Leestijd: 36 minuten

Nadat in 1929 het eerste Sportfondsenbad opent in Amsterdam, ontstaan er overal in Nederland soortgelijke burgerinitiatieven om een eigen overdekt zwembad bijeen te sparen. Uiteindelijk verrijzen in de periode tot de Tweede Wereldoorlog maar liefst 18 Sportfondsenbaden in Nederland, waaronder ook Sportfondsenbad Delft. De voorbereidingen in Delft gaan niet altijd even voorspoedig en ondanks veel tegenwerking van de gemeenteraad kunnen Delvenaren na ruim vijf jaar voorbereiding eindelijk het hele jaar door zwemmen.

Iedere Nederlander zwemmer!

Illustratie van David Bueno de Mesquita uit 1926 in opdracht van de propaganda-commissie van de NZB met als doel het zwemmen te bevorderen (originele tekening uit collectie Y-archief) – © Erven Bueno de Mesquita/A. Meinesz

In de decennia rond de wisseling van de 19e naar de 20e eeuw winnen zwemmen en baden in ons land snel aan populariteit. In deze tijd worden er enkele tientallen zwemclubs en reddingsbrigades opgericht; ook de Nederlandsche Zwembond (NZB) en de Nederlandsche Bond tot Redden van Drenkelingen (NBRD) zien het levenslicht. Deze organisaties houden zich actief bezig het organiseren van wedstrijden en het geven van zwemlessen. Daarnaast voeren zij zonder uitzondering actief propaganda onder de NZB-leus: Iedere Nederlander zwemmer! Dat is hard nodig, want uit statistieken blijkt dat begin jaren ’20 slechts 3% van de bevolking de zwemkunst machtig is. Elk jaar verdrinken er duizenden burgers in grachten, rivieren en andere wateren.

Het beheersen van de zwemkunst is niet alleen noodzakelijk vanwege het verdrinkingsgevaar. In de tweede helft van de 19e eeuw wordt de zwemsport vooral nog beoefend vanuit het gezichtspunt van hygiëne en lijfsbehoud. Veelzeggend is de leus uit die tijd van de Amsterdamsche Zwemclub AZ1870: Wasschen is goed, baden is beter, zwemmen is het best. Door de Arbeidswet van 1919 komt er nog een ander aspect bij: Mensen krijgen meer vrije tijd. Zeker vanaf dat moment wordt zwemmen niet alleen meer als nuttig en noodzakelijk gezien; ook wordt het steeds meer beschouwd als aangenaam tijdsverdrijf.

Zwemmen in Delft

Er is echter een belangrijk praktisch probleem: Op dat moment zijn er vrijwel alleen openluchtzwembaden in Nederland, waar grofweg in de periode mei tot en met september kan worden gezwommen, vaak in ijskoud water. Terwijl de badhuizen uit hygiënische gronden in het hele land als paddenstoelen uit de grond schieten, blijven de gemeentelijke subsidiepotten voor overdekte zwembaden stijf gesloten. Rond 1920 zijn er in heel Nederland daarom minder dan tien overdekte zwembaden beschikbaar, in vrijwel alle gevallen particuliere ondernemingen. Ook Delft ontbeert een eigen Overdekte, net als de meeste andere middelgrote gemeenten.

Bad- en zweminrichting aan de Westvest ca. 1900 (Fotograaf onbekend/Collectie Stadsarchief Delft, objectnr. 2670)

Al halverwege de 19e eeuw wordt er in Delft gezwommen in een vrij primitieve zweminrichting in de singel aan de Westvest. Deze zweminrichting mag alleen worden gebruikt door jongens en mannen. In die tijd en nog lang daarna worden ontblote vrouwelijke lichaamsdelen als onzedelijk gezien. Ondanks de decennialange populariteit van dit zwembad, zijn er ook veel klachten. Zwemmers ondervinden hinder van voorbijvarende schuiten. Ook het afval van de naastgelegen groenteveiling dat in het zwemwater terecht komt, draagt niet echt bij aan het zwemplezier. Er werd wel beweerd dat men zich soms een weg moest banen tussen de bloemkoolbladeren door.

Naast de toenemende klachten moet de inrichting sowieso plaatsmaken voor aanleg van een trambaan. Daarom wordt er in 1927 besloten tot de bouw van een nieuwe inrichting aan de Tweemolentjeskade. Hoewel ook krantenartikelen spreken van een zweminrichting aan de Tweemolentjeskade, wordt er in de meeste gevallen gesproken over zwembad Aan Het Verlaat (de naam van de tegenover gelegen straat). Dit openluchtzwembad wordt officieel geopend op 22 juni 1928.

De nieuwe bad- en zweminrichting beschikt over 4 bassins; 2 voor heren en twee voor dames. Vrouwen en mannen zwemmen in deze tijd immers nog gescheiden. Alleen al over het idee van gemengd zwemmen werd vroeger schande gesproken. De afscheiding tussen beide baden kon wel worden verwijderd, zodat zwemwedstrijden in een groot bassin konden worden gehouden. Het zou overigens nog tot 1942 duren totdat er voor het eerst op zondagen gemengd kon worden gezwommen.

Amsterdammers sparen eigen zwembad bij elkaar

Illustratie van David Bueno de Mesquita uit 1931 “Werkt u mede” (Sportfondsenblad, jrg. 2, nr. 3, 1931, collectie Ron Wessels) – © Erven Bueno de Mesquita/A. Meinesz

Op 14 juni 1923 richten jonge vier leden van een Amsterdamse zwemvereniging NV De Sportfondsen op, met als doel het verwezenlijken van een eigen overdekte zweminrichting. Op dat moment is het systeem van spaarkassen – , een vroege vorm van crowdfunding – al een tijdje in zwang. Hierbij leggen de inschrijvers gedurende een langere periode maandelijks een klein bedrag in en bouwen daarmee een spaartegoed op. In dit geval betalen de deelnemers gedurende 12 jaar minimaal ƒ 2,50 per maand, om een bedrag van ƒ 360,- bij elkaar te sparen. Het grote voordeel van dit spaarsysteem is, dat men niet afhankelijk is van een beperkt aantal gefortuneerde investeerders.

Ondanks de nodige tegenslagen slaagt het project; na zes spannende jaren opent op 22 juni 1929 Sportfondsenbad-Oost. Vanaf de opening is het zwembad een groot succes. Uit het hele land komen delegaties op bezoek om het Wonder van Oost met eigen ogen aanschouwen. In verschillende steden ontstaan initiatieven om met dezelfde methode een eigen overdekte zweminrichting te realiseren. NV De Sportfondsen staat deze oprichtingscomités met raad en daad bij en verzorgd tevens een groot deel van de administratie en organisatie.

Een eigen Overdekte voor Delft?

Ook in Delft gaan stemmen op om een eigen overdekt zwembad bij elkaar te sparen. Het nieuwe zwembad Aan het Verlaat trekt in het jaar na de opening al zo’n 100.000 bezoekers. De echte zwemliefhebbers zijn genoodzaakt om in de winter uit te wijken naar Den Haag, waar de in 1927 opgerichte Delftsche Reddingsbrigade (DRB) een eigen oefenavond heeft in de Mauritskade. Ook het Haagse zwembad De Regentes wordt door velen bezocht. Als het aan de DRB ligt is een eigen overdekte voor Delft dan ook geen wens meer, maar onvermijdelijk.

