondsen uit de eerste jaren na de oprichting, waarop de droom van Bierenbroodspot door David Bueno de Mesquita is uitgebeeld (collectie archief Het Y) – © Erven Bueno de Mesquita/A. Meinesz

Moeizame start

Direct na de oprichting van NV De Sportfondsen worden de eerste spaarders vrij gemakkelijk gevonden. Dit zijn onder meer zo’n 50 leden van zwemvereeniging Het Y, die zich uit enthousiasme of sympathie inschrijven. De grote massa moet echter van buiten komen. David Bueno de Mesquita, kunstenaar en enthousiast Y-lid, maakt in die tijd al regelmatig promotionele illustraties voor de zwemclub. Hij gaat ook voor NV De Sportfondsen aan de slag. Met zijn fantasierijke tekeningen met wervende teksten laat hij het grote publiek kennis maken met het Sportfondsenideaal.

Onder het motto: “Vele kleintjes maken één groote”, gaat men voortvarend aan de slag. Er wordt een brochure uitgegeven, geïllustreerd door Bueno de Mesquita, waarin het plan uitgebreid wordt toegelicht. Er zijn steunbetuigingen van verschillende hoogwaardigheidsbekleders, waaronder burgemeester Willem de Vlugt, die beschermheer van zwemclub Het Y is. Ook wethouder Monne de Miranda van Volksgezondheid zegt namens de gemeente zijn steun toe. Ondanks de welwillende medewerking van velen zijn er in september 1923 pas 120 spaarders gevonden. Er zijn echter 1000 spaarders nodig om het plan te laten slagen.

Van Es komt in beeld

De onderneming komt gelukkig goed op stoom, wanneer Y-lid B.P.E. (Eddie) van Es na twee jaar militaire dienstplicht begin 1924 terugkeert uit Bremen. Hij biedt aan om zich fulltime met de werving van spaarders te gaan bezighouden. Daartoe wordt een hoofdagentschap in het leven geroepen, dat wordt gevestigd aan Prinsengracht 403. Het inzetten van agenten op provisiebasis wordt echter geen succes. Van Es besluit vervolgens om zelf de deuren langs te gaan in de Watergraafsmeer-buurten, samen met D. Scheick van de Amsterdamse Reddingsbrigade. Ze gaan straat-voor-straat af met propagandamateriaal en weten in zes maanden 500 aandelen te plaatsen. In juni 1924 staat de teller op 632 spaarders.

In een interview met tijdschrift Sportief in 1948 denkt Van Es glimlachend terug aan de avonden waarop hij aanbelde bij met zorg geselecteerde huizen in ‘Oost’. Hij mompelde dan vaag iets over een zwembad en besloot zijn tirade steevast met: “…van DE OOSTERGASFABRIEK!”. “Vader, daar is iemand van het gas”, deelde een zoon of dochter dan binnen mee. En Van Es was binnen, sprak met klemmende overtuiging over het nut van het zwemmen en het bad, en dat er zou, nee, moest komen.

Promotiebrochure van NV De Sportfondsen uit 1925 (collectie Stadsarchief Amsterdam inv.nr 30581/330) – afbeelding © Erven Bueno de Mesquita/A. Meinesz

Het bestuur van NV De Sportfondsen is zo tevreden over de prestaties van Van Es, dat zij hem in september 1924 naast Bierenbroodspot tot directeur van de vennootschap benoemen. Hij krijgt echter geen directeurssalaris, maar een klein honorarium. Bij wijze van compensatie krijgt hij de toezegging dat men hem tot directeur van de zweminrichting zal benoemen, indien hij het benodigde kapitaal bij elkaar krijgt. De wervingscampagne gaat dan ook onverminderd verder, zodat in het voorjaar van 1925 de teller al op 900 spaarders staat. De NV verhuist in dit jaar naar de Keizersgracht 583, waar ook de NV Bierenbroodspot en Van der Starre is gevestigd, het bedrijf van Bierenbroodspot sr., handelaar in goud, zilver en diamanten.

Op een eerder moment is al naar buiten gekomen dat men voor de bouw van het zwembad het oog heeft laten vallen op het oude Retortengebouw van de Oostergasfabriek. Men vindt het nu het juiste moment om de plannen van architect Van Amstel naar buiten te brengen. In de Telegraaf van 3 februari 1925 wordt gesproken over een 50 m. overdekt zwembad, een ideale afmeting voor de voorbereidingen op de Olympische Spelen van 1928. Wanneer er geen wedstrijden zijn, kan het bassin met behulp van schotten in tweeën worden verdeeld, zodat dames en heren gescheiden kunnen zwemmen, iets wat heel gebruikelijk is in die tijd. Op de tribune zal plaats zijn voor 3500 toeschouwers. In de andere helft van het gebouw komen tennisbanen, turnzalen en een hospitium.

Gemeentegarantie

Inmiddels zijn ook de onderhandelingen met de gemeente gestart. In het voorjaar van 1926 is het magische aantal van 1000 spaarders bereikt. De kosten van het zwembad worden op dat moment geschat op ƒ 325.000; door spaarders is inmiddels een bedrag van zo’n ƒ 36.000 bij elkaar gespaard. De NV verzoekt de Gemeenteraad om het terrein voor 75 jaar in erfpacht te geven. Voor de financiering van het voor de bouw benodigde bedrag is het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds bereid gevonden, mits de gemeente zich garant wil stellen.

De gemeente is in principe hiertoe bereid, met als voorwaarde dat NV De Sportfondsen zelf vóór het eind van het jaar ƒ 100.000 van het benodigde bouwkapitaal bijeenbrengt. Dit lijkt een haast onmogelijke opgave. Met extra stortingen van spaarders en de uitgifte van aandelen, wordt geprobeerd het enorme bedrag bij elkaar te brengen. Dat lijkt goed te lukken, maar in december is er nog altijd een tekort van ƒ 15.000. Dan komt er hulp uit onverwachte hoek: de niet onbemiddelde Bierenbroodspot sr. biedt aan om het ontbrekende bedrag beschikbaar te stellen. Daarmee is de onderneming gered.

Schandaal de kop ingedrukt

Eén van de voormalige agenten van NV De Sportfondsen, die in de loop van 1925 is ontslagen, bezorgt het bestuur van de NV de nodige hoofdbrekens, wanneer hij uit wraak negatieve verhalen over de Sportfondsenorganisatie verspreid onder spaarders. Dit wekt de nodige onzekerheid bij een aantal spaaraandeelhouders. Zij beleggen op 19 mei 1926 een vergadering in De Poort van Muiden. Gelukkig bereikt de aankondiging van deze vergadering tijdig het bestuur van de Sportfondsen, zodat deze met een afvaardiging de vergadering kan bezoeken.

Het lukt hen niet alleen om de kou uit de lucht te halen; zij dringen er tevens op aan om een commissie in te stellen die alle klachten van de agent zal onderzoeken. Eind december heeft deze commissie een lijvig rapport van maar liefst 40 pagina’s gereed. Op 12 april 1927 is er een nieuwe bijeenkomst, waarbij het rapport wordt gepresenteerd. De conclusie is helder: “De Commissie meent voor zoover door haar kan worden beoordeeld, met het volste vertrouwen den Spaar-aandeelhouders te mogen adviseeren, het vertrouwen in de Sportfondsen te bestendigen.” Daarmee is opnieuw een horde overwonnen.