Het is dan ook niet vreemd dat het bestuur van de DRB het initiatief neemt en Han Bierenbroodspot, directeur van NV De Sportfondsen op 3 maart 1930 uitnodigt om aanwezig te zijn bij een vergadering in Ons Gebouw Hier wordt de mogelijkheid van de stichting van een overdekt zwembad in Delft besproken. De Sportfondsen-directeur houdt een uitvoerige voordracht over de totstandkoming en het enorme succes van Sportfondsenbad-Oost in Amsterdam en de voorwaarden en mogelijkheden om in Delft een eigen overdekt zwembad te realiseren. Afgesproken wordt, dat hij een pasklaar plan zal maken met uitvoerige gegevens omtrent exploitatie, bouw en bestaansmogelijkheden, die tijdens een tweede vergadering zal worden besproken.

Die vervolgvergadering vindt plaats op 10 april 1930, opnieuw in Ons Gebouw, waar volgens de Delftsche Courant onder leiding van DRB-voorzitter J. Onverwagt: “Een intieme bespreking wordt gehouden over het vraagstuk van de stichting eener overdekte zweminrichting hier ter plaatse.” Bierenbroodspot heeft een raming gemaakt van de bouwkosten, die inclusief de technische installatie ƒ 197.500,- zullen bedragen, terwijl de exploitatiekosten op een kleine ƒ 40.000,- zijn begroot. Daarbij gaat hij ervan uit dat er bij ingebruikneming van de inrichting ƒ 50.000 bijeen is gespaard.

Voor het spaarsysteem wordt een termijn van 12 jaar voorgesteld, zoals ook in Amsterdam het geval was. Bij de genoemde bedragen is Bierenbroodspot ervan uit gegaan dat de gemeente de benodigde bouwgrond gratis ter beschikking zal stellen. De aanwezigen op de vergadering zijn hierover minder optimistisch en denken dat de kosten eerder 2,5 ton zullen zijn. Zaak is nu om 500 Delvenaren te vinden, die bereid zijn om een spaaraandeel te nemen.

Mr. Snoeck Henkemans, in het dagelijks leven voorzitter van de Raad van Arbeid Delft, ziet geen vuiltje aan de lucht. Als ervaren fondsenwerver bij andere maatschappelijke projecten zullen er naar zijn idee: “Zonder bezwaar 500 Delvenaars gevonden kunnen worden, die bereid zijn aan het spaarfonds deel te nemen en is er 50 mille bijeen, dan loopt de rest vanzelf. Dan kan Delft zich practisch in het bezit weten van een overdekte zweminrichting.”

Mr. Snoeck Henkemans

Mr. G. Snoeck Henkemans, voorzitter Raad van Arbeid Delft (Sportfondsenblad, jrg. 3, nr. 3, 1933, collectie Ron Wessels)

In mei 1919 wordt Mr. G. Snoeck Henkemans door minister van Arbeid Piet Aalberse geïnstalleerd als voorzitter van de Raad van Arbeid Delft. Naast het leiden van de Raad krijgt hij als opdracht mee, om ook op maatschappelijk gebied actief te zijn.

Zo is hij vanaf zijn aanstelling tot de opheffing van de Raad in 1933 voorzitter van Oranjedag, directeur van de Nuts-Spaarbank en secretaris-penningmeester van de Delftse Tennisbond. Voort is hij voorzitter van de Delftse Kegelbond en Voorzitter van het Delftse Stichtingscomité van het Sportfondsenbad.

De plannen krijgen langzaam vorm

Tijdens een derde vergadering op 28 april 1930 worden de plannen en voorlopige contracten voor het te realiseren zwembad nader besproken. Inmiddels is er een voorlopig Stichtingscomité gevormd, de Commissie tot Oprichting van een Sportfondsenbad te Delft, waarin onder andere Snoeck Henckemans en Onverwagt zitting nemen. Daarnaast is er een Raad van Advies ingesteld en een Comité van Aanbeveling gevormd, onder aanvoering van burgemeester mr. G. van Baren en met tal van hoogwaardigheidsbekleders. Het Stichtingscomité moet hard aan de slag met de uitgewerkte plannen, want al op 5 mei staat er een openbare vergadering op het programma.

Initiatiefnemers de heren F.J. Swartwout de Hoog (l.) en J. Onverwagt (r.) (Sportfondsenblad, jrg. 4, nr. 12, februari 1936, collectie Ron Wessels

De Propagandavergadering op 5 mei 1930 in de Stadsdoelen wordt druk bezocht. Opnieuw houdt Bierenbroodspot een inleiding, waarna er een groot aantal vragen worden gesteld over de verplichtingen rond de spaaraandelen, reductie op abonnementsgelden en over andere praktische zaken. Over de haalbaarheid van de onderneming is voorzitter Snoeck Henckemans duidelijk: als er 200 spaarders worden gevonden die de aandelen direct volstorten en daarnaast 500 gewone aandelen, dan zou het zwembad er al in de winter van 1931 kunnen staan.

Zieltjes winnen

Inmiddels zijn we weer enkele maanden verder en is er een Afdeling Delft van De Sportfondsen opgericht. In de media wordt een dringend beroep gedaan op Delftsche burgerij: “Wij doen dan ook op haar een krachtig beroep om mede te werken tot het welslagen van den onderneming.” Net als in Amsterdam zal de Rijksverzekeringsbank worden benaderd voor het verstrekken van het benodigde kapitaal. Vanwege het grote sociale nut stelde de Gemeente Amsterdam zich destijds garant voor betaling van de hoofdsom en de betaling van de rente en aflossing. De initiatiefnemers gaan ervan uit dat de Gemeente Delft eenzelfde garantie zal afgeven.

De heer J. Onverwagt ondertekent op 19 september 1930 het contract met NV De Sportfondsen (collectie Hilda Onverwagt)

Het contract met NV De Sportfondsen wordt op 19 september 1930 getekend. Er worden 5000 brochures gedrukt, waarin de plannen nader worden toegelicht en waarin de lezer wordt aangespoord om een spaaraandeel te nemen. Naast deelname door belangstellenden van het eerste uur, moeten de deelnemers geworven worden via huis-aan-huis bezoeken. In het Sportfondsenblad van december 1930 wordt verslag gedaan van de wervingsactiviteiten: In de eerste tweeënhalve maand zijn er 234 spaaraandelen geplaatst. Tussen de comitéleden heerst een sportieve strijd om wie de meeste aandelen slijt. Mr. Snoeck Henkemans en ir. Swartwout de Hoog, directeur van de Delftsche Gasfabrieken, zijn met respectievelijk 82 en 67 geworven spaarzielen topscoorders.

Comitéleden Snoeck Henkemans (l.) en Swartwout de Hoog komen elkaar tegen tijdens een van hun colportagetochten (Sportfondsenblad, jrg. 1, nr. 6, december 1930, collectie Ron Wessels)

Het artikel beschrijft ook hoe die colportage in de praktijk moest zijn gegaan: “Stel u voor, een paar weken terug, op zoo’n Hollandschen Novemberavond met stort- en hagelbuien, was Ir. Swartwout de Hoog weer op het oorlogspad. Hij had het gemunt op den Heer X, toog naar diens woning, maar vond hem niet thuis. […] In elkaar gedoken, tegen den regen in, het hoofd zoveel mogelijk naar beneden, ging het verder, maar niet erg ver, want bons, daar liep de Heer Swartwout de Hoog tegen iemand op, een kleinere man, eveneens in hetzelfde loopgraven-tenue. Fronsend keek hij op, en blikte in de oogen van… Mr. Snoeck Henkemans.”

SDAP-leden boycotten de onderneming omdat zij van mening zijn dat de overheid het zwembad zou moeten bekostigen. In een ingezonden artikel in het Delftsche Volksblad schrijft Jac. P. Lalleman hierover het volgende: “In mijn onwetendheid had ik altijd gedacht, dat wij als sociaal-democraten op het standpunt stonden, dat de stichting van een Zwembad een taak der Overheid was… […] maar toch kunnen wij niet aan den indruk ontkomen, dat de kosten vooral voor de arbeiders in dezen tijd van werkeloosheid een bezwaar zullen zijn.” Ondanks deze boycot gaat het comité vol goede moed verder.

Op excursie naar Amsterdam
Het is in die tijd heel normaal dat er delegaties spaarders en potentiële spaarders op excursie gaan naar Sportfondsenbad-Oost in Amsterdam. Op 26 oktober 1930 vertrekken een 75-tal leden van de Delftsche Reddingsbrigade in twee autobussen naar de Linnaeusstraat in Amsterdam. Ter plekke worden zij toegesproken door de heer Bierenbroodspot zelf, gevolgd door een rondleiding. In bondsblad De Brigade wordt enthousiast verslag gedaan: “Dat daarna een heerlijk bad is genomen, is te begrijpen. Een en al bewondering voor zoo’n inrichting en de verzuchting, wanneer zoo iets in Delft eens kwam! Wat een gezelligen dag hebben wij gehad en wat was dat water fijn.”

Medio februari 1931 zijn er al meer dan 300 spaarders ingeschreven. Er wordt dan ook al gesproken over het afsluiten van een lening bij de Rijksverzekeringsbank voor het ontbrekende bedrag. Voor het betalen van de rente en aflossing zal geen beroep worden gedaan op een garantstelling door de Gemeente Delft. In plaats daarvan wordt bij gemeente op 4 maart een subsidiebedrag aangevraagd van ƒ 20.000 als bijdrage in de oprichtingskosten. Dit bedrag kan worden betaald door te besparen op een geplande aparte badinrichting in het Westerkwartier en een nodige uitbreiding voor het schoolzwemmen van de zweminrichting Aan het Verlaat.

Burgemeester en wethouders liggen dwars

Op 1 juni 1931 is het aantal spaarders gegroeid tot ruim 360. De verwachting is, dat het nieuwe zwembad met enige inspanningen op 1 september 1932 zou kunnen openen. Enkele maanden later, op 16 oktober, organiseert het Stichtingscomité een algemene vergadering. Er zijn inmiddels 388 aandelen geplaatst, die een waarde vertegenwoordigen van bijna ƒ 140.000. Inmiddels is hiervan ƒ 45.000 gestort. Daarnaast is er door enkele personen voor een bedrag van ƒ 11.000 ingeschreven. Indien de gemeente met de subsidie over de brug komt, kan er een lening worden afgesloten.

Zover is het echter nog niet, want op 10 november verzoeken Burgemeester en Wethouders (B&W) van Delft om het subsidieverzoek in te trekken. Een maand later stuurt het Stichtingscomité een nieuw verzoek, waarbij naast het algemene Delftse belang voor een overdekte zweminrichting, de economisch verslechterde toestand als extra argument wordt ingebracht. Weer twee maanden later wordt dit verzoek omgezet in een verzoek om toch garant te staan voor rente en aflossing van de af te sluiten hypotheek.

In maart 1932 wordt dit uitgebreid met een verzoek om niet over te gaan tot de bouw van een badinrichting in het Westerkwartier en subsidie en gegarandeerde tarieven te verlenen aan de op te richten NV Sportfondsenbad Delft voor water en elektriciteit, zodat zij voor lage prijzen stortbaden kan aanbieden. Daarnaast verzoekt het Stichtingscomité tegen een zo laag mogelijk vast te stellen canon een terrein voor 75 jaar in erfpacht beschikbaar te stellen. B&W zijn echter van mening: “dat de tijdsomstandigheden niet toelaten dat de gemeente thans nieuwe financieele verplichtingen op zich neemt.” Ondanks dat de Gemeentelijke Financiële Commissie zich wel zeer positief uitspreekt over de Sportfondsenplannen, wordt het verzoek op 18 mei 1932 in de gemeenteraad weggestemd.

Het project wordt toch voortgezet

De Sportfondsencommissie is erg teleurgesteld in de houding van de gemeenteraad, maar is vastberaden om door te gaan: “Laten wij het gemeentebestuur toonen, dat, zoo hun de moed en de wil ontbreekt, om in deze moeilijke tijden iets tot stand te brengen, wij Burgers van Delft zelf nog de handen in elkaar kunnen slaan, om met vereende krachten ons doel te bereiken,” is de reactie van het oprichtingscomité in De Delftsche Courant van 2 juni 1932.

Na de zomervakantie wordt de werving van spaarders geïntensiveerd en uitgebreid naar Rijswijk. Het oprichtingscomité heeft twee nieuwe leden uit Rijswijk aangetrokken, die onder de 2000 leden van de Rijswijkse Zwemvereeniging gaan werven. Inmiddels zijn er zo’n 400 spaarders in Delft en moeten er nog 100 worden gevonden, waarna er met een bouwkrediet gebouwd kan worden. Om het nemen van een spaaraandeel aantrekkelijker te maken hoeven nieuwe aandeelhouders pas te gaan storten, als de bouw van het zwembad definitief doorgaat. Toch zijn de vooruitzichten niet ongunstig: Met een aanzienlijke bijdrage van ƒ 11.000 door de Gist- en Spiritusfabrieken is er inmiddels ƒ 75.000 bijeen gespaard.

In de vergadering op 1 februari 1933 neemt Sportfondsencommissie afscheid van voorzitter Snoeck Henkemans, die inmiddels de functie van voorzitter van de Raad van Arbeid in Dordrecht heeft aanvaard. Tijdens deze vergadering wordt ook besloten dat, ondanks de weigering van garantstelling door de Gemeente Delft, de plannen voor een eigen overdekt zwembad gewoon worden voortgezet. Secretaris Ir. V. Jockin volgt Snoeck Henkemans op als voorzitter.

Ter gelegenheid van het afscheid van Snoeck Henkemans heeft mede-commissielid Swartwout de Hoog een toepasselijke strip getekend (Sportfondsenblad, jrg. 3, nr. 3, februari/maart 1933, collectie Ron Wessels)

Bouwterrein gezocht… en gevonden!