Verlossende woord gemeente

“Een nieuwe lente een nieuw geluid.” Uit: Y-nieuws nr. 11 van juli 1927 (collectie archief Het Y) – © Erven Bueno de Mesquita/A. Meinesz

Op 30 juni 1927 wordt eindelijk het verlossende besluit in de Gemeenteraad genomen. De Gemeente Amsterdam is bereid een garantie te verlenen voor de rente en aflossing van de lening en is tevens bereid gevonden tot de uitgifte in erfpacht van het gewenste terrein met opstal van de voormalige Oostergasfabriek. Bij De Sportfondsen is men bijzonder trots en steekt dat niet onder stoelen of banken. In Y-nieuws van juli 1927 is het volgende te lezen: “Immers door dit Raadsbesluit wordt aan elk symptoom van twijfel, van achterdocht, dat het publiek – en met reden – de laatste jaren koestert tegen elke instelling, die als “Spaarkas” onder het publiek optreedt, de kop indrukt.”

Vanwege de hoge kosten en de wens om de geldlening zo snel mogelijk af te betalen, zijn de bouwplannen wel versoberd. Er komt geen 50 m. bassin met de mogelijkheid van gescheiden bassins voor dames en heren, maar er wordt wel ruimte vrij gehouden om later alsnog een apart damesbad te realiseren. Er is nu alleen nog sprake van een 25 m. bassin en een kleiner instructiebassin van 13 x 10 m. Volgens een bericht in Het Volk van 4 juli zullen tribunes plaats bieden aan ongeveer 3000 toeschouwers en zal de bouw spoedig kunnen starten: “Als alle factoren medewerken zal juni 1928 ons de grootste Zwemschool te wereld in Amsterdam brengen”.

Start van de bouw

Er moet echter nog heel wat gebeuren voordat de bouw kan aanvangen. Allereerst moeten er verschillende offertes worden aangevraagd. Het verschil tussen de laagste en hoogste offerte blijkt maar liefst ƒ 60.000 te bedragen. De bouw wordt dan ook gegund aan de laagste van de zes aanbieders, de firma J. Poldervaart uit Rijsenberg. Het betonwerk is apart aanbesteed en wordt eveneens aan de laagste aanbieder gegund; de firma Begram Van Eeten en De Bruijne uit Amsterdam.

Ook in die tijd draaien de ambtelijke molens helaas al traag. Als de vergunning van Bouw- en Woningtoezicht er na veel problemen is, kan er op 12 december eindelijk worden gestart met de bouw. Eerst moet intern flink gesloopt worden, waarbij in die tijd al gebruik wordt gemaakt van pneumatische sloophamers. Aannemer Poldervaart en architect Van Amstel verwachten dat het zwembad medio 1928 kan worden geopend. Voor belangstellenden is de maquette van de zweminrichting te bewonderen in de etalages van de firma Gerzon in de Kalverstraat en de firma Bos aan de Middenweg in Watergraafsmeer.

Hoe druk het tegenwoordig is!!” (uit promotiebrochure “Het Sportfondsenbad Komt” 1928 (collectie Ron Wessels) – © Erven Bueno de Mesquita/A. Meinesz

Er verschijnt een nieuwe, uitgebreide brochure, waarin nog eens wordt aangestipt dat: “slechts 5% van ons volk de zwemkunst machtig is” en er maar acht à tien weken paar jaar buiten kan worden gezwommen. Om zwemmen breed en geregeld te maken, zijn er veel meer overdekte bad- en zweminrichtingen nodig, dan de ongeveer tien inrichtingen die ons land op dit moment bezit. De twee overdekte baden in Amsterdam lopen tegen hun grenzen aan. De directie van het Zuiderbad heeft al aangegeven dat: “De inrichting het toppunt van haar kunnen bereikt heeft.” Met behulp van het spaarsysteem van NV De Sportfondsen moet daarin verandering komen. Inmiddels heeft men in Rotterdam al de eerste stappen gezet om tot een Sportfondsenbad te komen, maar de NV wil ook in andere gemeenten waar een rendabele behoefte bestaat, inrichtingen gaan stichten.

  • Promotiebrochure “Het Sportfondsenbad Komt: Reeds met den bouw begonnen”, 1928 (collectie Ron Wessels) – afbeelding © Erven Bueno de Mesquita/A. Meinesz
  • “Ooster Prachtbad van Bagdad, Opent U!”. Uit: De Zwemmer/Y-nieuws nr. 3 van maart 1928 (collectie archief Het Y) – © Erven Bueno de Mesquita/A. Meinesz

Gelukkig zorgt het nieuwe onderkomen van de A.M.V.J., destijds nog de Amsterdamsche Maatschappij voor Jongemannen, voor de broodnodige verlichting. Dit gebouw opent op 11 mei 1928 haar deuren aan het Leidsebosje, op de hoek van de Vondelstraat en Stadhouderskade. In het pand bevindt zich een zwembassin van 25 x 11 meter. Hiervan wordt onder andere gretig gebruik gemaakt door de Amsterdamsche Dames Zwemclub (ADZ). In diezelfde maand bezoeken verschillende belanghebbenden, waaronder Buurtvereeniging Linnaeus de bouwplaats van het Sportfondsenbad. Kunstenaar Bueno de Mesquita krijgt het verzoek om een artistieke weergave te maken van de zweminrichting in aanbouw.

“Droom en werkelijkheid” het Sportfondsenbad in aanbouw. Uit: De Zwemmer/Y-nieuws nr. 5 van mei 1928 (collectie archief Het Y) – © Erven Bueno de Mesquita/A. Meinesz

De bouw vordert gestaag. Als de directie op een zaterdag in juli 1928 wordt rondgeleid door opzichter Oosterink zijn er een vijftigtal werklieden in de weer met hout, ijzer, steen en andere bouwmaterialen. Er moet echter nog heel veel gebeuren, zodat de geplande opening elke keer weer verder naar achter wordt geschoven. “Ja, zet u oktober maar uit uw hoofd, het zal wel wat later worden”, is het antwoord van de opzichter op de vraag wanneer het bad in gebruik kan worden genomen. Over hoeveel later het dan zal gaan worden wil Oosterink geen toezeggingen doen. Het wordt: “Wat later”.

In die tijd is Amsterdam volledig in de ban van de Olympische Spelen, die op 28 juli van start gaan. Voor NV De Sportfondsen is dit een uitgelezen kans om extra aandacht te vragen voor hun project. De beroemde zwemmers Arne Borg en Boy Charlton; leden van de Féderation Internationale de Natation (FINA); enkele bekende waterpoloscheidsrechters en vele anderen, worden gestrikt om een bezoek te brengen aan het zwembad in aanbouw. Allen zijn het erover eens dat er hier iets moois tot stand komt, waar de Amsterdammers terecht trots op kunnen zijn. Inmiddels komen er na Rotterdam ook berichten uit Arnhem voor het realiseren van een overdekte zweminrichting, gefinancierd via het spaarkassensysteem.

  • “De Amsterdamsche stedemaagd”. Uit: De Zwemmer/Y-nieuws nr. 8 van augustus 1928 (collectie archief Het Y) – © Erven Bueno de Mesquita/A. Meinesz
  • “Vult de glazen…”. Uit: De Zwemmer/Y-nieuws nr. 9 van september 1928 (collectie archief Het Y) – © Erven Bueno de Mesquita/A. Meinesz

De verwachte openingsdatum is nu voorlopig gepland voor maart 1929. Eind 1928 is de uitbouw die de ingang van het zwembad vormt gereed. IJzeren letters op de gevel vormen de tekst “Het Sportfondsenbad”. Ook aan de binnenkant krijgt het zwembad steeds meer vorm. De kleedkamers zijn zo goed als gereed en het grote bassin is als proef gevuld. De ijzeren dakconstructie is klaar. Hierin komt binnenkort een glasplafond. Nog altijd zijn er zo’n 65 werklieden bezig met de verschillende technische installaties en met het afwerken van het interieur. Na een rondleiding door het bad in aanbouw, kopt de Telegraaf op 9 december: “Een zwempaleis dat kan wedijveren met het beste ter wereld.” Dagblad Het Volk spreekt over: “De grootste overdekte zwemschool ter wereld.”