Op 6 maart dient de Sportfondsencommissie bij de gemeente een aanvraag in voor aankoop van een stuk braakliggende grond aan het J.C. van Markenplein. Terwijl er uit andere steden positieve berichten komen over de voortgang bij lokale Sportfondsenprojecten, blijft het in Delft vervolgens een tijd lang stil en worden spaarders ongeduldig. Op de achtergrond gebeurt er in de tussentijd gelukkig wel van alles. Financieel is het project inmiddels rond, maar bij het Bouwbureau van de Sportfondsen is het niet alleen razend druk; zonder een definitief bouwterrein zijn de plannen niet goed te maken.

Na lang wachten komt er eindelijk overeenstemming met de gemeenteraad en krijgt de Sportfondsencommissie in het voorjaar van 1934 een stuk grond aangewezen ten noorden van het Westplantsoen. Helaas gebeurt de aankoop onder zeer ongunstige voorwaarden. De gemeente wil de grond niet in erfpacht uitgeven, maar alleen verkopen en dan ook nog tegen de normale grondprijs. Het Sportfondsenbestuur is daarom genoodzaakt ruim ƒ 28.000 voor deze aankoop te reserveren. Voor die tijd is dat een enorm bedrag, dat tevens ten koste gaat van enkele beoogde plannen van de zweminrichting.

De bouwplannen worden nu wel snel concreter. De Delftsche Courant beschrijft hoe het gebouw eruit gaat zien: “De perspectiefteekening doet het kloeke gebouw in landelijke stijl opgetrokken zien vanuit het Zuid-Oosten. Het hooge middengedeelte verraad de groote schoorsteen, een deel van groote zuidelijke dakramen, welke geheel wegschuifbaar zijn, evenals de zuidgevel zelf. Aldus wordt strak een open zomerbad geschapen.” Verrassing is, dat er naast het grote bad ook een oefenbad zal worden gerealiseerd.

Plattegrond en perspectieftekening van het toekomstige zwembad. Vanwege geldtekort zal het oefenbassin uiteindelijk vervallen (Delftsche Courant, 28-02-1934)

Nog altijd niet bouwen

Na alle tegenslagen kan er nu eindelijk een aanvang worden gemaakt met de bouw. Op het Bouwbureau van de Sportfondsen wordt onder leiding van architect Wolter Bakker hard gewerkt aan de voltooiing van de plannen. Op het bouwterrein, in de volksmond Balkengat genoemd, is inmiddels een groot reclamebord geplaatst, met de aankondiging dat hier straks het hele jaar door kan worden gezwommen in Sportfondsenbad Delft. Begin juni is eindelijk het concept bestek gereed.

Maar opnieuw blijft het lange stil. Het geduld van de spaarders wordt behoorlijk op de proef gesteld. Begin 1935 wordt tijdens een spaardersvergadering bekend gemaakt dat de oorspronkelijke plannen inmiddels wat zijn versoberd (minder luxueus, maar wel zeer comfortabel). Ondanks de fors lagere bouwkosten is er nog altijd een gat in de begroting van zo’n ƒ 30.000. Afgesproken is dat de bouw definitief niet doorgaat, indien dit bedrag niet vóór 12 april bijeen of toegezegd is.

Het worden uiterst spannende tijden voor de afdeling Delft van de Sportfondsen. Kom er een oplossing, of is alle moeite voor niets geweest? Terwijl 12 april steeds dichterbij komt is er nog altijd geen oplossing gevonden. Kort voor de deadline krijgt de Sportfondsencommissie van het hoofdkantoor te horen, dat er: “Spoedig een oplossing bereikt zou kunnen worden.” De beslissende vergadering wordt tot nader bericht uitgesteld.

Een groot reclamebord geeft aan waar het Sportfondsenbad zal verrijzen (Collectie Hilda Onverwagt)

Gelukkig is er een maand later wel goed nieuws. De Delftsche Courant kopt: “Delft krijg zijn Sportfondsenbad! De bouw verzekerd.” De devaluatie van de Belgische Franc heeft als gevolg dat het vertrouwen in zowel de obligatie- en als de hypotheekmarkt volledig verdwenen is. Daarop trekt de hypotheekverstrekker van het zwembad zich terug. Als de onrust enigszins is geluwd komt er een oplossing: De Centrale Onderlinge, de bekende Ziekteverzekeringsvereniging uit Den Haag, verklaart zich bereid om na afloop van de bouw een hypotheek van ƒ 50.000 te verstrekken.

Bouw dan eindelijk van start

Met een aangepast en versoberd ontwerp, zonder het geplande oefenbad, kan dan na bijna vijf jaar eindelijk met de bouw worden gestart. Op 9 juli 1935 is het zover: Een select gezelschap is aanwezig in de weilanden bij het Westplantsoen om getuige te zijn van het slaan van de eerste van 493 heipalen: “Enkele minuten vóór 3 uur plofte het 900 K.G. zware heiblok, met vaardige hand gedirigeerd door Ir. V. Jockin, met een doffe dreun op den 19 meter lagen paal neer.”

Het werk zal worden uitgevoerd door de Amsterdamsche Ballast Maatschappij onder leiding van architect Wolter Bakker. Deze aannemersfirma wil het werk in deze crisisjaren met hoge werkloosheid erg graag uitvoeren en heeft daarom aangeboden om een deel van de bouwsom om te zetten in een lening met 6% rente. Als voorwaarde is wel gesteld, dat alle nog binnenkomende spaargelden, alsmede de uit het bedrijf vrijkomende bedragen, aan haar in mindering op haar vordering zouden worden afgedragen. De verwachting is, dat het zwembad uiterlijk begin 1936 klaar zal zijn.

  • Op 9 juli 1935 wordt de eerste paal door voorzitter ir. V. Jockin in de grond geheid (l.) (Delftsche Courant van 10 juli 1935)
  • Met behulp van een oude heistelling met lier bedient voorzitter Jockin het heiblok (r.b.) (Collectie Hilda Onverwagt)
  • De twee geleidepalen zorgen ervoor dat het heiblok de heipaal recht de grond in slaat (r.o.) (Collectie Hilda Onverwagt)

Grote vrachtwagens vol heipalen en andere bouwmaterialen rijden nu regelmatig door Delft naar het Westplantsoen. Na anderhalve maand zijn er bijna 500 palen de grond in geslagen. Aansluitend worden de kelders en bassins gevormd. In de loop van oktober zijn de betonwerken afgerond en kan er worden gestart met het metselwerk en de ijzerconstructie. De contouren van de zweminrichting worden steeds duidelijker. Overal op het bouwterrein wordt druk gewerkt.

Na Heerlen wordt dit het tweede Sportfondsenbad dat volgens een nieuwe bouwwijze wordt uitgevoerd als zogenaamd amphibiebad, een serrebad waarbij zowel het dak als een zijwand geheel kunnen worden weggeschoven; “zoodat de zwemmers bij zonnig zomerweer de gelegenheid hebben naar buiten te gaan en het lichaam bloot te stellen aan het ultra-violette licht […} Het effect daarvan is werkelijk verrassend. Men is bij weggeschoven stand in een werkelijk openlucht-bad-omgeving.” Buiten wordt een groot zonneterras uitgevoerd.