Drama kort voor de eindstreep

Op 5 februari 1929 bericht Het Volk: “Een tragisch geval. De architect van het “Sportfondsenbad” overleden.” Volgens deze krant zou Van Amstel zich van het leven hebben beroofd, omdat hij malversaties heeft gepleegd. Namens NV De Sportfondsen verklaart Bierenbroodspot dat er van malversaties geen sprake is en dat Van Amstel en zijn vrouw kleine moeilijkheden en budgetoverschrijdingen zich zeer persoonlijk hebben aangetrokken. Uit onderzoek blijkt echter dat hiervan absoluut geen sprake is. Dit is ook aan beiden medegedeeld. Tevergeefs, blijkt twee weken later.

Wanneer een politieagent het droevige nieuws aan mevrouw Van Amstel overbrengt, springt de vrouw uit het raam. En hoewel zij de sprong overleeft, zal zij waarschijnlijk voor haar leven lang gehandicapt blijven. De werkzaamheden van het echtpaar worden overgenomen door architectenbureau Baanders. Van Amstel heeft destijds de kosten van het zwembad wel te laag ingeschat. In combinatie met andere tegenvallers, maar ook door uitbreiding van de capaciteit van de inrichting, is er een extra bedrag van maar liefst ƒ 175.000 nodig. Hiertoe wordt een nieuwe lening afgesloten waarbij de gemeente gelukkig opnieuw garant staat.

Door een lange vorstperiode loopt het werk verdere vertraging op. Zodra het weer enigszins mogelijk is, gaan de tegelzetters, stucadoors en schilders hard aan de slag om de verdere afwerking van het zwembad zo snel mogelijk te voltooien. Baanders heeft berekend dat de opening van het Sportfondsenbad in de tweede helft van juni kan gaan plaatsvinden. Spaarders zijn bij deze opening van harte welkom, mits zij dit vóór 25 mei schriftelijk kenbaar maken. En dat wordt massaal gedaan.

Officiële opening

Programma van de officiële opening van Sportfondsenbad-Oost (collectie Stadsarchief Amsterdam inv.nr 30581/330) – afbeelding © Erven Bueno de Mesquita/A. Meinesz

Eindelijk is er dan een openingsdatum vastgesteld: zaterdag 15 juni 1929. Na een laatste kleine tegenvaller wordt het Sportfondsenbad onder massale belangstelling een week later, op 22 juni, feestelijk geopend. Na enkele openingswoorden van de heer Kramer, president-commissaris van NV De Sportfondsen, wordt het zwembad officieel geopend door wethouder Walrave Boissevain. Hij benadrukt het grote publieke belang van deze vierde overdekte zweminrichting in de stad. Tal van andere sprekers passeren de revue, waaronder vertegenwoordigers van de Nederlandsche Zwembond (NZB), de landelijke Reddingsbrigade (NBRD), zwemvereeniging Het Y en enkele andere zwemverenigingen.

Op startsein van de wethouder duiken twee meisjes en een jongen in het grote zwembassin. Zij verbreken de slinger die over de breedte is opgehangen. Daarmee is de opening van het Sportfondsenbad een feit. Na een kort dankwoord van Bierenbroodspot volgen er verschillende demonstraties. Een achttal zwemmers en zwemsters demonstreert verschillende zwemslagen. Daarna laten schoonspringers van Het Y hun duikkunsten zien op de drie springplanken die het bad rijk is. Er worden enkele wedstrijdnummers gezwommen en als afsluiting is er een waterpolowedstrijd.