Eind november worden de eerste dakspanten van het uitschuifbare dak geplaatst. Dit dak zal uiteindelijk een respectabel gewicht van 85.000 kg krijgen. Daarmee is het hoogste punt bereikt en kan de Hollandse driekleur uit. Bij deze gelegenheid zijn ook enige leden van de Raad van Beheer aanwezig. De heer Onverwagt spreekt de aanwezigen toe bij wat hij noemt; “deze laatsten opmarsch”. Hij spreekt zijn waardering uit over de grote toewijding, het enthousiasme en de voortvarendheid; “van allen, die hun krachten geven aan de aan de totstandkoming van dit schoone bouwwerk.”

Verschillende fasen in de bouw van het zwembad (Collectie Sportfondsenbad Delft)

De opening

Op 14 januari 1936 wordt er een vergadering belegd waarin de plannen worden besproken voor de aanstaande opening. Hoewel er geen mededelingen worden gedaan over de definitieve openingsdatum, wordt door de Delftsche Courant al onder voorbehoud de datum 15 februari genoemd. Een kleine twee weken later wordt bekend gemaakt dat de opening inderdaad half februari zal plaatsvinden en dat oud-voorzitter Snoeck Henkemans de officiële opening zal verrichten. De laatste voorbereidingen worden uitgevoerd, waaronder het vullen van het bassin met water. De heer F.A. Putto, die ook al de scepter zwaait in Sportfondsenbad Schiedam, is benoemd tot directeur.

Ex- en interieur van het nieuwe zwembad (l.) (Bouwende Gravers, [1938]) en directeur F.A. Putto (r.) (Sportfondsenblad, Delft-nummer, februari 1961, collectie Sportfondsenbad Delft)

Op zaterdagmiddag 15 februari heerst rond het Westplantsoen een ongewone drukte: “Nabij den toegangs’weg’ stonden eenige tientallen nieuwsgierigen, auto’s reden aan en parkeerden er. Honderden genodigden betraden het nieuwe gebouw, teneinde de opening bij te wonen.” Binnen heerst een enorme drukte, maar er is voor iedereen plaatsgemaakt rond het bassin. De voorzitter van de Raad van Beheer, de heer Van Batenburg heet de aanwezigen welkom. Hij blikt kort terug op de start van het initiatief, zes jaar geleden en spreekt zijn dank uit aan allen die hierin een aandeel hebben gehad. Als afsluiting van zijn speech wordt het dak boven het bassin opengeschoven.

De heer Snoeck Hermans richt zich in zijn openingswoord allereerst op de spaarders. Zij zijn mede verantwoordelijk voor het slagen van een gezonde exploitatie. Hij hoopt dat zij het bad druk zullen bezoeken. Snoeck Hermans is overigens wel optimistisch over deze exploitatie. De vaste lasten zijn tot een minimum teruggebracht. Het bad is één van de goedkoopste overdekte zweminrichtingen van het land. Het openschuifbare dak zorgt ervoor dat er ook in de zomer voldoende bezoek zal zijn. Met de leus: “Heel Delft moet leeren zwemmen”, verklaart hij het Sportfondsenbad voor geopend.

Direct na de opening verrast de DRB de gasten met een bijzondere verrassing: “Een groote Delftsch blauwe jardinière, uit hout en karton […] werd naar het midden van het bassin gevaren. In de keurige jardinière stonden eenige palmen en daartussen verscheen opeens de jongeheer Boogaard, gekleed in een matrozenpakje. Hij toonde een spandoek met de woorden: ‘Hulde van de D.R.B.’ Onder luid applaus sprong hij hierna te water.”

Er volgen toespraken van de heer Onverwagt en de heer Bierenbroodspot, directeur van NV De Sportfondsen. Vervolgens is het de beurt aan burgemeester Van Baren. Het verheugt hem dat Delft nu over een overdekt zwembad beschikt en dat dit bad uit eigen initiatief is voortgekomen. Volgens hem mag het Gemeentebestuur zich gelukkig prijzen, dat dit particuliere initiatief heeft kunnen prikkelen door zich te onthouden van steun… Er volgen nog meer hoogwaardigheidsbekleders die de Raad van Beheer gelukwensen. Als afsluiting houdt mw. Triebels, bijgenaamd de zwemmoeder, namens zwembond KNZB een vurig pleidooi voor de zwemsport.

Demonstraties

Na het officiële gedeelte verzorgt de DRB een demonstratie waarin onder andere verschillende vervoersgrepen worden getoond. De demonstratie wordt afgesloten met het zogenaamde trick-swimming, een vroege vorm van het huidige synchroonzwemmen. De Delftsche Zwemvereeniging (DZV) heeft de Rotterdamse topzwemster Willy den Ouden bereid gevonden om een demonstratie schoonspringen en snelzwemmen te geven. Allereerst voert zij een aantal fraaie sprongen van de 3-meter plank uit, gevolgd door enkele banen crawlzwemmen.

Vervolgens wordt er hartelijk gelachen om het komische schoonspringnummer van de heren Schatens en Hazenberg. Na nog een zwemdemonstratie van DZV wordt afgesloten met een waterpolowedstrijd tussen de Haagse zwemverenigingen HZ&PC en ZIAN. Deze wedstrijd eindigt in een 3-3 gelijke stand. Tegen half zes zijn de officiële feestelijkheden ten einde, maar al dezelfde avond is er gelegenheid voor spaarders en genodigden om in het nieuwe bad te zwemmen.

Propagandabeelden in opdracht van NV De Sportfondsen van Sportfondsenbad Delft uit openingsjaar 1936 (Collectie Ron Wessels)

Eerste zwemfeesten

Vanaf de opening wordt het Sportfondsenbad druk gebruikt. Naast de Delftsche zwemverenigingen DZV, Raket, DRB en de afdeling Delft van de Naderlandsche Arbeiders Sportbond (NASB), maakt onder andere ook sportvereniging DHL gretig gebruik van het zwembad. In de eerste bedrijfsweken passeert het bezoekersaantal al snel de 2.000 per week. Ook worden er door verschillende groepen excursies naar het bad georganiseerd, waaronder De Huisvrouwenvereeniging, Machinefabriek Reineveld, Goudsche Spaarders en NV Nederlandsche Kabelfabriek.

Op 1 maart vinden al de eerste zwemwedstrijden plaats, georganiseerd door de afdeling Delft van de NASB. Met meer dan 100 deelnemers uit Den Haag, Rotterdam, Gouda, Amsterdam en natuurlijk Delft, wordt het een groot feest. Naast zwem- en polowedstrijden zijn er demonstraties figuurzwemmen, reddend zwemmen en schoonspringen. Enkele weken later, op 26 maart, organiseert DZV ter gelegenheid van haar 12,5-jarig bestaan nationale zwemwedstrijden, waarbij het bad opnieuw bomvol toeschouwers zit om sterren als Willy en Ouden, Rie Mastenbroek en Nida Senff tegen elkaar te zien strijden.

  • Greet Brouwers assisteert Willy den Ouden bij het haardrogen na afloop van de nationale zwemwedstrijden van DVZ (m.) (Algemeen Handelsblad van 27 maart 1936)
  • Deelnemers aan de zwemwedstrijden van de afdeling Delft van de NASB op 1 maart 1936 (r.b.) (Arbeiderssport, jrg. 9, nr. 10, 7 maart 1936)
  • Sportfondsen-commissaris Onverwagt onder het mes bij Neptunus tijdens het eerste afzwemfeest op 24 mei 1936 (r.o.) (Sportfondsenblad, jrg. 5, nr. 4, juni 1936, collectie Ron Wessels)

Op 24 mei is het alweer tijd voor het eerste afzwemfeest. De zwemzaal zit opnieuw vol met zo’n 500 belangstellenden, die allereerst de ongeveer 90 zwemmertjes aanmoedigen bij het afzwemmen. Het is in deze tijd heel normaal dat er tijdens diplomazwemmen toneelstukken en allerhande demonstraties worden gegeven. In Delft is dit niet anders. Het zangspel; “De bekeerde viespoetsen” wordt opgevoerd, gevolgd door een demonstratie van de DRB. Er wordt een complete doopplechtigheid van de zeegod Neptunus opgevoerd, waarbij de bekende heer Onverwagt wordt gedoopt en geschoren, waarna hij in het water belandt. Hiermee komt ook aan dit zwemfeest een einde. In de loop van de jaren zullen er nog vele volgen.

  • In 1940 oefenen er elke week maar liefst 1000 soldaten, die gelegerd zijn in en om Delft, onder leiding van badmeester Vonk in het Sportfondsenbad (l.) (Collectie Sportfondsenbad Delft)
  • Ruim vijf maanden na de opening wordt de 50.000e bezoekster gehuldigd. Mej. Lena Britsia, lid van R.K. Vereeniging De Hollandsche Leeuw wordt op 24 juli gefeliciteerd met bloemen en abonnement (r.) (Sportfondsenblad, jrg. 5, nr. 6, augustus 1936, collectie Ron Wessels)

Delftse methode populair bij schoolzwemmen

In 1936 geven B&W toestemming aan de Gemeentelijke Inspecteur van het onderwijs om het zwemmen in schoolverband langzaam in te voeren. zowel voor Openbare als Bijzondere scholen. De lessen worden in eerste instantie gegeven in de Gemeentelijke zweminrichting Aan het Verlaat. De kosten worden door de kinderen zelf betaald. In het Sportfondsenbad starten eerst nog enkele scholen met schoolzwemmen, maar vanaf 1938 zwemmen alle Delftse scholen alleen nog in het Sportfondsenbad, omdat alleen daar het hele jaar door kan worden gezwommen.

Vanaf 1941 neemt de Gemeenteraad alle kosten voor het schoolzwemmen op zich. De ene week zwemmen de jongens en de andere week de meisjes, vaak in groepen van wel 40 à 50 leerlingen. Dit zogenaamde Delftsche systeem of Delftsche methode geniet landelijke bekendheid vanwege de wijze waarop aan grote aantallen leerlingen tegelijkertijd wordt lesgegeven. Hierbij worden over het ondiepe gedeelte staaldraden met ringen gespannen, waarin de leerlingen de zwembewegingen kunnen uitvoeren. Uit het hele land komen belangstellenden naar het Sportfondsenbad om deze methode met eigen ogen te aanschouwen.

De beroemde Delftsche methode: Kinderen hangen in ringen aan staaldraden tijdens het schoolzwemmen, terwijl de zwemonderwijzer instructies geeft (Collectie Sportfondsenbad Delft)

Interview: Buurjongens René en Piet zwommen in de jaren ’50 in het Sportfondsenbad

René Prooper (78) en Piet van der Eijk (77) met hun in de jaren ’50 behaalde zwemdiploma (Foto: Ron Wessels)

Ze kennen elkaar al hun hele leven; Delvenaren René Prooper (78) en Piet van de Eijk (77). Als jongetjes zwommen ze al samen in het Delftse Sportfondsenbad. Sinds een jaar of 10 zwemmen ze opnieuw samen, nu in zwembad Kerkpolder. Ik spreek beide heren in de boerderij van Piet in Den Hoorn. De herinneringen komen al snel naar boven, waarbij beiden elkaar telkens mooi aanvullen.

René en Piet worden naast elkaar geboren in Cort van der Lindenstraat in de Delftse Ministersbuurt. Piet trapt af: “Wij woonden achter het Sportfondsenbad, zo heette dat. Niemand gebruikte het woord Ministersbuurt.” De ouders van René en Piet zijn naast buren ook goede vrienden van elkaar. Het is dan ook niet zo gek dat de jongens niet alleen samen naar de kleuter- en basisschool gaan; ze gaan halverwege de jaren ‘50 ook beiden ’s-avonds op zwemles bij de Delftsche Reddingsbrigade (DRB).

René: “Er gaven toen twee mensen les; de heren Van der Beek (DRB) en Simons (Sportfondsenbad). We zaten met wel 45 kinderen in het bad aan een lijn met bandjes eraan [..] Als je hard je benen sloot, dan werd je gestraft, want dan schoot je naar voren en lag je met je gezicht onder water. Dus wat je niet deed was je benen hard sluiten! Dat staat me nog erg bij.” René denkt dat die methode met banden aan lijnen tot 1963 of 1964 werd toegepast. Beiden gingen daarnaast ook schoolzwemmen. Hoewel ze op een gemengde Christelijke basisschool zaten, gebeurde dit gescheiden. De ene week zwommen de jongens en de andere week de meisjes.

Diploma Zwemproef van Piet uit 1956

René herinnert zich nog goed dat de heer Simons met zijn strenge harde stem de aanwijzingen gaf: “Ik was bang voor die man met die grote mond. Achteraf onterecht, het was een doodgoeie vent met een zwembadstem. De heer Van der Beek van de DRB zat erbij.” Beide heren herkennen de naam Onverwagt, één van de oprichters van het Sportfondsenbad. Piet: “Hij woonde aan het Westplantsoen. Zijn dochter heette Pia of Pien en die zat bij mij in de klas.” René vult aan: “Hij was ook voorzitter van de DRB in die tijd, maar als kleine jongens hadden wij geen idee van een voorzitter.”

Ook tijdens de oorlog werd er zwemles gegeven. René kent een bijzonder verhaal uit de tijd die hem later werd verteld door de heer Van der Beek: “In de oorlog werden de kinderen opgehaald voor de zwemles en ook dat deed de heer Onverwagt. De straten waren toen onverlicht. […] Verschillende mensen die les gaven bij de DRB haalden de kinderen in de wijk op en liepen daarmee in het donker naar het Sportfondsenbad. Ze kregen vervolgens zwemles en werden daarna ook weer allemaal thuisgebracht.”

Nadat René is verhuisd naar de Indische Buurt, komt hij Piet weer tegen op het Voortgezet Lager Onderwijs (VGLO). Het klikte direct weer. Piet vertelt: “René is daarna het metaalvak ingegaan en kwam al snel in de zwemwereld terecht. Ik ging eerst naar de tuinbouwschool en vervolgens naar de hoveniersvakschool […] We hebben onze vriendschap altijd aangehouden”.