Op zondag organiseert Het Y ter gelegenheid van de opening nationale zwemwedstrijden. In een uitverkocht Sportfondsenbad strijden topzwemmers van verschillende verenigingen uit Amsterdam, Rotterdam en Haarlem om de hoogste eer. De belangrijkste prestatie komt van Marie “Zus” Braun, die op de Spelen van 1928 al goud en zilver won. Opvallend detail is, dat zij met reclame van een Rotterdamse firma op haar badpak zwemt. Op de 200 m. vrije slag verbreekt Braun het Nederlandse en Europese record. Vervolgens zwemt zij nog door tot 300 m., waarbij ze het wereldrecord breekt, hoewel dat later door de NZB wordt ontkracht. Niet alleen het publiek is laaiend enthousiast; het is ook het bewijs dat het nieuwe zwembad zeer geschikt is om snelle tijden te zwemmen. Ook dit evenement wordt afgesloten met de onderdelen schoonspringen en waterpolo.

Het zwembad is nu dan wel officieel geopend, maar is nog lang niet klaar. Vooral ondergronds moeten nog de nodige werkzaamheden worden verricht. De inrichting beschikt niet alleen over een geheel nieuw waterreinigingssysteem met waterkelder, maar ook over een innovatief luchtverversingssysteem. Daarnaast zijn er speciale faciliteiten gecreëerd voor het schoolzwemmen, wat juist in die tijd sterk in opkomst is. Maar bovengronds kan er worden gezwommen en dat wordt gelukkig ook massaal gedaan. Elke week komen er gemiddeld meer zwemmers, zodat er in de eerste maand ruim 20.000 bezoekers de ingang aan de Linnaeusstraat passeren. En deze stijgende lijn zet zich niet alleen voort; ook na ruim 90 jaar kan er nog altijd een duik worden genomen in het inmiddels historische bad.

Diploma uit de begintijd van Sportfondsenbad-Oost (collectie Ron Wessels) – © Erven Bueno de Mesquita/A. Meinesz

Hoe het verder ging

Onder leiding van directeur Van Es is Sportfondsenbad-Oost een groot succes. In 1930, het eerste volledige jaar, ontvangt de zweminrichting bijna 350.000 bezoekers. Het wordt het paradepaardje van NV De Sportfondsen. Uit het hele land komen delegaties om het wonder van Oost met eigen ogen te zien. Regelmatig stoppen er busladingen vol met potentiële spaarders van nieuw te realiseren Sportfondsenbaden voor de ingang aan de Linnaeusstraat. Het Zaanlandse oprichtingscomité regelt zelfs enkele keren een speciale Sportfondsentrein, die telkens een kleine 1500 Zaankanters naar Sportfondsenbad-Oost vervoert.

NV De Sportfondsen is inmiddels omgedoopt tot NV De Vereenigde Sportfondenbaden. Onder leiding van Bierenbroodspot vervult deze organisatie op contractuele basis faciliterende, financiële en administratieve taken voor tal van oprichtingscomités in heel Nederland en zelfs daarbuiten.Tot het begin van de Tweede Wereldoorlog worden er in totaal 18 Sportfondenbaden gerealiseerd, waarvan één in Antwerpen.

Sportfondsenbad-Oost wordt eind 1933 uitgebreid met een instructiebad, om de grote toename van het schoolzwemmen te kunnen opvangen. In 1934 wordt er op het braakliggende terrein naast het zwembad de eerste kunstijsbaan van Nederland gerealiseerd. Deze Sportfondsen-Kunstijsbaan heeft een 1,20 m. hoge betonnen rand, waardoor het in de zomer gebruikt kan worden als Natuurbad. Door geldgebrek en het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog wordt het complex in 1940 afgebroken. Op 19 december 1938 opent aan de Krommertstraat Sportfondsenbad-West, het tweede Sportfondsenbad van Amsterdam. Ook hier zwaait Van Es de scepter.