René stopt op z’n 13e met zwemmen bij de DRB, maar wordt met enige dwang teruggehaald. René: Drie maanden na mijn vertrek stond secretaris Van der Beek voor de deur. Hij vroeg mij om terug te komen. Ik zei direct: “Ja meneer”, want nee zeggen dat kon in die tijd niet.” Deze gebeurtenis is bepalend voor de toekomstige carrière van René. Hij blijft lesgeven bij de DRB totdat hij van lesgeven zijn beroep maakt.

Met zijn vrienden uit de Ternatestraat gaat René als puber ook wel eens zwemmen bij het openluchtbad Aan het Verlaat. In dit gemeentebad wordt in die tijd nog gescheiden gezwommen. En dat is natuurlijk een mooie aanleiding voor een kwajongensstreek. René kan er smakelijk over vertellen: “Ik had een keer een badmuts gevonden en ging toen onder de lijn door bij de dames zwemmen. De badmeester zag het eerst niet, maar mijn vriendjes stonden zo te lachen […] Hij wees alleen naar de uitgang. Ik kleedde mij aan en ging zonder morren gewoon naar huis. Ik durfde het daar niet eens te vertellen.”

Overigens wordt niet vaak vrij gezwommen in het Sportfondsenbad, want daarvoor is domweg geen geld. Piet legt uit: “Wij hadden het thuis niet zo breed. Vrij zwemmen was een uitje. In de zomervakantie ging je twee of drie keer zwemmen. Thuis hadden we zo’n Brabantiaspaarpot waarin het geld voor verschillende uitgaven in aparte vakjes werd verdeeld. Gas-water-licht, boodschappen e.d.”

Bij mooi weer kon het dak van het zwembad worden opengeschoven. René maakte dat een paar keer mee, maar soms ging het helemaal mis: “De motor moest flink toeren maken om het dak te openen, maar door het hoge gewicht van het dak was het lastig om voldoende toeren te maken. Gevolg was dat de motor verbrandde en het halfopen dak niet meer dicht kon. Dan moest het dak met de hand met een slinger worden dichtgedraaid. Dat kon dan wel drie uur duren. Vervolgens bleef het dak lange tijd gesloten.”

Sportfondsenbad met gedeeltelijk geopend dak (uit: Sportfondsen 40/Collectie Sportfondsenbad Delft)

Beiden krijgen verkering en trouwen uiteindelijk. Hun partners worden zelfs hartsvriendinnen. Piet, lachend: “Eigenlijk zagen die elkaar meer dan wij.” René vult aan: “Ja, want wij moesten werken.” In die tijd was het immers nog zo, dat vrouwen moesten stoppen met werken als ze getrouwd waren. Zij gingen dan voor huishouden en gezin zorgen.

Terwijl Piet in de hovenierswereld gaat werken, gaat René aan de slag in het zwembad. René daarover: “Via de DRB ben ik zweminstructeur geworden. Daarna heb ik in het zwembad de opleiding tot zwemonderwijzer gedaan en ben vervolgens gaan werken bij zwembad West in Rotterdam […] In 1978 ben ik overgestapt naar zwembad Kerkpolder. Ik heb daar mijn boterham verdiend met schoolzwemmen, particuliere lessen en het coördineren van die lessen. Op 1 oktober 2004 ben ik met pensioen gegaan, kort voordat het schoolzwemmen in 2005 werd afgeschaft.”

René heeft zijn liefde voor het zwemmen doorgegeven aan zijn kinderen die beide wedstrijden zwommen bij Raket. Zijn kleinzoon zit bij de Haagse Reddingsbrigade, is daar lifeguard op het strand en is daarnaast druk met organiseren. Bovendien geeft hij zwemles bij de DRB en zwemt daar zelf ook nog. Na de fusie van Raket met DVZ is René nog altijd bij betrokken bij het diplomazwemmen: “Bij d’Elft neem ik nog drie à vier keer per jaar als beoordelaar diploma’s af. Dan zie ik allemaal oude bekenden of kinderen van oude bekenden.”

Na zijn pensionering belandde Piet weer in het zwembad: “Ik ben door mijn vak als hovenier herniapatiënt geworden. Toen ik gestopt ben en met de VUT ging, ben ik op advies van de fysiotherapeut, maar ook van René, weer gaan zwemmen. René had een leuk verhaal over vroege vogels en dat dat een leuke groep was. Daar heb ik me bij aangesloten en daar zwem ik nu alweer 10 jaar.”

Programma Jubileum-afzwemfeest DRB op 2 november 1957 (Collectie Stadsarchief Delft)

René vervolgt: “Ik heb tijdens mijn werkzame leven altijd de grap gemaakt, dat ik zou gaan zwemmen als ik gepensioneerd was. Want ik zwom nooit. Bij de les lag ik erin […] Dat was mijn zwemactiviteit. En ik kon het allemaal goed, maar ik ging na de les snel onder de douche en naar huis. Vanaf de eerste dag van mijn eerste pensioen ben ik gelijk gaan zwemmen. Dat doe ik nu al zo’n flink wat jaren, altijd in Kerkpolder.”

Iedereen van het vroege vogels-zwemuur kent elkaar, maar het is niet zo, dat ze na afloop met z’n allen bij elkaar gaan zitten. Toch is er een hechte band. Piet vertelt: “We drinken geen koffie, maar we spreken elkaar wel […] Toen één van de dames haar schouder had gekneusd, ben ik bij haar op bezoek gegaan. En als er iemand ziek is, dan ligt er een altijd een kaart waarop we allemaal onze namen zetten. Het stelt allemaal niet zoveel voor, maar het gebeurt wel.”

Aan het einde van het interview blikt René nog een laatste keer terug naar vroeger: “Er zijn twee badmeesters die ik me nog goed herinner, de heer Simons en de heer Kolle. Hij had twee of drie dochters die op schoonspringen zaten. Van de heer Simons had ik het meeste les. Die man ben ik nog eens tegengekomen toen ik voor zweminstructeur bij de DBR zat.” Piet vult aan: “Hij had ook een tatoeage en dat vond ik als kind zijnde bijzonder.” René: “En een motor, een Jawa. Ik denk dat hij gevaren heeft.” Piet: “Het was een ankertje hè. Het stelde eigenlijk niks voor.

René vervolgt: “Die motor stond in de stalling van het Sportfondsenbad. Fietsen mochten daar niet in de buurt worden geparkeerd. Bij de motor mocht je niet in de buurt komen want die was van de heer Simons zei de stallingsbaas.” Piet: “Je kunt het je niet meer voorstellen, maar het was een bewaakte fietsenstalling. Zelf liepen we, maar we zagen dat aan.” Het laatste woord is voor René: “Er stonden wel 50 fietsen… én een motor.”

Uitbreiding dringend nodig

Wim van Spingelen, als lid van het Nederlands waterpolozevental in 1964 (Jack de Nijs voor Anefo/Nationaal Archief, CC BY-SA 3.0,)

In 1961 wordt het 25-jarig bestaan van het zwembad uitgebreid gevierd met verschillende activiteiten. Inmiddels is het bezoekersaantal gestegen van 120.000 in 1937 naar 289.000 in 1960. Het zwembad barst uit z’n voegen, want één bassin van 25 x 12 meter bij een inmiddels zo’n groot aantal bezoekers is veel te weinig. Het Bouwbureau van de Sportfondsen heeft al een ontwerp voor uitbreiding van het huidige zwembad gemaakt, waarbij het 25 meter bad dieper wordt gemaakt en er tevens een apart schoolbad wordt gerealiseerd. Voor deze uitbreiding is echter wel subsidie nodig van de gemeente.

Het duurt echter nog zes jaar voordat er een bassin van 20 x 7 m. wordt bijgebouwd. Bij deze verbouwing wordt ook het dak vastgezet. Volgens toenmalig directeur en voormalig topwaterpoloër Wim van Spingelen: “Waren er maar weinig momenten waarop het dak kon openen […] Bovendien zou er een nieuwe ingewikkelde en kostbare techniek nodig zijn geweest om het dak te openen en te sluiten.” De verbouwing en vernieuwing van het Sportfondsenbad kost in totaal 1,8 miljoen gulden.

Op 4 januari 1969 opent aan de Hugo van Rijkenlaan een sportcomplex, bestaande uit een L-vormig zwembad en een aparte gymnastiekzaal. Hiermee krijgt Delft een tweede overdekte zwembad, wat in de volksmond al snel het Instructiebad wordt genoemd. Dit bad wordt onder andere gebruikt voor schoolzwemmen, particuliere zwemlessen en activiteiten van de Delftse zwemverenigingen. Als in 1989 de naastgelegen gymnastiekzaal – waarin een aantal squashbanen worden aangelegd – wordt toegevoegd, verandert de naam in Zwem- en Squashcentrum Delft. Na precies 50 jaar, op 31 december 2018, sluit dit centrum definitief haar deuren.

Het Instructiebad van Zwem- en Squashcentrum Delft in 2012 met het typische L-vormige bassin (Foto: © Anne Reitsma Fotografie)

Sportfondsenbad krijgt nog meer concurrentie

Op 11 november 1978 opent zwembad Kerkpolder. Dit derde overdekt zwembad heeft lang op zich laten wachten. Het is al begin jaren ’60 opgenomen in het bestemmingsplan van de ingrijpende stadsuitbreiding naar het zuiden van Delft, maar de gemeente stelt telkens geen geld ter beschikking. Met zowel een binnen- als buitenbad wordt Kerkpolder het eerste combibad van de gemeente. Door deze uitbreiding wordt het inmiddels nieuwe ontstane tekort aan verwarmd zwemwater binnen de gemeente opgeheven. De gemeente Schipluiden wordt mede-eigenaar van het zwembad. De kosten worden naar evenredigheid van het aantal inwoners verdeeld.

Openluchtbad Kerkpolder in 1981 met op de achtergrond het overdekte zwembad (l.) en interieur van zwembad Kerkpolder (r.) (foto’s: Aad van der Drift/Collectie Stadsarchief Delft, objectnrs. 57988 en 57989)

Door de zo gewenste opening van zwembad Kerkpolder, het vertrek van de meeste sportverenigingen en daarnaast ook andere gebruikers, komt het Sportfondsenbad al snel in de financiële problemen. Tot voor kort was het Sportfondsenbad een unicum met zijn sluitende begroting, maar nu moet de gemeente bijspringen. Het bad gaat op zoek naar nieuwe doelgroepen en breidt in 1984 uit met een sauna.

In 1992 volgt er een grote renovatie waarbij alle hoogteverschillen van de perrons rond de bassins in de zwemzaal worden gelijkgetrokken. Het is een enorme en vooral ook kostbare klus. In 1998 is er een laatste renovatie waarbij de sauna en de entree van het Sportfondsenbad worden gemoderniseerd. Tijdens de coronacrisis wordt de sauna opgeheven en vervangen door een baby- en peuterbad.

  • De whirlpool en vernieuwde sauna in 1998 (l.b.en r.b.)
  • De nieuwe entree in 1998 (r.m.)
  • Het wedstrijdbad (l.o.) en recreatiebad (r.o.) Tijdens de grote verbouwing in 1992 (alle foto’s: Collectie Sportfondsen Delft)

Nieuwbouw

Na 90 jaar trouwe dienst zal het Sportfondsenbad over enkele jaren worden gesloten. Op de plek van het voormalige Zwem- en Squashcentrum verrijst eerst de nieuwbouw van de naastgelegen Montessorischool Jan Vermeer. Vervolgens komt op de plek van het oude schoolgebouw een multifunctioneel bouwproject, vooralsnog onder de naam Sportcentrum Delft. Dit nieuwe complex zal zowel het Zwem- en Squashcentrum als het Sportfondsenbad aan de Weteringlaan gaan vervangen. Op de nieuwe locatie verrijst een zwemaccommodatie met wedstrijdbassin, doelgroepenbassin en peuter-/kleuterbassin, een sporthal, appartementen en een parkeergarage. Sportfondsen Delft is nauw betrokken bij alle stappen rond de realisatie van het sportcentrum.

Impressies van het nieuwe zwembad, met linksboven het doelgroepenbassin, rechtboven het peuterbad en onder het wedstrijdbassin (Afbeeldingen © VenhoevenCS)

Bureau VenhoevenCS architecture + urbanism is verkozen tot ontwerper van het multifunctionele gebouw. Zij zijn onder andere ook verantwoordelijk voor het nieuwe zwembad De Watergeus in Zoetermeer en Centre Aquatique Olympique in St. Denis (Parijs), waar deze zomer een deel van de Olympische zwemsportonderdelen wordt afgewerkt. Beide gebouwen zijn grotendeels in hout uitgevoerd. Ook het nieuwe Sportcentrum zal grotendeels op deze wijze worden gebouwd. Door vertraging bij de bouw van de nieuwe school is de voorlopige prognose voor oplevering 2026/2027.

Dankzij al die enthousiaste vrijwilligers, die bijna letterlijk met kwartjes en dubbeltjes in de jaren ’30 het Sportfondsenbad bij elkaar spaarden, kreeg Delft zijn eigen, unieke zwemcultuur. Er komt nu langzaam een einde aan een instituut waar vele generaties Delvenaren leerden zwemmen, diploma’s behaalden, verschillende zwemsporten beoefenden, recreëerden of met goed én slecht weer genoten van een woensdagmiddag vrij zwemmen. Het is nog onbekend wat er na sluiting met het zwembad zal gebeuren.

Ex- en interieur van het huidige Sportfondsenbad (Foto’s Ron Wessels)

Bij het 10-jarig bestaan schonken de medewerkers dit prachtige glas-in-lood-raam, dat nog altijd in het zwembad te bewonderen is (Foto: Ron Wessels)

Geraadpleegde bronnen

Speciale dank aan:

  • Nelly Veenstra en haar medewerkers van Sportfondsenbad Delft voor de warme ontvangst, prachtige foto’s, documentatie en het verstrekken van heel veel nuttige informatie
  • Hilda Onverwagt, kleindochter van mede-initiatiefnemer Jaap Onverwagt, voor het beschikbaar stellen van documentatie en bouwfoto’s van haar opa
  • René Prooper en Piet van der Eijk voor het vertellen van hun jeugdherinneringen
  • Stadsarchief Delft, voor hun hulp bij het zoeken naar relevante informatie en voor het beschikbaar stellen van foto’s