“Bad-Baan”: De wijze waarop kunstenaar David Bueno de Mesquita uiting gaf aan de gecombineerde Kunstijsbaan (winter)/Natuurbad (zomer) (l.) en “Oost is Oost en West is West”; propagandatekening voor promotie rond de opening van Sportfondsenbad-West (r.). Sportfondsenblad, jrg. 3 nr. 12, 1934 en jrg. 6, nr. 10, 1938 – © Erven Bueno de Mesquita/A. Meinesz

Na de Tweede Wereldoorlog zijn er eerst andere prioriteiten, zoals woningbouw en grote infrastructurele projecten. In de loop van de jaren worden er nog wel enkele baden geopend, die met geld van spaarders bijeen zijn gebracht. Steeds meer gemeenten gaan nu zelf investeren in overdekte- en openluchtzwembaden. Het “Sportfondsen-adviesbureau voor de bouw van Zwembaden” is betrokken een groot aantal nieuwbouwplannen en uitbreidingen.

Daarmee groeit het bedrijf uit tot een full-service organisatie en wordt het vanaf 1967 door zoon Louis ‘Lout’ Bierenbroodspot verder uitgebouwd. Tegenwoordig is Sportfondsen Nederland een private onderneming. Met meer dan 3.000 medewerkers exploiteren zij meer dan 550 voorzieningen door heel Nederland, zoals zwembaden, sporthallen, ijsbanen, multifunctionele sportcentra en sociaal-culturele centra.

Mijn andere artikelen over de historie van de Sportfondsen

In de afgelopen jaren heb ik regelmatig over de geschiedenis van de Sportfondsen geschreven. Het betreft de artkelen hieronder:

Nu je hier toch bent: Ik schrijf mijn artikelen meestal aan de hand van documenten of voorwerpen uit mijn verzameling. Daarom ben ik altijd op zoek naar aanvullingen, zoals: diploma’s, folders, medailles, speldjes, lidmaatschapskaarten, emblemen, boeken, foto’s etc. Eigenlijk alles wat met zwemmen, zwemsport en zwembaden in Nederland te maken heeft. Heb je iets wat interessant zou kunnen zijn voor mijn verzameling, neem dan vooral even contact met mij op. Je maakt hiermee niet alleen mij blij; ik kan er ook andere belangstellenden mee helpen.

Geraadpleegde bronnen

  • Sportfondsen-spiegel : Jubileum-uitgave van de NV “Sportfondsenbad Rotterdam-Noord” ter gelegenheid van het 25-jarig bestaan/Ben Planjer, 1962
  • Sportfondsen 40 : Toelichting bij de overzichtstentoonstelling, samengesteld ter gelegenheid van het 40-jarig jubileum van NV De Sportfondsen en van Mr. J.A.C. Bierenbroodspot, 1963
  • Propagandabrochure Het Sportfondsenbad Komt!/NV De Sportfondsen, 1928
  • Verschillende uitgaven van De Zwemkroniek, officieel orgaan van den Nederlandschen Zwembond
  • Verschillende uitgaven van Y-Nieuws, officieel orgaan van zwemvereeniging Het Y, met officieele mededeelingen der NV “De Sportfondsen” – 1927-1928
  • Tweede jaarboekje der Zwemvereeniging “Het Y” te Amsterdam, vereenigingsjaar 1910-1911
  • Collectie van Alexandre Meinesz-Bueno de Mesquita (Nice), neef en erfgenaam van David Abraham Bueno de Mesquita
  • Verschillende artikelen over Sportfondsenbad-Oost op website Geheugen van Oost
  • Verslag Sportfondsenbad-Oost over 1930
  • Interview met Lout Bierenbroodspot in Sportfondsen Optimaal, nr. 3, 2007
  • website Sportfondsen Nederland
  • Tijdschrift Sportief, 4e jrg., nr.3, 21 januari 1949: Eddie van Es, een kwarteeuw bij de Sportfondsen